Persschouw
1975-01-03
• De "aardverschuiving"- Jaargang 19
- nummer 1
Zoals onze lezers wel gemerkt hebben probeer ik in de Persschouw vooral informatie te geven omtrent wat rondom ons gebeurt.
Wij vormen maar een kleine kerkelijke gemeenschap en daarom is het te meer nodig goed te weten wat vlak bij ons plaats vindt. Zo gaf ik indertijd uitvoerige inlichting omtrent de kwesties rondom Kuitert en Wiersinga.
Hier volgt iets van wat ik in de laatste nummers van "Voorlopig" las. Dat is een maandblad dat zich aandient als "Evangelisch commentaar bij de tijd". In de redaktie zitten een aantal vooraanstaande Gereformeerden. Het blad heeft meer dan 10.000 abonnees.
Ik zette boven deze Persschouw de "aardverschuiving". Enkele jaren geleden profeteerde Kuitert dat zijn schrijven het begin was van een "aardverschuiving". Het nu volgende is het bewijs dat zijn profetie is uitgekomen.
De theologische fout
Naar aanleiding van de film Jesus Christ Superstar schrijft Eveline Stern: Als ik alle theologische aanmerkingen die er op de film te maken zijn zou willen opnoemen, zou ik heel wat papier nodig hebben ... Nee, de theologische fouten die de makers van de film maakten, zijn niet zo belangrijk. Maar de theologie van eeuwen die hen tot die fouten gebracht heeft: de prediking van de God der wrake: "die - liever dan de zonde ongestraft te laten, deze aan zijn lieve zoon gewroken (moet zijn: gestraft - C.V.) heeft met de dood, ja, de met de dood des kruises."
Over het bidden
Hierover schrijft drs A. Schippers:
Is Hij de God van mensen of niet? Hij piekert er niet over om mensen uit het veld te slaan of van de kaart te spelen.
Zijn rijk het Godsrijk, daarin mogen mensen met elkaar tot hun recht komen.
Het is het mensenrijk, zoals je ook een planten- en dierenrijk hebt.
Van de weeromstuit kan bidden nu ook niet anders zijn dan een verborgen omgang met déze God. Als deze God mensen aan het bidden zet, haalt Hij hen niet weg uit hun wereld. Wie tot Hem bidt, keert zich niet af van zijn medemensen, van zichzelf en van de gezamenlijke geschiedenis om zich voor een moment naar God toe te keren. Wie met deze God gaat spreken kan niet anders dan opnieuw en dieper ingaan op de dingen waar God hem aan gezet heeft. Met het oog op deze God verzamelt hij zichzelf uit alle hoeken en gaten van de verwarring en onzekerheid om opnieuw die éne en eenvoudige mens te zijn, die hij God zij dank zijn mag, om met andere mensen samen verder te gaan staan aan de eigen en gezamenlijke aangelegenheden.
Wie zich dan ook Gods reactie op zijn gebed niet wil laten ontgaan, zal aandacht moeten geven aan de mensen met wie hij te maken heeft, aan de wereld waarin hij woont, en aan zichzelf. Daar en nergens anders "zegt" deze God "iets terug" .Dat is zo sterk, dat iemand als Mönnich God vaak Amsterdams hoort praten.
Over het huwelijk
In een artikel over het huwelijk van drs Speelman wordt opgemerkt, dat achter de vraag van vele jongeren: Wáárom zou je eigenlijk trouwen en - àls je al meedoet aan dat instituut van het huwelijk - wáárom zou je dan trouw moeten zijn, een groot stuk wantrouwen en een groot stuk protest tegen de wereld der volwassenen steekt. De jeugd voelt er weinig voor om zómaar de instituten van de oudere generatie over te nemen met alles er op en eraan. Wie nu de discussie over het huwelijk wil beslissen met een: "er staat in de bijbel" neemt daarmee het daarin gehuldigde hele patriarchaat over. En dat wil tegenwoordig niemand behalve een zonderling. Daarom is: "het staat in de bijbel" voor niemand een argument. Ook met het argument: "Ik geloof in Jezus Christus" komt men er niet met de twijfelaars t.o.v. het huwelijk. Dan kan men hoogstens een aantal teksten laten liggen! En daarom ontkomt men niet aan de vraag "naar de funktie van het huwelijk in het menselijk bestaan. En binnen dat kader moet worden bezien of partnerschap en trouw een zinnige funktie vervullen."
Nadat zo het bestaande huwelijk problematisch is gemaakt wordt door "analies kraan" en "bert van de lagemaat" een antwoord op dat probleem gegeven in een artikel: samenleven en niet trouwen.
Daarin schrijven zij o.a.: "Er zijn ook mensen die de noodzaak om te trouwen niet of nog niet zien.
Zonder trouwboekje gaat het ook best.
• Soms ziet men het samenwonen als een proeftijd: men wil aldus uitproberen of men in alle opzichten bij elkaar past voordat men elkaar eeuwig trouw belool c.
*Anderen zijn in het algemeen tegen institutionalisering van persoonlijke relaties.
Dat is iets waarin je geheel vrij moet zijn en blijven. Liefde en gebondenheid zijn met elkaar in tegenspraak. Een hiermee samenhangende visie is, dat niet intieme relaties in wettelijke kaders, maar alleen gemeenschappelijke economische handelingen, bijvoorbeeld bij de notaris, dienen te worden vastgelegd.
* Weer anderen zijn bang als getrouwd stel te worden weggestopt in een hokje en zo tegen wil en dank geïsoleerd te raken. Bovendien is het feit dat je getrouwd bent voor de buitenwereld veelal voldoende verklaring voor je daden: je wordt niet meer om verantwoording gevraagd.
• Ook zijn er mensen die tegen dit instituut zijn in het kader van een fundamentele maatschappijkritiek: huwelijk en gezin in hun huidige vorm zijn verweven met ons kapitalistisch maatschappijbestel ; wil je dat bevechten dan probeer je de instituten af te breken waaruit het opgebouwd is.
*Tênslotte zijn er de mensen diezo ze het al zouden willen - niet kunnen trouwen, omdat ze toevallig niet een paar vormen, met twee leden van verschillend geslacht.
Na zo de redenen genoemd te hebben waarom vele jongelui in de - voorheen - gereformeerde wereld "het instituut van het huwelijk" afwijzen, gaan deze studenten zo verder:
Het zal duidelijk zijn dat de genoemde motieven door elkaar lopen of samengaan.
Wijzelf zijn indertijd gaan samenwonen zonder onmiddellijk aan trouwen te denken. Wij zagen de zin ervan niet in, hadden het niet nodig om aan woonruimte te komen of om ons dagelijks brood veilig te stellen, en er werd weinig sociale druk op ons uitgeoefend.
Wel werd ons van tijd tot tijd door verschillende mensen om verantwoording gevraagd voor het uitblijven van onze trouwdag. Dank zij die gesprekken, die ons dwongen tot nadenken, zijn we tot het voorlopige en niet tot het einde toe doordachte, inzicht gekomen dat het huwelijk in zijn huidige vorm helemaal niet zo'n ideale instelling is als wel wordt voorgesteld. Immers, het brengt een hoeveelheid bescherming en voorrechten met zich mee, die bij nader inzien alleen blijken te gelden voor die mensen die een duurzame relatie willen en kunnen aangaan met één partner van het andere geslacht.
Vanuit de bestaande wetgeving is elke afwijking van dit patroon, elk alternatief huishouden, abnormaal. Velen voelen zich dan ook nog niet vrij - en zijn dit in feite ook niet - om voor zichzelf die vorm te kiezen die voor hem past.
Er is, zo gaan de beide studenten verder, een groot aantal "relatievormen" - of wat in dit geval h.i. meer ter zake is - "huishoudens".
Of in ieder geval "aanzetten" daartoe. Als zulke "relatievormen" of huishoudens worden dan -in één adem en op één niveau - genoemd: samenwonende broers en zusters, homofiele relaties, gezinnen, alleenwonenden, communes, groepsrelaties, concubinaten, enzovoort! De schrijvers willen geen morele beoordeling van deze "relatievormen"
geven. Letterlijk schrijven ze dan: leder mens moet in zijn samenleven met mensen zichzelf kunnen zijn.
De schrijvers verklaren dat er nog heel wat leed en strijd geleden moet worden voordat we zover zijn dat er niemand is die de manier waarop hij zijn geluk wil zoeken als abnormaal ervaart.
Maar: hoe meer mensen nu al ervan afzien gebruik te maken van het privilege "huwelijk" des te sneller zal dit proces zich kunnen "doorzettenin 't proces namelijk dat resulteren moet in een "relatiewetgeving" waardoor al de genoemde relaties legaal worden gemaakt en een zo groot mogelijk economische onafhankelijkheid en daarmee een gegarandeerd inkomen voor ieder individu en dergelijke wettelijk wordt vastgesteld. In hetzelfde nummer van "Voorlopig" - het heeft tot motto "huwen of hokken - wordt zonder kommentaar de volgende ontboezeming van een ongetrouwde vrouw afgedrukt:
Wij heterofiele vrouwen hebben erge behoefte aan de vriendschap en de liefde van een man. Nu is het praktisch onmogelijk na je 30ste en zeker na ja 40ste jaar nog een heterofiele man te vinden.
Het kan evenwel voorkomen dat een niet al te gelukkig gehuwde man en een ongehuwde vrouw elkaar zeer gaan waarderen en liefhebben, zonder dat echter in het openbaar te mogen tonen.
Zij zouden zo graag rond willen uitkomen voor hun liefde en hun relatie kerkelijk ingezegend willen zien. En waarom ook niet? Moet de publieke opinie niet zo gevormd worden dat men dit ook normaal gaat vinden? "De man kan gaan scheiden", zullen sommigen zeggen, maar als hij zijn gezin in de steek laat, steigert de publieke opinie helemaal.
Daar moet wat aan gedaan worden, want hoe moeten wij vrouwen ons probleem anders oplossen?
Een "weduwnaar" zult u denken, maar moet ik dan heus tot mijn 70 ste jaar wachten om misschien een aftandse weduwnaar van 80 te kunnen huwen?
Ik hoop dat kerk en staat ons probleem ter harte willen nemen en dat in de kerkelijke en gewone pers vurige pleidooien zullen worden gehouden voor de opinie dat, wanneer er geen echte liefdesband bestaat tussen man en vrouw, scheiden normaal is en in sommige gevallen ook gekozen kan worden voor een polygaam huwelijk (een huwelijk van een man met meer dan één vrouw), dat dan kerkelijk ingezegend moet kunnen worden.
Voor de heterofiele ongehuwde vrouw zal er namelijk niet licht een oplossing komen wanneer de publieke opinie en de kerk de scheiding en het polygame huwelijk niet aanvaarden.
Euthanasie
Ook over euthanasie wordt in "Voorlopig" gesproken. De redaktie-secretaris Eimert Pruim formuleert daaromtrent enkele stellingen. Ik citeer er een paar: De behoefte aan actieve euthanasie (het opzettelijk een eind maken aan het leven - c.v.) kan samenhangen met onbekwaamheid om ernstig zieke mensen een adequate behandeling te geven.
Mensen die een ernstig en langdurig lijden tegemoet gaan hebben, na weloverwogen met anderen de verschillende aspecten te hebben besproken, recht op de dood. De arts dient medewerking dan niet te onthouden.
De Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie heeft een levens-testament of euthanasie-verklaring ontworpen, hetgeen de mogelijkheid biedt om wensen ten aanzien van eigen levens-beëindiging kenbaar te maken. Voor wie dit wel moet dit testament volledige rechtsgeldigheid krijgen.
"Voorlopig" geeft dan de tekst van zo'n testament en vermeldt dat er al 6000 van deze testamenten zijn "uitgezet".
