T.S.B.
1975-01-17
Deze lettertjes staan voor regelmatig plaats vindende bijeenkomsten in Utrecht van theologische studenten van vnl. onze kerken.- Jaargang 19
- nummer 3
Het is eigenlijk merkwaardig dat men trouw van heinde en verre eens in de vier of vijf weken komt opzetten voor deze Theologische Studie Begeleiding. Waar ligt het aan, dat er niet zo gek veel aandrang op de studenten hoeft te worden uitgeoefend om zich door predikanten van onze kerken te laten begeleiden bij hun studie? Als een van die studenten wil ik graag enkele facetten van deze begeleiding noemen die m.i. de aantrekkelijkheid ervan uitmaken.
Om te beginnen noem ik de begeleiders zelf, drs H. de Jong en ds H. Smit. Op kerkelijke vergaderingen is al meermalen de voortreffelijkheid van hun werk toegejuicht.
Maar de waardering voor hun wijze van begeleiden is aan de zijde van de studenten niet minder groot. Ik denk dat de gretigheid waarmee de Utrechtse bijeenkomsten bezocht worden voor een niet onaanzienlijk deel voortkomt uit de manier waarop de di De Jong en Smit hun begeleidingstaak gestalte geven.
Vervolgens is het misschien goed om iets van de werkwijze op de bijeenkomsten te vertellen. Er wordt daar van 14.00-21.00 uur (uiteraard met onderbrekingen voor koffie en een maaltijd) hard gewerkt. 's Middags vindt meestal een bespreking plaats van een preek van een van de studenten.
Hierbij wordt kritiek uitgeoefend door medestudenten, ontwikkelt zich een uitvoerig gesprek rond thema's van de preek, waarna een afrondend oordeel van een van de begeleiders dit gedeelte besluit.
Van tijd tot tijd wordt voor de middag een spreker uitgenodigd die een inleiding houdt, eveneens gevolgd door een grondige bespreking.
Zo bezochten in het verleden o.a. de predikanten J. D.
Janse, G. Janssen, E. R. Postma, W. G. Rietkerk, G. Roukema en J. M. Smelik de kring.
De avond is gewijd aan een boekbespreking; een van de begeleiders introduceert een belangrijk boek en geeft daar zijn commentaar op. Het prettige van zo'n middag en avond is, dat de tijd er is om wezenlijk op zaken in te gaan. Daardoor gaat er een vormende werking van deze studiebijeenkomsten uit die het rendabel maakt er heen te gaan (en dat wordt bepaald niet van alle college's gezegd!). Dat de pauses bij uitstek dienen voor persoonlijk contact, mag duidelijk zijn. Dit geldt nog in sterkere mate van het jaarlijkse weekend, waar ook de 'aanhang' van de studenten welkom is; er wordt dan zowel aan studie als aan persoonlijke contacten recht gedaan. Ook in dit opzicht is een trouw bezoeken van de TSB bijeenkomsten de moeite waard: het is goed elkaar te zien, van elkaar te horen. met elkaar te praten.
Over dit laatste motief valt nog iets meer te zeggen. Heeft men, als het om contacten gaat, niet genoeg aan de kring van het instituut waaraan men studeert? Ik kan hier natuurlijk alleen maar spreken vanuit mijn eigen situatie: ik studeer aan de Theol. Hogeschool van de Chr. Geref. Kerken te Apeldoorn. Als buiten-verband-student kunt je je daar verheugen in een zeer goed contact met chr. geref. collega's, en helemaal is er veel goeds te zeggen over het functioneren van de openstelling van deze Hogeschool voor niet-chr. gereformeerden.
Het is nu niet de gelegenheid om te spreken over de volwaardige plaats die ons daar geboden wordt, maar ik kan het niet laten om als voorbeeld te noemen het veelzeggende detail dat er van een clubjesgeest van de zeven buiten-verbanders (op de ca. 60 studenten) niets te bespeuren valt.
Dat neemt niet weg, dat de apeldoornse Hogeschool voluit een Hogeschool van de Chr. Geref. Kerken is. En dat is nogal logisch - openstelling hoeft niet in mindering te komen op identiteit. Als buiten-verband-student ben ik dan ook de laatste om daar iets van te zeggen. Maar dat je zeker in de hogere jaren - op een gerichtheid op de praktijk van het chr. geref. kerkelijk leven stuit, is ontegenzeggelijk. En juist dan doet de behoefte zich voelen aan een begeleiding vanuit onze kringen, met aandacht voor onze problemen en onze achtergronden. Zij, die - daartoe kerkelijk geadviseerd - in Apeldoorn studeren, behoren dan ook tot de trouwe en enthousiaste TSB-bezoekers. Ik heb daarbij niet de indruk dat de TSB Apeldoorn corrigeert of ermee concurreert.
Wel wordt opzettelijk aandacht geschonken aan wat ons vanuit onze eigen geschiedenis wordt aangereikt.
Vanuit onze praktijk van de studie in Apeldoorn is dan ook duidelijk geworden, dat de TSB niet functioneert als een in feite overbodig toetje, maar wezenlijk bijdraagt tot onze vorming. En daarmee zijn die drie lettertjes langzamerhand een vertrouwde en dierbare afkorting geworden.