DE C VAN HET C.D.A. (1)
1978-12-01
1980 het jaar van de fusie?- Jaargang 22
- nummer 45
Bij de totstandkoming van het C.D.A, als federatief samengaan van AR.P., C.H.U. en K.V.P., was een van de moeilijkste problemen de verhouding van geloof en politiek. Met name tussen de K.V.P. en de A.R.P.
was hierover een diepgaand verschil van mening.
Niet zo verwonderlijk, omdat de K.V.P. nog altijd onder invloed staat van de Thomistische opvatting van het natuur-genade schema, waarin een scheiding gemaakt wordt tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke.
Dat natuurlijk leven, hoewel niet los van God staande, heeft een eigen ontwikkeling en is op eigen terrein autonoom. Christus wordt wel gezien als de normatieve, maar niet als de exclusieve openbaring van God.
Deze beschouwing is moeilijk te rijmen met de AR.-opvatting, die uitgaat van het absolute koningschap van Christus op elk terrein van het leven.
Wel is waar, dat men zowel bij de K.V.P. als de AR.P. verflauwing van de grenzen moet constateren, dat neemt toch niet weg, dat bij de vraag naar het karakter van het C.D.A. de oude scheidslijnen weer duidelijk openbaar werden.
De middenpartij, een ideaal van vele K.V.P.-ers is voor de AR.P. een gruwel. Na lange discussies is toen het besluit gevallen, dat het C.D.A een open partij zou zijn in die zin, dat de vertegenwoordigers van het C.D.A persoonlijk niet aan de grondslag gebonden zouden zijn.
Een slechte beslissing, omdat daarmee het karakter van het C.D.A onduidelijk is geworden en onvoldoende waarborg is geschapen, dat het C.D.A op de duur niet meer programpartij dan beginselpartij zou zijn.
De grondslagdiscussie is echter nog niet ten einde. Het C.D.A heeft het voornemen medio 1980 te komen tot een fusie van de partijen, die nu nog slechts federatief samenwerken. Voordat tot deze stap wordt besloten, zal er nog een finale toetsing plaats moeten vinden van de mate van eenheid van uitgangspunten, program en beleid.
Een bijzonder moeilijk punt zal daarbij wel weer de grondslagkwestie worden.
Een C.D.A-commissie heeft zich daarover diepgaand bezonnen. Onlangs is het rapport hiervan gereed gekomen.
Hoe zal het gaan met de C van het C.D.A. ?
Geen eenheid van Beleid
Al zal de grondslagkwestie moeilijk zijn, op dit moment blijkt ook eenheid van beleid een illusie te zijn. Het C.D.A maakt thans zelfs een erg rommelige indruk.
Het is al even geleden, dat mevr. Van Leeuwen, bepaald niet geruisloos, de C.D.A-Kamerfractie verliet. Zij was tot deze beslissing gekomen uit onvrede met het beleid van de top van de A.R.P. in de kabinetsformatie.
Al kwam er later een bestuursverklaring, dat mevr. Van Leeuwen haar "kritisch-politieke uitlatingen van de laatste weken t.a.v. de partijleiding terugneemt", het is toch wel duidelijk dat mevr. Van Leeuwen niet kon instemmen met de gang van zaken.
Nu heeft de hr. Boersma met veel lawaai deze fractie verlaten. Zijn heengaan ging gepaard met tal van beschuldigingen. Opmerkingen als "gekuip" en "samenzweringen" getuigen bepaald niet van een hartelijke samenwerking, ook al moet men daarmee in aanmerking nemen, dat zachtmoedigheid en lankmoedigheid nooit kenmerkend waren voor het optreden van Boersma.
Uit zijn politieke testament is intussen wel duidelijk geworden, dat hij het sociaal-economisch beleid van het kabinet-Van Agt niet langer voor zijn verantwoording wenst te nemen en dat hij de houding van de C.D.Afractie halfslachtig vindt.
Intussen hebben de Kamerleden Scholten, Van Houwelingen en Faber aanvallen op het kabinet gedaan, die er bepaald niet om liegen. Het werd zelfs fractievoorzitter Aantjes te gortig.
Maar ook de heren Aanjtes en Van Agt zijn geen toonbeelden van eensgezindheid.
Bij tal van vraagstukken blijkt er binnen de brede boezem van de C.D.AKamerfractie verschil van mening te bestaan.
Toen de hr. Biesheuvel indertijd als fractievoorzitter een paar schoten voor de boeg loste, was heel Den Haag in rep en roer. Als buitenstaander krijg je de indruk, dat het kabinet, waarin C.D.A-ministers de meerderheid vormen, geregeld onder spervuur van de C.D.A-fractie staat.
Van eenstemmigheid t.a.v. het beleid is in elk geval geen sprake. De uitdrukking "bloedgroepen" is veelzeggend.
Is hier sprake van kinderziektes, omdat de samenwerkende partijen nog aan elkaar moeten wennen? Of speelt het verschillende uitgangspunt hier ook een rol?
In elk geval wijst deze gang van zaken niet op een goede gezondheid van het nog prille C.D.A Terecht concludeerde het Friesch Dagblad, dat het C.D.A-koor niet eenstemmig zingt. Dat is niet zo erg, als het maar niet vals zingt, want dan wordt het C.D.A. ongeloofwaardig.
Ik vrees, dat er inderdaad valse klanken gehoord worden.
Speelt het uitgangspunt hier een rol?
In het Friesch Dagblad werd gepoogd bepaalde verschillen te verklaren uit de uitgangspunten.
Bij de benadering vanuit het natuur-genade schema wordt het menselijk leven ingedeeld in twee zelfstandige afdelingen, één voor het godsdienstig en kerkelijk leven en één voor het natuurlijk leven.
Daartegenover moet naar calvinistische visie het principiële uitgangspunt op elk levensterrein zo goed mogelijk tot uitdrukking worden gebracht.
Dit betekent, dat niet voor het getuigenis, maar voor kompromis gekozen wordt. Hieruit zou dan zijn te verklaren, dat Van Agt de abortus wel fundamenteel afwijst met het woord, maar tijdens zijn ministerschap toch een bijna ongebreidelde abortuspraktijk toeliet.
Daartegenover proberen nu de ministers De Ruiter en Ginjaar een kompromis te bereiken, waarbij gepoogd wordt het kwaad te kanaliseren, in te dammen. Dat zou dan blijkbaar in de lijn van het Calvinisme liggen.
Ik meen, dat het Friesch Dagblad hier de plank mis slaat.
Zo wordt met name aan Van Agt hier tekort gedaan. Alsof hij ook als minister van justitie niet getracht heeft de abrotus-praktijk te breidelen.
Dat dit niet gelukt is, is waarlijk niet in de eerste plaats aan hem toe te schrijven. En alsof ook niet van K.V.P.-zijde getracht is dit kwaad in te dammen. Een dergelijk voorstel van AR.P.-K.V.P.-zijde kon echter helaas niet de meerderheid in de Kamer halen.
Ook het Antwoord van Van Agt aan de zeven theologen op 13 oktober 1977 laat zien, dat het Friesch Dagblad Van Agt onrecht doet.
En het is uitgerekend de hr. Boersma, die bij zijn vertrek opmerkt, dat het C.D.A. te veel kompromissen sluit.
Kompromis politiek is noch voor de K.V.P. noch voor de AR.P. een vreemde zaak.
De C van het C.D.A. in het geding?
Wel is waar, dat van de kant van de ontevreden A.R.-Kamerleden nog al eens de gedachte gelanceerd wordt, dat de C van het C.D.A hier metterdaad in het geding is.
Is dat wel helemaal terecht? Zijn zij echt de vertolkers van de AR.-visie?
Ik denk nu met name aan het interview, dat op 4 september in Vrij Nederland verscheen, waarbij Boersma een gesprek met Bibeb had.
Een raar citaten: "Je moet God niet uitlachen, ik heb veel kritiek op hem, ja, ik vind, dat de dingen stom aanpakt, onbillijk en wreed."
"Ik ben niet kerks maar ik vind dat het christendom een heleboel fijne dingen heeft, die mij aanspreken. Naastenliefde zegt meer dan solidariteit.
De armoede in de wereld, het interesseert velen geen pest. Maar wel met uitgestreken smoelen met de blijde boodschap aankomen. Christenen moeten voorop lopen en voortdurend drammen: zo kan het niet."
In deze woorden van Boersma krijgt de C toch wel een bepaalde kleur.
Boersma zegt trouw te willen blijven aan het wezenlijke van de christelijke politiek. Dat ligt bij hem echter uitsluitend in het sociale vlak. Hij is verder blijkbaar van mening, dat een dergelijke politiek alleen met socialisten te verwezenlijken is.
Van Houwelingen en Scholten vinden, dat het C.D.A zich te rechts opstelt.
Ze missen te zeer een evangelische radikaliteit.
Van Houwelingen acht een markant gevaar bij het C.D.A het conservatisme, dat hij identificeert met egoïsme. De inkomens verhoudingen zijn volgens hem volstrekt in strijd met evangelische gerechtigheid. Hij hoort vaak alleen maar standpunten, die hij onchristelijk vindt.
Deze heren zijn niet karig met uitspraken over wat christelijk en niet christelijk is volgens hun mening. Wanneer men niet sociaal links is b.v. is men niet christelijk.
Deze linkervleugel van de AR.P. geeft de indruk zich te zien als het denkend deel der natie. Geen wonder, dat deze betweterige houding bij anderen grote irritaties oproept.
Het is evenmin bevreemdend, dat de Evangelisch Progressieve Volkspartij, een splinterpartij van radikalen, de ontevreden Kamerleden direct uitnodigde tot de E.V.P. toe te treden. Ze mochten daarbij tevens lid van de A.RP. blijven.
Daar is inderdaad een belangrijk punt van overeenkomst tussen Boersma c.s. en de E.V.P., nl. dat ze de bijbelse gerechtigheid versmallen tot sociale gerechtigheid, de zorg voor de minder bedeelde.
Uit deze kring hoort men weinig verontruste geluiden over de abortus, noch over de stelselmatige vernieling van huwelijk en gezin, noch over geestelijke milieuverontreiniging.
Men heeft aandacht voor een bepaald gebod van God, maar vergeten wordt, dat bijbelse gerechtigheid veel verder gaat. Deze gerechtigheid betreft alle mensen, rijken, armen, overheid en onderdaad. De overheid is Gods dienares ten goede van het hele volk.
Daarbij is niet één gebod in het geding, maar alle geboden van God.
Helaas heeft Aantjes aan de gedachten van Boersma c.s. voet gegeven in zijn bekende "bergrede"-toespraak. Ook in deze bewogen rede werd het ambt van de overheid te weinig centraal gesteld.
Het is duidelijk, dat hierover binnen de A.RP. verschil van mening is.
Boersma c.s. kunnen bepaald niet geacht worden hierin de spreekbuis van de hele A.RP. te zijn.
De C van het C.D.A. loopt inderdaad gevaar.
Maar daar is meer aan de hand, dan Boersma c.s. signaleren.