Pluriformiteit
Zoals bekend is heeft de synode van de (synodaal) Geref. Kerken een "Geloofsgetuigenis" de wereld ingezonden. Het werd opgesteld door de proff. Berkouwer en Herman Ridderbos. Prof, Augustijn ziet, 'Om met de redaktie van "Voorlopig" te spreken, daarin "niet veel brood." Het is te weinig een belijden. Doordat er "te weinig in geluisterd wordt". En tegelijkertijd "te veel en te weinig"
in wordt gezegd. Er zit te veel verleden en te weinig heden in. Of: het ruikt teveel naar de school en je proeft er te weinig de kerk in. Prof. Augustijn gelooft dat we thans niet meer tot een gelijke belijdenis kunnen komen.
Als de kerkmensen proberen hun geloof te belijden komen er waarschijnlijk zeer verschillend woorden die langs elkaar heen lopen en elkaar tegenspreken. Bovendien: je moet blijven leren en dat betekent dat je jezelf niet eens en voor altijd "vastpint" op een bepaalde manier van denken en spreken. Het zou z.i. wel eens kunnen zijn dat een van de belangrijkste taken van de kerk is dat ze volmondig erkent, dat er veel manieren zijn om je geloof te belijden. In dit verband spreekt hij van "pluriformiteit". En wel zo:
Er wordt veel gesproken over pluriformiteit, veelvormigheid, in de kerk. Het woord klinkt mooi, maar het stelt niets voor, als we de pluriformiteit alleen tegen wil en dank aanvaarden, omdat het blijkbaar niet anders meer kan. Het betekent pas iets, als we de ander werkelijk nemen zoals hij is, in zijn anders zijn, als we de confrontatie met hem ervaren als een verrijking van eigen eenzijdigheid, ook al zijn we het absoluut met hem oneens. Dat betekent voor de kerk, dat ze niet bang hoeft te zijn voor vele, ook elkaar tegensprekende, uitdrukkingen van het ene geloof. Dan komen we van belijdenis weer tot belijden.
"Sporen van God"
In het laatst verschenen nummer schrijft prof. Kuitert een artikel dat tot titel heeft "niemand heeft ooit God gezien". Kuitert wijst er daarin op dat de vraag "bestaat God eigenlijk wel?" vanaf de kinderleeftijd steeds weer in een mens 'Opkomt. Dat komt z.i. vooral daarom omdat niemand ooit God heeft gezien. Geen enkele van de vele bestaande godsdiensten kan zeggen dat hij God heeft gezien. Als we nu toch overgaan tot de geloofsovertuiging berust dat "op heel gewone processen van overdracht, die je inderdaad zou kunnen samenvatten in de uitdrukking, dat wij Gods bestaan van horen zeggen hebben." Het stellen van die vraag "bestaat God wel?" is juist dáárom niet vreemd. Want wij leven in een werkelijkheid die volkomen met de traditionele woorden over God in strijd schijnt. God was altijd scheppingsorde -- maar die orde is weg. Is God dan ook niet weg?
Bestaat de God van de liefde nog wel? Want waar is die liefde?
Theologen hebben geprobeerd zich uit de benauwenis van de vraag: "bestaat God wel?" te redden.
Kuitert noemt enkele van die "reddingspogingen". Maar die zijn z.i. niet geslaagd. En dan schrijft hij het volgende: De vraag blijft dus staan: wat kunnen we over het bestaan van God dan nog zeggen? Ik begin nog een keer met dat woord uit de - christelijke - godsdienstige traditie: niemand heeft ooit God gezien. Laat ons dat in ieder geval een beetje troosten. Maar er zijn wel godsdiensten, zei ik, en ik heb beloofd er aan het einde van mijn bijdrage op terug te komen. Wat bieden de godsdiensten - inclusief het christendom ons dan?
Ik denk dat we kunnen zeggen: de godsdiensten willen ons elk voor zich en op eigen manier aanwijzen wat zij voor de sporen van God houden in onze wereld.
Let wel: elk voor zich en op zijn eigen manier. De godsdiensten wijzen ons niet dezelfde dingen als sporen van God aan.
Dat maakt de zaak van de godsdienst nog moeilijker, maar zo is het nu eenmaal.
Vervolgens: meer dan sporen aanwijzen kan een godsdienst niet doen. Wij zelf, de mensen, moeten de sporen volgen en zo - ja, wat eigenlijk? Bij God en zijn heil uitkomen? Ik weet niet hoe andere godsdiensten dat zeggen, maar onze eigen, christelijke godsdienst blijft ook nog erg bescheiden. ' Op dat woord: niemand heeft ooit God gezien, volgt in het bijbelwoord dat ik aanhaalde: maar de eniggeboren Zoon heeft Hem aan ons uitgelegd. (Joh. 1 : 10) Jezus heeft óók sporen van God aangewezen in onze wereld. Met "ook" bedoel ik dat er meer geweest zijn die het gedaan hebben, bijvoorbeeld Mohammed ~n Boeddha. Jezus heeft andere dingen als sporen van God aangewezen dan zij.
Eigenlijk heel merkwaardige dingen. Om de sporen van God en zijn heil te vinden verwijst hij zijn volgelingen niet naar het verleden, maar naar wat komt.
Setrker, wat komt is het spoor van God.
Dat kan ons wat vreemd in de oren klinken omdat wij, net als de meeste mensen, met wat komt niet veel op hebben.
Wat komt is een inbreuk op wat is, wat we hebben, waar we aan gewend zijn en wat we kunnen bemannen.
De dingen worden door wat komt altijd weer anders en dat is zowel vermoeiend als angstig.
Toch is dat wat komt nu juist waar Jezus ons heen wijst als het om Gods sporen in onze wereld gaat. De dingen veranderen door wat komt; dat kun je ook zo lezen: wat muurvast zat, raakt weer los en vlottende, doorlopende wegen blijken bij de volgende bocht (van de geschiedenis) toch weer niet dood te lopen of niet helemaal. Alles verandert betekent eigenlijk: alles ontkluister weer door wat komt.
Of nee, dat is te automatisch voorgesteld.
Wij hebben er immers zelf de hand in. Niets veranderd of wij mensen zitten er achter en geven aan de verandering de richting die het meekrijgt; ten goede of ten kwade, al naar gelang we - in meer of minder uitgewerkte vorm --ideeën erop nahouden hoe alles eigenlijk zou moeten zijn.
Alles ontkluistert door wat komt, zeker, maar omdat we er zelf tussen zitten, kunnen de dingen ook weer verkeerd aflopen, in het slop raken, doodlopen of (anderen) dood laten lopen. En tóch, ook dat is weer niet het einde, ook teleurstellingen en misrekeningen zijn dat niet. Zij worden' allemaal - op hun beurt - nog weer ingehaald door wat komt. Ik denk dat Jezus zoiets bedoelde toen Hij zei: wat ervan komt is Gods koninkrijk. Wat komt, mag je aftasten op sporen van de ontkluisterende, vrijheid schenkende God.
Alle geloof, aldus Kuitert, begint met: "van horen zeggen", ook het christelijke. Maar ook dat kan louter daarvan, dat is van de "traditie" waartoe ook de Heilige Schrift behoort, niet leven. Die traditie heeft ook niet de bedoeling ons daarvan te doen leven.
De traditie zegt zelf dat we moeten letten op "de sporen van de vrijheid schenkende God." Dat opmerken van die sporen is onze zaak. dat is "levende godsdienst"!
Kuitert eindigt zo:
Beide zijn nodig, de traditie, het van horen zeggen hebben, en het opmerken van de sporen van God en zijn heil.
Is dat laatste er niet bij, dan verliest het aanhangen van de traditie zijn grond en zijn zin. Iedere keer als we denken: "bestaat God eigenlijk wel" is het zover.
Dan zijn we de sporen bijster en hebben alleen de traditie. Maar van traditie kan een mens niet leven, ook niet van de christelijke. Hij leeft van God, al was het maar van diens sporen.
Ik geef dit alles zonder kommentaar door.
Alleen heb ik enkele cardinale zinnen onderstreept.
Maar wie zich inleeft in wat in het bovenstaande werd geciteerd besteft ten volle dat de doorwerking daarvan betekent het einde van de reformatorische kerk, het reformatorische belijden, het reformatorische leven.
Naar aanleiding van de artikelen over Sensivity-Training die onlangs in "Opbouw" gepubliceerd werden.
