Voor de zending

1975-01-10
  • Jaargang 19
  • nummer 2
SOEMBA-BORNEO (67) - Loekas was een begaafde Soembanese jongen. Op school ijverig, vriendelijk, hij deed echt zijn best en ieder was er van overtuigd, dat hij een 'goed onderwijzer zou kunnen zijn. Nadat· hij de daarvoor bestemde opleiding gevolgd had, werd hij aangesteld tot school goeroe, kreeg een standplaats toegewezen, trouwde met het meisje Debora en begon zijn werk aan de school.
Beiden deden met plezier hun werk. 't Wat een genot ze bezig te zien, ook buiten de school, in de kampong. Ze waren daar echt "boden van hun Heer". In huis hadden ze vier jongens, die te ver af woonden om elke dag op en neer naar hun ouders te gaan; die bleven dus door-de-week bij de onderwijzer.
De zendeling (ons verhaal speelt al veel jaren terug), zag op zekere dag een Soembanees zijn erf opkomen, met een brief. Een boodschap van Loekas. Een vraag om brandzalf, want enkele scholieren hadden een ongeluk gehad.
Nu deed dat bericht direct vermoeden, dat er wel wat meer loos was. Maar de boodschapper gaf niet veel informatie.
Wat was er gebeurd? Hij wist het niet precies, Maar wél kwam er uit, dat de vier jongens hun arm verbrand hadden tot aan de elleboog. Was er een pot kokend water omgevallen?
Weet niet, tuan, was er niet bij.
De zendeling besloot zelf te gaan kijken.
Niet zo'n eenvoudige zaak, want het betekende minstens drie uur rijden, de nacht overblijven, de volgende dag terug. Toch vond hij het nodig en met medicamenten en verband ging hij op pad. En toen hij aankwam bleek hoe nodig zijn hulp was. Loekas en Debora begonnen direct omstandig te verhalen, wat er gebeurd was, maar de zendeling meende eerst de patiënten te moeten helpen. Daarna zouden ze wel verder overleggen. En toen de jongens bij hem gebracht werden bleek duidelijk, dat er toch wel heel wat gepasseerd moest zijn.
Wat een brandwonden! Die waren wel behandeld met palmolie, maar meer deskundige hulp was geboden. Daarna kwam het verhaal. Omstandig, zoals dat op Soemba gewoonte is. Heel breed en van de aanvang af al met uitingen van schuld. "Ik ben beschaamd om het u te zeggen. Ik ben dom geweest, maar Satan is in mijn hart gekomen, heeft mij verleid, ik heb geluisterd en ben gevallen."
Ja, dat was gisteren. We hadden ons in de rivier gebaad, Debora en ik, en toen kwamen we thuis en toen misten we een paar sieraden. Overal gezocht, nergens gevonden. En wie waren in huis geweest?
Enkel de vier jongens, dus die hadden het gestolen. Gepraat, gevraagd, maar nee hoor. Zij hadden niets gezien, ze wisten nergens .van. Maar dat kon toch niet? Wie was er nu anders die de sieraden zou kunnen hebben weggenomen?
Eén van hen, of misschien wel samen, wie schuldig?
Loekas wilde beslist weten, wat er gebeurd was en zon op een middel om dat te weten te komen. En hij vond het.
Maar Debora zei, dat kan toch niet, dat mogen we toch niet doen: Maar Loekas was m alle staten. De sieraden dan?
Moeten we dat zomaar op -zijn beloop laten? Nee hoor. Kom maar mee.
De jongens kregen het volgende te horen.
Ik neem vier centen, gooi die in een pot met kokend water en ieder van jullie moet er één uit halen. Je behoeft niet bang te zijn, want als je niet schuldig bent verbrandt je hand niet. Alleen als je wat op je geweten hebt, ja dan ...
Maar de jongens hielden vol helemaal niet debet geweest te zijn aan het verdwijnen van ketting en broche.
En toen, ja toen hadden ze elk geprobeerd een cent uit die pot met kokend water te pakken. Met de gevolgen, die de zendeling gezien had. Wat een ellende, die brandwonden. Maar wat groter ellende: Loekas met zijn methode, die regelrecht uit het heidendom kwam, om er achter te komen, wie schuldig was.
De jongens met de schrik van dat kokende water. En de kampongbewoners, die 'het allemaal breedvoerig bespraken.
Was dat nu een christelijke goeroe? Was dat nu wat anders dan de methode van de marapoe-dienaars?
De zendeling heeft heel barmhartig, maar toch wel heel duidelijk Loekas zijn zonde onder ogen gebracht. Dat kostte geen grote moeite. Loekas was beschaamd, duidelijk ook tegenover zijn dorpsgenoten. Een Heer volgen, die niet eens mensen beschermen kan in zulke moeilijke situaties! Wat is dat voor een Heer.
Ja, Loekas had het wel heel duidelijk erkend. Satan was in zijn hart gekomen en die had het werk van onze Heer Jezus verstoord.
De brandwonden zijn spoedig genezen.
Maar de lid tekens bleven. Juist in het zendingswerk ligt dit alles gevoelig en Satan buit dat uit.
De sieraden zijn terechtgekomen; bij de overplaatsing van Loekas en Debora en de verhuizing kwamen ze tevoorschijn.
Ze waren tussen de naden van de vloer gevallen.

Dit verhaal speelde zich af minstens vijftig jaar geleden. Maar het is illustratief voor het leven, ook zoals dat vandaag op Soemba is. Dezelfde krachten komen openbaar. En de harten van de Soembanezen, die zich tot Christus bekeren, hebben nog altijd een opening naar het heidendom. Maar geldt dat enkel daar? "Strijdt om in te gaan", in Nederland, op Soemba, overal en altijd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief