boekbespreking

1978-11-24
  • Jaargang 22
  • nummer 44
Serie
Ontmoetingen met mystici.

1. Ontmoeting met Jodocus van Lodenstein.
Samenstelling: Dr Cornelis Pieter van Andel.
Uitg. Kok, Kampen, 131 pag. t 14,90.

Mystiek en Ethiek horen bij elkaar, schrijft dr C. P. van Andel in zijn inleiding op deze bloemlezing. En dat lijkt me de reden dat Kok deze nieuwe serie op de markt brengt.
Mystiek is in vandaag, ook in de theologie.
Het beste bewijs is het laatste boek van Harvey Cox over oosterse mystiek. En Cox heeft alleen nog maar boeken geschreven over onderwerpen die in waren, en dus goed in de markt lagen.
Maar aan pure mystiek die verder geen boodschap heeft aan de ethiek zou Kok zeker geen plaats hebben ingeruimd in zijn fonds. En ik vermoed dat dr C. P. van Andel dan ook niet meegedaan zou hebben.
Mystiek is pas interessant als het de ethiek stimuleert, zo niet fundeert.
Hebben we vandaag werkelijk behoefte aan de boodschap van de mystici, zelfs van mystici van gereformeerde signatuur als Van Lodenstein?
Zeker, het verschijnsel van de mystiek is verklaarbaar; 't is ook uiterst leerzaam om de geheimen van de eigen tijd te verstaan. Vandaar dat dit boekje best de moeite van het lezen waard is. Er staan ook uitstekende dingen in, die we als voor gezegd mogen weten! Maar aan de mystici, ook aan de mysticus Van Lodenstein, hebben we vandaag geen behoefte.
Integendeel!
Een bloemlezing uit Calvijns werken op het punt van geloof en ervaring en handelen lijkt me zinvoller. Maar die kan je moeilijk in een serie stoppen met Van Lodenstein, Jan Luiken en anderen. Ook de Nadere Reformatie heeft wel betere vertegenwoordigers voortgebracht om ons hieromtrent in te lichten. Maar ook dat zal niet gaan in een serie Ontmoetingen met mystici.
Kortom: deze serie hoeft voor mij niet!

P. Keuning: Appie Nijland,
3e druk, uitg. Kok, Kampen.

De eerste druk van dit boek verscheen in 1918 en een tweede (omgewerkte) druk in 1925. Waarom Kok in 1977 een derde druk heeft uitgegeven, is mij een raadsel. Ik kan mij nog enigszins voorstellen dat 50 à 60 jaar geleden voor zulke boeken een bepaald publiek te vinden was, maar ondanks de belangstelling die er op het ogenblik voor "grootmoeders tijd" is, zullen vermoedelijk maar heel weinig lezers positief op dit boek reageren.
Het is een te betreuren feit dat uit protestants-christelijke kring zo weinig goede literatuur is voortgekomen.
Dat hoeft evenwel niet nog extra beklemtoond te worden door de uitgave van zo'n zwakke roman als Appie Nijland. Het boek zit vol cliché's: het zielige jongetje Appie, ongewenst kind van een ongehuwde moeder. De grootmoeder voedt hem streng op, zonder liefde en zachtheid te tonen, "voor zijn bestwil". Op school wordt Appie door de andere kinderen gepest "omdat hij geen vader heeft", en ook de juffrouw toont weinig begrip.
Ook de meester is een klunzige pedagoog, kortom: de ene narigheid volgt op de andere. Alleen bij "Klaasoom" vindt Appie wat hij nodig heeft.
Natuurlijk wreekt zich al die misère later, en, 0 schande, als de jongen zo'n jaar of achttien is, laat hij zich een keer dronken voeren. Harteloze en strenge reacties! Appie van de onderwijzersopleiding verwijderd, en als hij dan ook nog door zijn aangebedene wordt bedrogen, is de maat wel zo ongeveer vol. Dan komt er langzamerhand een kentering: een ander, beter meisje en tenslotte de bekering van zowel Appie als grootmoeder.
Van zulke boeken gaan (gingen) er dertien in een dozijn. En moeten wij in 1978 dat allemaal nog lezen? Kom nou!
Details wil ik niet uitvoerig bespreken.
Ik citeer alleen iets van blz. 63: " ... verhalen die hem duidelijk leerden hoe goed zij was en hoe edel zij dacht."
"Heel die middag was goed en schoon geweest en Clara was niet boos geworden omdat hij (hij kon het niet laten) telkens weer moest zien naar haar schoon gelaat."
,,0, zij had het wel gemerkt, zij moest wel begrijpen, hoe schoon hij haar vond en hoe verrukkelijk, maar ze had tegen hem geglimlacht met die zoete glimlach die hij meenam in zijn dromen; zij had hem aangezien met een blik die hem deed beven van ontroering. "
"En toen hij afscheid nam, had ze gewillig haar schone hand een ogenblik in de zijne laten rusten."
" ... Clara was zo schoon en goed."
En dat staat allemaal op één halve bladzijde: vijf keer het woord "schoon". Ik wil nu zelf ook eens een ouderwetse uitdrukking gebruiken: zulke lectuur bederft de goede smaak!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief