De brief aan de Efeziërs

1975-01-17
  • Jaargang 19
  • nummer 3
Nu we, na enige tijd van onderbreking, verder willen gaan met de hulp bij Bijbelstudie, is het wel goed wat deze brief betreft even in herhaling te vallen.
Eén van de sleutelwoorden voor het begrijpen van deze brief is het woord geheimenis. Er staat het woord mysterie. Paulus spreekt er in deze brief eerst over in 1 : 9.
Het geheim van God is de wederherstelling van alle dingen in Jezus Christus. Het werk van Christus. Het werk van Christus is van kosmische betekenis. Al wat in de hemelen en op de aarde is, wordt in Christus gerecapituleerd. Onder één hoofd samengevat.
jezus Christus herstelt alles door Zijn offerwerk. In het werk van de herschepping wordt de schepping gered. De schepping zal gaan beantwoorden aan het doel.
God had een plan met deze wereld. Een mooie wereld met daarop een mensheid, die Hem diende. Dat is verstoord door de zonde. Door het verstorende werk van de tegenstander van God. De mens als hoofd van de schepping viel. Daarom had de zonde van de mens ook gevolgen voor heel de schepping. Het schepsel wordt een zuchtend schepsel.
Onderworpen aan de vergankelijkheid. Dienstbaar aan de ijdelheid. Rom. 8: 18-30.
Nu is dit geheim van God dat lijn oorspronkelijke plan toch wordt uitgevoerd. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar ook een nieuwe mensheid. Dat is een vernieuwde mensheid. Daarom is in de wederherstelling van alle dingen centraal de verlossing van de mens en de vergadering van de gemeente als de nieuwe mensheid. 2 : 15. De nieuwe mensheid bestaande uit Joden en heidenen, overeenkomstig de belofte door God aan Abraham al gedaan. Daarom kan Paulus ook spreken over het geheimenis van Christus, dat de heidenen mede erfgenamen en medegenoten zijn van de belofte in Christus Jezus.

Paulus en het heimenis 3 : 1

Paulus begint in 3 : 1 een zin, die eigenlijk pas afgemaakt wordt in vers 13. De rest is (geen onbelangrijke) tussenvoeging. Paulus zit gevangen.
In Rome. De gevangenschap die vermeld wordt in het slot van het boek Handelingen.
Uit andere brieven blijkt dat de eerste christenen dat maar een hachelijke zaak vonden voor de gemeente. Wat moest er nu van de voortgang van het Evangelie terecht komen?
Dat is niet zo vreemd. Wij hebben een kerkgeschiedenis van eeuwen achter de rug. Deze mensen nog niet. Als we het niet zouden geloven uit Gods beloften, dan wordt het uit die geschiedenis al wel helder, dat het toch niemand zal lukken om de gemeente van de wereld weg te vagen. Maar die geschiedenis hadden de eerste lezers van Paulus niet. Paulus gaat nu bemoedigen - in heel deze brief - door het zinvolle verband te laten zien tussen het alles-omvattende wereldplan van God en de gebeurtenissen van zijn eigen leven en die van de gemeente.
Voor het oog is Paulus een gevangene van de keizer. Meer niet.
Maar Paulus geeft er nu een diepe "achtergrond" -informatie bij. Hij is een gevangene terwille van de heidenen. En dat mag hun eer zijn. 3 : 13.
Waarom zegt Paulus dat zo? Nu, dé oorzaak van zijn gevangenschap was juist zijn Evangelieverkondiging aan de heidenen.
Hand. 21 : 27, 28, Hand. 22 : 21, 22. In de laatstgenoemde plaats blijkt heel duidelijk dat de Joden van een Evangelie, óók voor de heidenen, niets moesten hebben.
Ja hij is gevangen wegens het verzet tegen het geheim van Christus.
Col. 4: 3. Haat tegen Paulus is haat tegen het plan Gods. 1 Thess. 2 : 15, 16. Daarom noemt Paulus zich maar niet een gevangene van de keizer, maar van Christus Jezus.

De apostel der heidenen 3 : 2-12

Paulus zegt dat hem door openbaring het geheim bekend gemaakt is. Was dat nodig? Zeker: niet alleen voor hem zelf, hoewel dat ook. Maar ook voor de andere apostelen en zo voor de kerk van alle eeuwen.
U kunt het heel duidelijk zien in het boek Handelingen. In hoofdstuk 9 wordt ons de roeping en de bekering van Paulus bekend gemaakt. In hoofdstuk 10 staat het bericht van Petrus' gang naar Cornelius, de heiden. Om zo ver te komen had Petrus eerst dat gezicht van dat laken met de reine en onreine dieren nodig en de boodschap van de Heer dat Petrus voortaan anders moest gaan denken over de heidenen, dan tOt nu toe. En als Petrus gegaan is naar Cornelius en weer terugkeert in Jeruzalem, wordt hij door de gemeente te Jeruzalem tot verantwoording geroepen.
Pas in hoofdstuk 13 van Handelingen lezen we dat Paulus en Barnabas uitgezonden worden naar de heidenen. Maar dan niet door de gemeente te Jeruzalem, maar door de gemeente van Antiochië. Dat is dan veertien jaren na de roeping van Paulus. Zo lang deed de kerk van Jezus Christus erover om te wennen aan de gedachte van de heidenzending.
Paulus hoefde er na zijn bekering niet aan te wennen. Het was hem heel duidelijk gemaakt. Zelfs op een hardhandige manier. Hij moest ver weg naar de heidenen.
In het geheel van de apostelen neemt Paulus een eerste plaats in.
Hand. 9: 15; Hand. 26: 16-18; Rom. 15 : 15, 16.
Waren de andere apostelen niet geroepen tot prediking onder de heidenen? Zeker. Maar er was een zekere taakverdeling. Hij heeft dan ook inzicht in het geheim gekregen, maar niet door menselijke onderwijzing. Van de andere apostelen bijvoorbeeld. Ook niet door eigen nadenken. God heeft dat inzicht geschonken. Gal. 1: 12; Hand. 22: 17-22.
Niemand heeft ook ná Paulus zulk een diepe blik in Gods plan mogen slaan. Dat was ook niet nodig meer. En elke reformatie is steeds weer geweest terugkeer naar Paulus' onderwijs.

Ook heidenen 3 : 2-12

De taak van Paulus was de bediening van Gods genade 66k voor de heidenen. Ook heidenen mogen erbij horen. Bij het volk van God. Paulus sluit in dit gedeelte aan bij wat hij in het vorige hoofdstuk ook al gezegd had.
2 : 11-22. Heidenen mogen zijn medeerfgenamen, medeleden, medegenoten van de belofte in Christus Jezus.
In het herstel van alle dingen, 1 : 9, 10, wordt de vergadering van Jezus Christus centraal. Want de gemeente des Heren van alle tijden en alle plaatsen vormen samen de vernieuwde mensheid.
Vandaar dat Paulus in 1 : 10 kan zeggen dat de inhoud van het geheim is de wederherstelling van alle dingen in Christus en dat hij hier kan zeggen dat het geheim van Christus is dat de heidenen, en niet alleen de Joden, vergeving der zonden mogen ontvangen en klaar gemaakt worden voor de nieuwe mensheid voor de nieuwe aarde. Dat is één zaak. Na Pinksteren keert God terug naar de volkerenwereld, die Hij gedurende de tijd van het Oude Testament, sedert Abraham, had laten gaan op hun eigen gekozen wegen.
Nu gaat de HERE de volkeren weer opzoeken. Het was Paulus' genade gave juist daarin dienstbaar te mogen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief