We bladeren de Kronieken van 1978 door

1978-12-15
  • Jaargang 22
  • nummer 47
Ahasveros
In het boek Esther lezen we, dat koning Ahasveros, toen hij de slaap niet kon vatten, zich uit de kronieken liet voorlezen. In die kronieken stond opgetekend wat in de afgelopen jaren was voorgevallen.
Dat doet ons denken aan de Oudejaarsdag. Dan plegen wij ook terug te kijken naar de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Meestal voeren deze overpeinzingen tot een wat weemoedige stemming.
Het is mijn bedoeling om, nu wij aan het eind van het jaar 1978 staan, eens de kronieken van dat jaar door te bladeren. We beperken ons hierbij tot enkele vrij willekeurig gekozen politieke gebeurtenissen.
Het ligt niet in de bedoeling u daarbij in een weemoedige stemming te brengen.

Internationaal
Dan beginnen we maar met eens over de grenzen te kijken.
Het is een jaar geweest, waarin ook in ons werelddeel veel geweldpleging voorkwam. We behoeven slechts te noemen de Baader Meinhof Gruppe in Duitsland en de Rode Brigades in Italië. De laatsten ontvoerden oudpremier Morro en maakten hem op afschuwelijke wijze af.
Ontvoeringen waren aan de orde van de dag. Ik noem nu slechts de ontvoering van en de moord op baron Bracht in België.
Velen, die vooraan staan door macht of geld, of beide, voelen zich bedreigd en voorzien zich daarom van een particuliere lijfwacht of ook wel van een gepantserde auto.
De arm van de overheid blijkt niet meer bij machte te zijn de "ongebondenheid der mensen" te bedwingen.
Een jaar ook van opstanden, onlusten en oorlogen.
In Iran woeden felle bloedige gevechten en de pauwentroon schijnt te wankelen. Een ontwikkeling, die voor het Westen grote gevolgen kan hebben.
In Zuid-Afrika, Namibië en Rhodesië blijft de strijd voortwoeden zonder dat er veel uitzicht is op betere tijden.
Uit Vietnam vluchten duizenden weg om hun vege lijf te redden.
In Cambodja heerst de afschuwelijke terreur van de Rode Khmer.
Tussen Ethiopië en Somalia zijn gevechten geleverd in de Ogaden.
In Argentinië vinden nog steeds gewelddaden plaats. In Chili ernstige schending van mensenrechten.
Over de landen achter het IJzeren Gordijn zijn mensenrechten helemaal niet in tel. Daarover wordt minder gesproken. Omdat men het gewoon is geworden, of omdat men selectief verontwaardigd is?
In Libanon heerst een burgeroorlog, terwijl tevens bezettingen door Syrië en Israël plaats vonden.
Oeganda is Tanzanië binnengevallen.
In Nicaragua was een bloedige opstand.
In Zaïre boden Franse en Belgische parachutisten hulp, nadat in Shabe honderden mensen vermoord waren.
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.
Een jaar ook van schandalen.
In Duitsland moest minister Leber aftreden wegens een afluisterschandaal.
In Zuid-Afrika ging minister Mulder heen wegens misbruik van geheime fondsen.
In Engeland wordt de vroegere leider der liberalen beschuldigd van medeplichtigheid aan moord.
In India wordt een onderzoek ingesteld naar het gedrag van de gewezen premier mevr. Gandhi.
In Italië trad president Leone af na beschuldiging van corruptie.
Een jaar waarin de samenwerking in Europa weinig voortgang maakte.
Wel maakt men zich op voor het houden van rechtstreekse verkiezingen, maar de stichting van een Europese Monetaire Unie wil niet van de grond komen.
Om niet helemaal in mineur te eindigen nog een paar opwekkender ontwikkelingen uit de kronieken van dit jaar.
In China krijgt de ideologie van Mao Tse Toeng na het optreden van Hoe als premier minder invloed.
Egypte en Israël voeren onderhandelingen en schijnen de oprechte wil te hebben om tot overeenstemming te komen.
En tenslotte schijnt Jimmy Carter het vak van president langzamerhand wat beter onder de knie te krijgen.

Nederland
En dan nu ons eigen land. Wat hier gebeurt, beroert ons natuurlijk het meest. Helaas bleef ook ons land niet gespaard voor geweldpleging.
Na de gijzelingsacties van de Zuid Molukkers in Wijster, Amsterdam en de Punt kregen we dit jaar de bezetting van het provinciehuis te Assen.
Ook deze actie kostte weer mensenlevens. Het onoplosbaar lijkende probleem der Zuid Molukkers wordt daarmee in elk geval niet tot een oplossing gebracht. Het gevaar van rassen tegenstellingen wordt vergroot.
Trouwens ons land, dat altijd vooraan staat om andere volken te vermanen over de behandeling van andere rassen, geeft er steeds meer blijk van zelf ook niet van rassendiscriminatie afkerig te zijn. Hoe moeilijk kan men er toe komen om Surinamers en anderen wier huidskleur van de onze afwijkt te accepteren.
Maar ook anderen ondervinden deze discriminatie. Hoe moeilijk blijkt het niet om woonwagenbewoners en zigeuners geaccepteerd te krijgen.
Ten aanzien van corruptie en schandalen steekt Nederland nog vrij gunstig af vergeleken bij vele andere landen.
Wel deed koopsompolisaffaire veel stof opwaaien, maar inhoudelijk bleek er weinig aan de hand te zijn. Gelukkig het volk, dat zich daarover nog opwindt.
Ernstiger is, dat steeds weer beschuldigingen tegen Prins Bernhard worden geuit. Het is duidelijk, dat tegen de Prins der Nederlanden een hetze wordt gevoerd. Het houden van heksenjachten blijkt voor bladen als de "Haagse Post" nog altijd een aantrekkelijke bezigheid.
Grote opwinding veroorzaakte onlangs de vrijlating van Menten. Op zichzelf is deze vrijlating op juridische gronden niet zo'n vreemde zaak.
Van belang is wel, waarom deze zaak in vroeger jaren niet is doorgezet.
Op dit moment valt daarover nog weinig te zeggen.
Het meeste politieke tumult is in dit jaar wel veroorzaakt door het optreden van het kabinet-Van Agt en de confrontatie van dit kabinet met de Tweede Kamer.
Bij het optreden van dit kabinet zijn de decors wel volledig veranderd en het is duidelijk, dat menigeen er nog grote moeite mee heeft nu een ander politiek spel te moeten spelen.
De leider van de P.v.d.A.-oppositie, Den Uyl, blijft zich gedragen als een mokkend kind, dat maar niet over zijn verlies kan heenkomen.
Het C.D.A. schijnt nog steeds niet zeker te weten, of men wel goed gedaan heeft om voor samenwerking met de V.V.D. te kiezen. Het lijkt wel of velen nog steeds met heimwee terugzien naar de samenwerking met de P.v.d.A. Soms laat de fractie het beeld zien van een onwillige ezel, die door de klappen van baas Van Agt wordt voortgedreven op een pad, dat men toch eigenlijk niet op wil.
De V.V.D., gewend aan de felle oppositie van Wiegel moet nog wat wennen aan de vriendelijke leiding van Rietkerk als aanvoerder van een kabintsgetrouwe fractie.
Het is duidelijk, dat D.66 onder leiding van de slimme Terlouw de oppositierol het beste speelt.
Op 16 januari kregen we de regeringsverklaring van het kabinet-Van Agt.
Al vanaf het begin kreeg het kabinet te maken met de felle oppositie van de P.v.d.A. en de aarzelende houding van het C.D.A. En zo is de situatie het hele jaar door gebleven.
Het begon met een discussie over het Ultracentrifuge-project te Almelo.
Van de kant van het C.D.A. (v. Houwelingen) was men erg gekant tegen levering aan Brazilië, als er niet voldoende waarborgen waren voor vreedzaam gebruik.
In februari kregen we de discussie over de neutronenbom. Kort tevoren had de C.D.A.-fractie de productie daarvan afgewezen.
Dit leide tot een controverse tussen Van der Klauwen Kruisinga. Op 4 maart diende Kruisinga zijn ontslag in. Als reden gaf hij op zijn afwijkend standpunt over de neutronenbom. Er waren overigens redenen te over om het heengaan van deze bewindsman te wensen. In minister Scholten werd een goede vervanger gekregen voor de niet van ijdelheid gespeende Kruisinga.
Op 29 februari werden Statenverkiezingen gehouden, die vooral voor het C.D.A. winst bracht. Deze partij werd daardoor de grootste.
Behalve D.66 verloren alle kleine partijen. De kleine partijen schijnen op dit moment het getij tegen te hebben. Hoewel velen deze ontwikkeling toejuichen, waag ik toch te betwijfelen, of dit wel een gunstige ontwikkeling is.
Op 7 maart werd tegen de zin van Van Agt een anti-neutronenbom-motie aanvaard.
Ook de verkiezingen voor de Gemeenteraad op 31 mei liepen voor het C.D.A. weer gunstig af.
Deze verkiezingen lieten zien, dat men over het algemeen wel vertrouwen in het kabinet-Van Agt had.
Daar elke Minister van Binnenlandse Zaken weer een andere opvatting heeft over de bestuurlijke herindeling, kwam Wiegel nu met een gewijzigd voorstel, nl. om te komen tot 17 provincies. Het waren er eerst 44, toen 24, nu 17. Ik hoop, dat zijn opvolger zal voorstellen het getal maar te laten op 11. Wanneer men toch iets nieuws en beters zou wensen, zou men het aantal moeten verminderen tot b.v. 5. Dan was er ook meer mogelijkheid tot decentralisatie van rijkstaken.
Een grote dag voor het kabinet-Van Agt was 30 juni. Toen werd "Bestek 81" ingediend. Dit bestek gaf de hoofdlijnen voor het financieel en sociaal-economisch beleid voor de middellange termijn. Het doel is om de werkloosheid terug te dringen tot 150.000, de inflatie te verminderen tot 2 à 3% per jaar, het rendement van de bedrijven te verbeteren en investeringen te bevorderen. Daardoor is een ombuigingsoperatie nodig van 10 miljard, een aanzienlijke beperking van de stijging van de collectieve lastendruk en inkomensmatiging.
Op 23 juni werden we voor het eerst geconfronteerd met een door de wet verboden staking van ambtenaren. In december kregen we het vervolg.
Op 7 juni was er een fel Kamerdebat over het besluit van het kabinet om de defensieuitgaven met 3% per jaar te doen stijgen.
De begroting voor 1979 stond uiteraard in het teken van "Bestek 81".
Op dit moment zijn de discussies daarover nog aan de gang. Helaas geeft de meerderheid van de Kamer nog al eens de indruk, dat men deze grote operatie niet goed aandurft.
Tussen de bedrijven door kregen we in september weer een debat over de Urenoorzaak en in oktober een over de neutronenbom.
Bij dat laatste debat gaf Van Agt te kennen, dat dit debat geen bijdrage leverde tot verheffing van het gezag van het parlement.
En zo gaat de regering moeizaam voort.
Intussen gingen twee mensen de C.D.A-fractie verlaten. Eerst Boersma, omdat hij het met de fractie niet eens was. Later Aantjes wegens de onthullingen over zijn houding in oorlogstijd. Over de laatste is veel geschreven.
Als vriend van Aantjes wil ik mijn commentaar sober houden.
Hoewel ik zijn politieke inzichten de laatste tijd niet altijd kon delen, vind ik het jammer, dat iemand, die zich zo aan de christelijke politiek heeft gegeven op deze wijze moest heengaan. Zijn terugtreden is een verlies voor de fractie van het C.D.A Het is niet gemakkelijk iemand te vinden, die deze nog niet zo homogene club bij elkaar kan houden.
Dit alles in aanmerking nemende is het niet zo vreemd, dat de laatste opiniepeilingen voor het C.D.A aanzienlijk minder gunstig zijn.
Dat zal niet liggen aan de minister-president Van Agt, die in zijn ambt groeit.

Epiloog
Het waren enkele willekeurige bladzijden uit de kronieken van 1978.
Niet zo'n opwekkende litteratuur.
Internationaal veel geweld, opstand, onderdrukking en corruptie.
Nationaal een politiek nog al bewogen jaar met veel fricties tussen kabinet en parlement.
De welvaart is in Nederland achteruit gegaan en men heeft niet de moed de bakens te verzetten.
De invloed van de christelijke ethiek neemt af. Daarmee de mogelijkheden van de overheid om christelijke wetten te maken.
Toen Ahasveros de kronieken liet voorlezen, bemerkte hij, dat hij tegenover Mordechai tekort was geschoten en hij haastte zich deze fout te herstellen.
Waarin zijn wij als nederlandse natie tekort geschoten?
Wat hebben wij ervan gemaakt?
Daar is veel waarover we ons moeten schamen. Daar zijn veel fouten gemaakt.
Dat is onze gemeenschappelijke schuld.
We hebben de neiging om over anderen te klagen.
Het is beter aan het eind van het jaar 1978 onze gemeenschappelijke schuld te belijden en te bidden of God ons de kracht mag geven ons leven in 1979 in dienst te stellen van Zijn Koninkrijk.
De wereld lijkt wel een chaos. Het onrecht lijkt te overwinnen.
Maar laten we het niet vergeten, dat 1978 het jaar was van onze Heer, die de Koning is van alle koninkrijken der aarde.
Daarom was 1978 toch ook een gezegend jaar en mogen wij vol vertrouwen 1979 tegemoet gaan.

8 december 1978

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief