TANA MEMA - TANA DAWA
1975-01-17
Naar aanleiding van de bundel "Cultuur als antwoord", verzamelde opstellen van prof. dr L. Onvlee ('s-- Jaargang 19
- nummer 3
Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1973) (6)
In een vijftal artikelen is enige aandacht besteed aan bovengenoemde bundel. De lezer zal wel geproefd hebben een grote waardering voor de schrijver en zijn werk. En daar is wel reden voor.
De band tussen Soemba en (kerkelijk) Nederland is al bijna 100 jaar oud. In 1881 zette ds Van Alphen - uitgezonden door de Ned. Gereformeerde Zendingsvereniging - voet aan wal op Soemba en sindsdien zijn velen daar geweest: predikers van het evangelie, wenk ers in de schooldienst of de gezondheidszorg. Er is in Nederland beraadslaagd over het werk op Soemba door kerkeraden.
door deputaten, er is in de kring van de kerken voor gecollecteerden in veel Nederlandse families werden de zendingsbladen gelezen.
Maar Satan liet zich zijn prooi niet zo gemakkelijk ontroven. Behalve dat er sprake was van terugval in het heidendom van vele ,,bekeerden", heeft hij ook in het midden van de ,gemeenten strijd ontketend en verwijdering gebracht tussen hen, die alle de Naam van Christus beleden.
En gedurende de wereldoorlog, toen verbindingen met Nederland waren verbroken, vreemde bezetters de lakens uitdeelden, viel veel van wat in tientallen van jaren "door ons was opgebouwd" (kerken, scholen, ziekenhuisjes) uiteen en ging onder in de revolutionaire aktie, die in Indonesië om zich heen greep en ook Soemba bezocht.
Het beeld op Soemba is niet anders dan dat in Nederland of waar ook in deze wereld. Als we daarop zien, verwonderen we ons over de barmhartigheid van de HERE. Want Hij heeft Zijn gemeenten op Soemba - hoe gering ook in zichzelf - instandgehouden.
Hij zorgde voor Zijn schapen. Dat beloofde Hij te doen, dat deed Hij heel duidelijk. En Hij heeft ook de band met Nederlandse kerken weer doen functioneren.
Reeds dadelijk na W.O. II bleek dat. Toen kon ds Goossens Sr., uitgezonden door de kerk van Zwolle, het werk op Soemba weer opnemen. Maar in de jaren daarná kwamen er zovele nare ontwikkelingen, dat de vrees gerechtvaardigd was dat alles in moeite zou ondergaan. Toen is in veler hart de vraag opgekomen: is het nog wel nodig, dat de banden met de gemeenten op Soemba onderhouden worden door ons? Is het nog wel mogelijk om dat te doen?
En de vraagstelling hield soms al een ontkennend antwoord in.
Totdat vanuit Soemba het verzoek kwam aan ds P. P. Goossens, toen predikant te Schouwerzijl, om "over te komen" om onderwijs te geven aan mannen. die de gemeenten zouden kunnen dienen in de prediking en die belast zouden kunnen worden met het verbreiden van het evangelie onder de heidenen. Hem werd door de kerk van Kananggar, die namens de andere gemeenten optrad, levensonderhoud toegezegd.
Ds Goossens vertrok in 1967 en werkte een aantal jaren op Soemba.
Toen hij echter in 1970/1 met verlof in Nederland was, bleek al spoedig, dat de Soembanese gemeenten niet konden overzien wat dit "levensonderhoud" nu wel inhield.
Het was in feite niet meer dan wonen, voedsel en verkeer in hun midden. Maar dat er ook noodzaak was van financieren van verlof, vliegtuigpassage, kleding enz., daarvan konden zij niet weten.
Zó is toen in de kring van de gemeenten het besef weer levend geworden, dat er mogelijk voor ons weer iets te doen was in relatie met Soemba. De HERE voerde die wegen zó samen, dat het bijna niet anders kon dan die te gaan.
