C. Gerretson
1975-01-03
In Opbouw van 24 mei 1974 bespraken we het eerste deel van de verzamelde werken van prof. C. Gerretson, voor sommigen meer bekernd onder zijn schuilnaam Geerten Gossaert. Het eerste deel bevatte voornamelijk literaire opstellen. Het tweede deel bevat dertig, voornamelijk historische opstellen die Gerretson schreef tussen 1904 en 1931. Ook de vier delen, die nog moeten verschijnen, zullen over de geschiedenis gaan. Werd het eerste deel geïllustreerd met een tekening van de auteur-in-zijn-jeugdjaren, het tweede deel bevat een foto van een ongeveer tien jaar oudere Gerretson.- Jaargang 19
- nummer 1
• Vrijheden
Hoewel het tweede deel dertig hoofdstukken telt, gaat het eigenlijk slechts over drie onderwerpen: de gereformeerde gezindte, de Belgische kwestie (met name Vlaanderen) en Indië.
Wat de gereformeerden gezindte betreft, lezen we artikelen over Groen van Prinsterers aktualiteit, over de jeugd van Goen, over "het levensbericht van dr. A. Kuyper".
Voor de bespreking van dit tweede deel pikken we er één onderwerp uit. Een onderwerp dat Gerretson beschrijft aan de hand van Groen van Prinsterer, maar dat ook in zijn eigen geschriften een belangrijke plaats inneemt.
Groen werd namelijk door één ongedeelde en ondeelbare passie beheerst: de hartstocht voor geestelijke vrijheid. Hij verzette zich "tegen de vijanden, die in de maatschappelijke en staatkundige instellingen de historische 'vrijheden' van zijn volk zou dreigen te verstikken". (28) Hij pleitte voor politieke vrijheid, maar ook voor vrijheid van onderwerp en voor de kerken. Bekend is Groens pleidooi voor het recht van de afgescheidenen van 1834.
Hoewel zelf hervormd, verdedigde hij de geestelijke vrijheid van de afgescheidenen als een recht. (38, 224, 225) Gerretson toont zich wat dit betreft een trouwe leerling van Groen. En dit onderwerp: het verdedigen van de vrijheden in een volk, vormt tevens de overgang naar het tweede onderwerp. Dat is de zgn. Belgische kwestie, met name de taalstrijd tussen de Vlamen en de Walen.
• Vlamen en Friezen
In Vlaanderen bestond na de middeleeuwen een behoorlijk krachtige stedelijke demokratie. Deze stedelijke vrijheden waren in Vlaanderen sterker ontwikkeld dan in de rest van de zuidelijke Nederlanden. Het volk van Vlaanderen heeft zich ontwikkeld als een typisch volk meet een eigen karakter. Het heeft iets karakteristieks, dat het als volk herkenbaar maakt.
Zo heeft het een eigen taal; sinds lang tijd een groot probleem in België. In de hoofdstukken over "Vlaanderen en België", "Vlaamse Beweging" en "Het land van Guido Gezelle" schrijft Gerretson over dit taalprobleem, juist omdat het meer is dan een taalkwestie.
Een algehele verfransing van Belgie noemt hij een denationalisering Anderzijds is een taalgrens niet slechts met behulp van traktaten en garanties veilig te stellen.
Gerretson bepleit een remedie, die diep in het volk zèlf wortelt.
Het Vlaamse volk is een eigen volk en daarom behoren we zijn taal te respekteren en zijn kultuur te beschermen! Aldus Gerretson.
Vroeger hebben we gemeend de Hollandse belangen te beschermen door bezettingen van soldaten in Belgische steden. We sloten Belgische havens af. We wilden België onder ons "Hollandse vreemdelingenbewind" brengen.
Gerretson bepleit een bestuurlijke scheiding in België. Geen aparte staat Vlaanderen. Dat zou een ramp zijn, zegt hij.
Maar hij bedoelt eenvoudig, dat het openbaar gezag al zijn funkties, ook het onderwijs, in het Vlaamse deel van België uitsluitend in het Nederlands uitoefent en in het Waalse deel uitsluitend in het Frans. Zoals in de middeleeuwen in het bisdom Luik het Franse deel in het Frans, en het Nederlandse deel in het Nederlands geadministreerd werd.
Het gaat in België om twee verschillende volken. Vlaanderen moet zich daarom naar haar eigen aard, met haar eigen taal en kultuur kunnen ontplooien. (98, 99) Hier vinden we tevens een aansluiting met het eerste deel van Gerretsons verzamelde werken: het deel over literatuur. In dit deel spreekt hij over de Friese taal. Het recht op het gebruiken van een eigen taal is een volksrecht.
Een volk heeft er recht op in zijn eigen taal bestuurd, berecht en onderwezen te worden. (Deel I, 427).
"Zéker moet het mogelijk blijven, dat ook anderen dan Friezen tot de magistratuur in Friesland worden benoemd, mits die anderen dan ook maar Fries leren; zoals een Fries, die in overig Nederland 'n ambt begeert, Nederlands, en een Waal, die zulks in Vlaanderen verlangt, Vlaams moet leren.
Is Fries leren dan zó moeilijk?
Wisten onze B.B.-ambtenaren, behalve Maleis, zich niet, waar nodig, een dozijn of meer heel wat moeilijker talen eigen te maken, om de Indonesische volkeren naar de eis te kunnen dienen?
De ambtenaar is er voor het volk en niet omgekeerd; dat is een demokratisch standpunt." (Deel I, 430).
Tegen de Nederlandse overheid zegt Gerretson: erken het eigene van het Friese volk en daarmee het eigene van zijn taal.
Het is een volksrecht.
Doch rjocht! En in het Vlaams zegt hij hetzelfde tegen de Belgische overheid Zoals het Fries een nationale taal' is in het koninkrijk der Nederlanden zo is het Vlaams een nationale taal in het Belgische koninkrijk.
Het beschermen en het tot ontplooiing brengen van het eigene van een volk, is een kultuurtaak.
• Houdt Gerretson vol?
We zagen dat het eigene van een volk een grote plaats in zijn denken inneemt. Hij verdedigt de vrijheden van een volk, omdat het volksrechten zijn.
Houdt hij dit standpunt vol, als hij over Indië schrijft?
Hij schrijft in het tweedt deel over Coen.
Coen was volgens Gerretson geen Indisch staatsman, vestiger van Indisch rijk. Hij was "een Hollands staatsman, in Indië bevestiger van de Hollandse onafhankelijkheid, drager, over de wereldzee, van een Hollands hart, van een Hollands ideaal( ... ) een simpel man, die in en door Indië Hollands grootheid zocht."(269) De nederzettingen in Indië mochten geen factorijen (handelskantoren) van de Compagniee worden.
Coen wilde Hollandse steden in Indië bouwen, nederzettingen van het Hollandse volk. Niet een nederzetting van een bepaalde Hollandse stad.
Geen Nieuw Amsterdam dus, maar Batavia, een stad van het Hollandse volk. (273) Het is opvallend, dat Gerretson de bezetting van Belgische steden door Hollandse soldaten afwijst, maar dit niet doet als het over Indië gaat. We mogen niet een Nederlands België nastreven.
Mocht een Nederlands Indië wel?
Een "Hollands vreemdelingenbewind" wijst hij voor België af, maar voor Indië blijkbaar niet.
Nu ben ik wars van modieuze kritiek op alles wat kolonialisme genoemd wordt. Ook de goedkope kritiek op Coen en anderen deel ik niet. Deze kritiek wordt vaak gekenmerkt door het isoleren van bepaalde gebeurtenissen uit de tijd waarin ze plaats vonden. Dat is een a-historische kritiek.
Ook wil ik oog hebben voor de zeer goede intentie van Gerretsens beschouwingen over het eigene van een volk, zijn taal en zijn hele kultuur. Uit het bovenstaande citaat blijkt ook, - dat Gerretson het prijst als Nederlandse ambtenaren de talen van volken in Indië leren. Hij noemt dat zelfs een demokratisch standpunt!
Maar wat blijft er van deze mooie gedachte over, als hij over het Nederlands bestuur in Indië schrijft? Hollands groei, Hollands bloei staan in zijn beschouwingen voorop. Holland heerst en overheerst in Indië.
Zijn spreken over de eigen aard van de volken lijkt dan op lippendienst.
In elk geval lijkt de gedachte van de Groot Nederlandse beweging meer aksent te krijgen dan het opkomen voor de eigen aard van de volken in de Indische Archipel.
Tot slot nog een paar opmerkingen.
We hebben nu twee delen van Gerretsons verzamelde werken gelezen. Hier ligt veel waardevols opgeslagen. Deze delen zijn zonder meer een waardevol bezit! De waarde van deze boeken zal toenemen, als er nog eens een namenregister aan toegevoegd kan worden. Ook een register van onderwerpen lijkt me op den duur onmisbaar. En als er toch nor eens een deel met registers verschijnt, zou de samensteller, dr Puchinger, zich dan niet eene kunnen wagen aan het 'schilderen' van een levensportret van Gerretson?
N.a.v. C. Gerretson, Verzamelde Werken, Deel II (geschiedenis 1904-1931).
Uitg. Bosch en Keuning N.V.
Baarn 1974, 405 b1z. f 37,50.