Deze artikelen werdeu geschreven door drs B. Kristensen, in samenwerking met het "Studiecentrum".
De redaktie vraag graag aandacht voor het werk van dit studiecentrum.
Graag willen wij Uw aandacht vragen voor het werk van het "Studiecentrum".
Dit is een stichting die enkele jaren geleden werd opgericht, onder de naam Stichting "Internationaal Christelijk-
Studiecentrum". De bedoeling van de stichting is Christenen samen te brengen in studiekernen, waar de deelnemers zich in het licht van de Bijbelse boodschap met elkaar bezinnen op fundamentele vragen waarmede wij allen geconfronteerd worden in een goeddeels onchristelijke maatschappij. Het ~aat er om een beter inzicht te krijgen in de zin en de consequenties van het alomvattend Koningschap van Christus voor ons denken en doen in deze wereld. Een wereld die ondanks alles wat wij mensen ervan gemaakt hebben God's wereld is en blijft.
De studiekringen zijn zowel voor studerenden als afgestudeerden bestemd. In een aantal algemene kringen worden hedendaagse stromingen en ideeën besproken die een grote invloed op de samenleving, hebben. Van sommige van deze stromingen is het anti-christelijk karakter duidelijk. Er zijn echter andere bewegingen waarvan de eigenlijke achtergronden en doelstellingen vaak verborgen blijven, maar die zich toch wel terdege in de praktijk doen gelden. In dit alles komt een tijdgeest tot uitdrukking die algemeen gezien niet uit, door en tot God is en die - we moeten dit eerlijk erkennen - ook ons als Christenen niet onaangetast laat. Daarom ook de noodzaak tot voortdurende zelfbeheersing, waarbij wij elkaar juist moeten helpen.
Zo hebben de kringen zich bezig gehouden met marxisme, evolutionisme, humanisme, vrijheidsidealisme, technocratische tendenzen in onze maatschappij.
Naast deze kringen van meer algemene aard zijn er ook meer gespecialiseerde kringen voor medici, maatschappelijke en politieke vraagstukken, literatuur, theologen, psychologen. Andere kringen zijn in voorbereiding. Bovendien wordt door het studiecentrum steun geboden aan plaatselijke studentengroepen in de vorm van advies en begeleiding.
Al dit werk dient om Christenen grondiger toe te rusten, zodat zij in hun werk en in de samenleving betere getuigen kunnen zijn van Christus en Zijn Koninkrijk.
De aktiviteiten van het Studiecentrum zijn duidelijk groeiende. Van verschillende kanten wordt om steun gevraagd. Het aantal studiekringen dat direct van het Studiecentrum uitgaat of waarbij het Studiecentrum via zijn staf betrokken is bedraagt op het ogenblik 14. Er is een groeiende samenwerking en een toenemend contact met evangelische studentengroepen, zoals C.S.F.R., lchthus, C.S.R., Campus Crusade, Navigators.
Het voorbereiden, organiseren en leiden van kringen gebeurt voor een deel door vrijwilligers. Omdat niet alles in vrije tijd gedaan kan worden, heeft de stichting ook twee deeltijdse stafmedewerkers in zijn dienst en daarnaast een deeltijdse administratieve kracht.
Hun taak is omvangrijk en van vitaal belang voor het werk.
Indien U verdere informatie inzake het Studiecentrum wenst te ontvangen, kunt U zich wenden tot de stafwerkers : Drs Brede Kristensen, Beatrixstraac 11, Baarnbrugge, tel 02949-1827; 01 Ds Hans Schouten, Rijksstraatweg 83, Baarnbrugge, tel. 02949-1634.
Voor elk blijk van meeleven zeggen wij U, ook namens alle medewerkers, van harte dank.
Met Christelijke groet,
het bestuur van het I.C.S.
Prof. dr G. A. Blaauw, Enschede Prof. dr J. D. Dengerink, Driebergen D. van Katwijk, Diever Dr G. Nienhuis, Zeist Mr T. van der Ploeg, Leiden Prof. Dr H. R. Rookmaaker, Diemen Prof. Dr E. Schuurman, Breukelen Mr E. J. F. Westerhuis, ’t Harde