En nu werkt ds Goossens daar dus weer, voor een tweede periode, en is er correspondentie vanuit Nederland met de Soembanese kerken (waaraan hij is verbonden) en met hemzelf. Zij ervaren op deze wijze "gesteund" te worden.
En dat gebeurt ook financieel.
De kerk van 's-Gravenhage-ZW heeft - op verzoek van een aantal gemeenten - op zich genomen die correspondentie en steun te verzorgen. En nu zal duidelijk zijn, waarom het verschijnen van het boek van dr Onvlee als heel bijzonder ervaren is: Mede door dit boek is er enig inzicht in de wereld, waarmede we contacten hebben. We weten iets méér ervan. wat de Soembanezen zijn, wie ze zijn, hoe ze zijn. We kunnen ietwat beseffen, waarvoor ds Goossens staat met zijn opleiding van jongemannen tot de dienst van goeroe in de gemeente. We kunnen medeleven met die gemeenten, in hun strijd-om-in-tegaan.
Want dat Oost en West heel anders zijn, och daar willen we wel aan.
Maar hoé anders ze zijn, welke heel andere situaties er zijn dan de onze, hoe je die tegemoet zoudt moeten treden, het is ons allemaal eigenlijk vreemd. En dat is nu voor een deel opgeheven. In de correspondentie, die we voeren, kan nu meer dan tot nu toe, "het eigene" van een situatie naar voren komen.
En in dat alles ontdek je opnieuw de Waarheid van het Woord van de HERE.
Want het is alles niet veel anders dan toen Paulus en andere apostelen de wereld introkken, zo'n 1950 jaar geleden. Jazeker, er waren toen geen taalproblemen. Er was toen ook niet zo'n cultuurprobleem als we in voorgaande artikelen trachtten te schetsen.
Maar er was wél de macht van de afgoden. En ook van de "dwaasheid" van het Evangelie. En dit en nog veel meer gaat des te sterker leven als de situatie-Soemba op onze weg komt.
Wat moet het voor ds Goossens bijv. heerlijk zijn om op zijn cursus, toegekomen aan de behandeling van Efeze 4, zijn Soembanese jongens te vertellen over de grote gaven, die de Here Jezus aan Zijn gemeente geeft: apostelen, profeten, herders en leraars.
En dat Zijn lichaam kracht put uit het Hoofd. Dat ook daarom de klemmende roep komt (vers 17 e.v.): leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid, verduisterd als zij zijn in hun verstand en vervreemd van Gods leven door de onwetendheid die in hen heerst en de verstoktheid van hun hart. (... ) Doet daarom de leugen weg en laat ieder met zijn naaste de waarheid, spreken (... ) Wilt Gods heilige Geest niet bedroeven: gij zijt met zijn zegel gewaarmerkt voor de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw en' gevloek, kortom alle boosaardigheid moet uit uw midden verdwijnen.
Weest voor elkaar goed en hartelijk.
Maar wat komt dat alles op óns aan. wij die dit evangelie al zovele jaren langer kennen.
En op ons, omdat we ook duidelijk gezet zijn aan het "steunen" van onze broeders en zusters. En behalve dat we dat doen in correspondentie en met geld (en dat is echt nodig) mogen (moeten) we dat doen door ons bidden, heel concreet:
- dat er jongelui op de cursus komen,
- dat ze geschikt zijn om het onderwijs te volgen,
- dat ze de Here Jezus liefhebben en leren Hem nog sterker lief te hebben.
- dat ze in die weg gaven ontplooien om van Hem te spreken in de gemeenten en daar buiten,
- dat ds Goossens en zijn vrouw kracht hebben om verder te gaan met hun werk en dat met opgewektheid mogen doen, in goede gezondheid,
- dat de HERE daar ook 30, 60 en 100-voudige vrucht geeft,
- dat Zijn Koninkrijk kome!