Kerstgeest

1978-12-15
  • Jaargang 22
  • nummer 47
Stille Geest, heilige Geest,
die vervult en geneest,
die een oude vrouw jubelen deed,
heeft een priester gemaakt tot profeet
lof zij God, onze Heer,
lof zij God, onze Heer!

Stille Geest, heilige Geest,
deze dag is zijn feest,
die een meisje gaf godlijke kracht,
zij heeft Jezus ter wereld gebrachtzing
dus: ere zij God, zing dus: ere zij God!

Stille Geest, heilige Geest,
hij is het ook geweest
die ootmoedigen altijd vervult
met geloof en gebed en geduld
amen, Gode zij eer,
amen, Gode zij eer!

Wijs: Stille nacht, heilige nacht.

Maria: heilige Geest zal over u komen, Luk. 1 : 35

In het begin schiep God de hemel en de aarde, en de Geest van God zweefde over de wateren.
Toen God de tweede mens-zonder-vader schiep, omhulde Hij Maria met heilige Geest. Kerstfeest is een scheppingsfeest: God brengt de nieuwe mens op aarde. En Kerstfeest is een herscheppingsfeest: God maakt een begin met de vernieuwing van de aarde en haar bewoners.
Uit de geboorte van Jezus Christus wordt wedergeboorte geboren. "Grote dingen heeft aan mij gedaan de Machtige".
Dit zegt Maria niet meteen na de boodschap van de engel. Dan moet het nog gebeuren: heilige Geest zàl over u komen. Maar dit zegt Maria als ze van Elisabeth hoort, dat het gebeurd is: de vrucht van uw schoot, de moeder mijns Heren. In alle stilte heeft de Geest zijn werk aan haar gedaan. Ze heeft het zelf niet eens gemerkt. De herschepping is begonnen, toen een meisje haar koffers pakte en op reis ging.
Het scheppende werk van de Geest begint in stilte; de uitbundigheid komt later.

Elisabeth: vervuld met heilige Geest, Luk. 1 : 41

Elisabeth had geen kinderen en dit lag aan haar. Zo heeft ze het eerste deel van haar naam leren roepen: mijn God! Haar man had geen geloof en dit lag niet aan de Here. Zijn zwijgen was welsprekend. Zo leerde Elisabeth het tweede deel van haar naam kennen: mijn God is een eed! Misschien 'verborg' ze zich niet, maar 'omhulde' ze zich. Ze deed een wikkelrok, een positiejurk aan. Ze streelde haar dikker wordende buik en zei: Elisabeth, Elisabeth!
mijn God, wat bent U een eed! Diepe dank na lang gebed.
Toch zegt ze niet: gezegend ben ik onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van mijn schoot. Maar in ootmoedigheid acht zij Maria uitnemender dan zichzelf: gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waar haar hart vol van is, stroomt haar mond van over. Haar hart was dan ook nieuw gevuld met heilige Geest.
De Geest leert de mens zichzelf te verloochenen en de naaste te dienen.

Zacharias: vervuld met heilige Geest, Luk. 1 : 67

Zacharias en zijn vrouw zullen ook wel samen gebeden hebben. Maar de èngel heeft het over Zacharias' persoonlijke gebed: het gebed van u, enkelvoud. Dit gebed is verhoord. In het publiek en voor het publiek. God geeft een eeuwige verhoring aan een beperkt gebed.
Zacharias, Zacharias! de Here denkt er wel aan!
Gods gedachten zijn echter te hoog voor Zacharias.
Eerst sprak hij tegen God. Nu spreekt hij God tegen. Zacharias kan zijn eigen naam niet geloven. Daarom wordt hij met stomheid geslagen. Negen maanden duurt dit zwijgen om goed te leren spreken. Met mannen heeft God soms meer moeite dan met vrouwen.
Toch is het eind van het lied, dat Zacharias zijn lied zingt. Hij 100ft God. Niet eens, omdat hijzelf weer praten kan. Ook niet, omdat hij en zijn vrouw een kind gekregen hebben. Maar Zacharias looft God, dat de Here inderdaad aan zijn beloften denkt. Zacharias profeteert.
Hij is vol heilige Geest.
De Geest leert de mens Gods beloften te geloven en te belijden.

Simeon: heilige Geest was op hem, Luk. 2 : 25

Simeon was vroom. Dat wil zeggen: hij pakte goed - aan God. Hij zag wel, hoe zijn uiterlijke mens van dag tot dag werd afgebroken.
Hij zag wel, dat het niet goed ging in Israël.
De kerk werd steeds meer wereld. En de kosmos werd steeds meer chaos. Maar door geen schepsel liet Simeon zich scheiden van Gods liefde.
Zijn vroomheid kreeg steeds meer het karakter van verwachting. Hij verwachtte de vertroosting van Israël. Zijn innerlijke mens werd van dag tot dag opgebouwd. Hij verlangde naar het heil dat de kerk en de wereld omspant. Het geloof van Simeon werd rijp. En geloof dat rijp wordt, heet hoop. Er was dan ook heilige Geest op Simeon!
De Geest leert de mens uit te zien naar de nieuwe wereld; de Geest leert de bruid zeggen: Kom!

Johannes: met heilige Geest zal hij vervuld worden, Luk. 1 : 15

Een groot profeet van een genadig God - dat moest Johannes zijn. Hij moest het volk omturnen naar God toe. Daarvoor moest veel af geleerd en veel aangeleerd worden. Door het volk en door Johannes zelf. Daarom gaf God hem een harde scholing. Johannes vertoefde in
de woestijnen.
En 'woestijn' betekent niet: daar is veel zand.
Maar het betekent: daar is helemaal geen mens. Woestijn is eenzaamheid. Johannes moet ..
alleen kunnen staan. Onafhankelijk van de: mensen. Afhankelijk van God. Hij zal het op- .
nemen tegen tollenaars, soldaten, schriftgeleerden, koningen en zelfs tegen Jezus zelf! Uit dit laatste blijkt, dat Johannes zijn lessen niet altijd goed heeft toegepast. Het bewijst wèl, dat zijn lessen goed waren. Vol heilige Geest.
De Geest vormt de mens tot Gods bondgenoot.


Als vóór ons is de Here,
wie zal ons tegen zijn?
Zou God, die wij vereren,
ons niet genegen zijn?
Hij, die zijn Zoon niet spaarde,
maar voor ons overgaf,
staat Hij niet al wat waarde heeft
met Hem aan ons af?

Wat zullen wij dan zeggen
van deze God die leeft?
Wie zal ten laste leggen,
als Hij verkoren heeft?
God is het, die rechtvaardigt;
wie is 't, die vonnis wijst?
En Christus Jezus is het,
die sterft en weer verrijst.

Hij pleit voor ons,
na lijden nu aan Gods rechterhand.
Wie zal ons dan nog scheiden
van Christus' liefdeband?
Verdrukking of benauwdheid,
gevaar van welke aard?
vervolging, honger, naaktheid,
de oorlog of het zwaard?

Gelijk er staat geschreven,
verliezen dag en nacht
we om Uwentwil ons leven,
als schapen die men slacht.
Wij hebben overwonnen door Hem,
ja meer dan dat!
Hij is met ons begonnen.
Hij heeft ons liefgehad.

Noch engelen noch machten,
noch leven noch de dood,
noch heden, toekomst, krachten,
noch schepsel klein of groot,
noch hoogte noch de diepte,
kan nu of immermeer ons scheiden
van Gods liefde in Christus, onze Heer.

Romeinen 8: 31-39

Wijs: Lied 90 / Psalm 128


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief