Houd mij vast
2005-04-08
Onder deze titel is een boek geschreven door prof. dr. Hans Borst, momenteel predikant te Welsum en verbonden aan de Gereformeerde Hogeschool te Ede als docent en supervisor.- Jaargang 49
- nummer 7
Dominee Borst heeft dit boek geschreven voor zowel studenten als predikanten, pastoraal werkers als ook voor gewone gemeenteleden, kortom voor iedereen die een bewogen oog en een warm hart heeft voor medemensen die op zijn/haar pad komen en die hij/zij pastoraal wil bijstaan.
De titel van het boek is ontleend aan lied 226 uit de Evangelische liedbundel: ‘Houd mij vast, laat Uw liefde stromen, houd mij vast, heel dicht bij Uw hart’.
Ds. Borst beschrijft in het eerste hoofdstuk in vogelvlucht zijn eigen
wordingsgeschiedenis tot predikant; hij is geboren in een Rotterdamse achterbuurt, opgegroeid in een arbeidersmilieu in een arm gezin met een vaak dronken vader. Op school werd hij consequent niet gezien of zwaar gestraft voor luttele vergrijpen. Ook een vervolgopleiding was niet voor zijn soort weggelegd. Zonder rancune beschrijft hij hoe hij als jongen, puber en jongvolwassene geworsteld heeft met het ontdekken van zijn eigen identiteit en hoe bevrijdend hierbij het evangelie heeft gewerkt. Pas op latere leeftijd besloot Hans Borst theologie te gaan studeren en kwam hij na zijn studie in aanraking met allerlei mensen in pastorale nood. Door alle hoofdstukken heen laat hij telkens pastoranten aan het woord. In sobere woorden beschrijft hij ontmoetingen met bijvoorbeeld gevangenen, ouden van dagen, jongeren, mensen in psychische nood.
Tranen
Deze stukjes hebben mij bij het lezen vaak tot tranen toe bewogen. Heel treffend tekent Borst de nood, de pijn en de ellende waarin mensen kunnen verkeren en hoe zij in hun eigen situatie zich uitstrekken naar God, zich vastklampen aan een lied, een woord, een glimlach van een passant.
Borst heeft met zijn boek ook voor ogen gehad om pastoraal betrokkenen een spiegel voor te houden hoe zij kunnen reageren op pastoranten.
Hier weidt hij enkele theoretische hoofdstukken aan. Soms vond ik deze stukjes wat ‘hap-snapperig’, op andere momenten weer heel treffend en to the point.
De kracht van Borst is m.i. inziens met name dat hij zichzelf in dit boek betoond heeft als een pastor die kan luisteren, niet oordeelt en er gewoon is. Soms is alleen een kopje koffie drinken genoeg, soms alleen luisteren.
Dit is voor veel pastorale werkers vaak ook het moeilijkst, je wilt graag iets zeggen, mensen een hart onder de riem steken. Soms blijkt de stilte het meest heilzaam te zijn.
Voor mij als gewoon gemeentelid was het een verrijkend en mooi boek waarvan ik hoop dat het zijn weg vindt in de boekenkast van veel (toekomstige) werkers in de wijngaard.
Ik zal eindigen met een voorbeeld van een pastorale ontmoeting in zijn boek.
Dennis
‘Enige tijd geleden werd ik op een avond gebeld door de directeur van de Rotterdamse gevangenis. Hij vroeg of ik wilde komen. Er zat een Surinaamse man van ongeveer dertig en er was net bericht gekomen dat zijn vrouw gestorven was. Of ik dat wilde gaan vertellen. Ik zal de rit naar Rotterdam nooit vergeten. Eindeloos schoten woorden door mijn hoofd.
Wat zou ik moeten zeggen? ’s Avonds laat liep ik de gevangenispoort door.
Met loodzware benen liep ik de trappen op naar de cellen. Ik tikte op Dennis’ deur. Hij sliep al. ‘Dennis ik moet je wat vreselijks vertellen!’. Hij was meteen klaarwakker en keek me met grote angstige ogen aan.
‘Dominee, wie is het? Mijn moeder, m’n vrouw, m’n kind?’ We zaten minuten verslagen naast elkaar op het bed. Hij huilde en zei: ’Wat moet er nu met mijn zoontje, met Celderic?
Want die heeft nu geen moeder meer en eigenlijk oog geen vader. Ik moet nog een paar jaar.’ Een paar dagen later hebben we zijn vrouw in Amsterdam begraven.
Onderweg hebben we nog een nieuw wit, overhemd gekocht en een stropdas.
De directeur vond het goed dat we samen gingen. Dennis zou niet weglopen. Toen we op de begraafplaats kwamen stonden er wel honderd mensen, allemaal donkere mensen in witte jurken en pakken te wachten. Samen liepen we naar de aula. In het midden stond een witte kist. Daarnaast een donker jongetje van negen in een wit pak. Toen wij binnenkwamen, rende hij naar papa te: ’Papa!’ Een verloren zoon en een verloren vader. Nooit zal ik vergeten hoe vader en zoon elkaar in de armen vielen en elkaar vasthielden, en voor ik iets kon zeggen begonnen al de Surinaamse broeders en zusters zachtjes te zingen: veilig in Jezus armen, veilig aan Jezus’ hart. Als enige man in een zwart pak zocht ik naar woorden van troost. Ik las het verhaal van de verloren zoon (Lucas 15). Met Dennis en zijn zoon liep ik na de dienst achter de witte kist naar het graf. De mensen begonnen weer te zingen op weg naar het graf. Naast mij liep Dennis' oma. Zij zette een lied in, in het Surinaams dat ik niet kende: ‘Jezus gaat met ons mee’. Samen werden we gedragen door dat mooie lied: een lied over Jezus, die zo goed weet wat het is alleen te zijn, je verloren te voelen en daarom is dit mooie, bekende verhaal over de verloren zoon ook nooit te oud. Na de begrafenis was er een maaltijd ergens in de Bijlmermeer. Dennis en ik reden erheen. In de auto zei Dennis: ‘Bedankt dominee, dat u mijn vrouw hebt begraven.’ Op de binnenplaats van een flat aten we met familie en vrienden Surinaamse broodjes.
Celderic kwam even met zijn pitbull naar me toe: ‘Dominee, dit is mijn hond. We gaan nu samen bij mijn tante wonen’, hij slikte even en ging toen verder: ‘tot papa weer thuiskomt!’ Ik kreeg een brok in mijn keel.
Na de maaltijd moesten we terug naar Rotterdam: ‘Dennis, we moeten gaan! ‘ We namen van iedereen afscheid. Celderic klemde zijn vader vast. ‘Mag papa niet hier blijven dominee?’ Vlug stapte ik in. Ik zwaaide naar Celderic. Achter hem wapperde de was. Spijkerbroeken van vader en zoon, die moeder nog had gewassen.
’s Zondags herdachten we Dennis’ vrouw in de kerkdienst achter de tralies.
Alle Surinamers waren er, de meesten in een wit t-shirt of een wit overhemd. Het was een ontroerende dienst. Vijftig donkere mannenstemmen zongen: ‘Veilig in Jezus’armen’.
‘Houd mij vast’ ( pastorale zorg in en buiten de gemeente); Hans Borst; Navigator Boeken Driebergen; ISBN 9076596239; 215blz.; € 14,50