Voor de zending
1975-01-17
Soemba-Borneo (68) Als U zich onze vorige stukjes over de geschiedenis van de zending op 'Soemba nog herinnert, zal één aspect daarvan U bijgebleven zijn: de vele zorgen en moeiten, die de eerste zendeling, onze broeder Van Alphen, daar heeft ervaren. Hij heeft daar enkele jaren duidelijk tegenwerking van de bevolking ondervonden, hij was een vreemde en bleef dat, hoewel hij in Melolo heel primitief woonde midden tussen de bevolking.- Jaargang 19
- nummer 3
In 1883 werd gezinsuitbreiding verwacht en we kunnen ons voorstellen wat dit voor de Van Alphen's betekende. Toen kwam de zware slag: moeder en kind stierven beide bij de geboorte. Waren de primitieve levensomstandigheden oorzaak. was het een gemis aan geneeskundige hulp? Wie zal het zeggen. Onze broeder bleef alleen over. Hij kon nergens terecht met zijn verdriet, eenzaam ging hij zijn weg. In geloof Ja, zien op zijn geer. Maar verslagen.
Want hoe moest het nu verder?
Wat is een blanke zonder enige verzorging in een totaal verwilderde, heidense omgeving? Het ging niet en ds Van Alphen besloot naar Java te gaan. Daar had hij mogelijkheden om broeders en zusters te ontmoeten met wie hij de zaken verder kon bespreken.
Want toen - 1883 - kon je zomaar niet even per KLM naar Nederland op en neer. Zelfs briefwisseling vergde veel meer tijd dan thans.
Op dat moment, toen hij ging opbreken, kwamen - heel opmerkelijk - Soembanezen vragen te blijven. Waarom? In elk geval zegde Van Alphen toe. terug te komen. Dit zou wellicht zijn kans zijn en -hij zei: "jullie moet dan voor een huis zorgen en je moet toezeggen je kinderen naar mijn schooltje te sturen. zodat ik ze iets kan leren." Dat was gauw beloofd, zeker door Soembanezen.
Maar tegen de verwachting in kon de terugkeer eerst drie jaar nadien plaatsvinden. Van Alphen was inmiddels op Java hertrouwd.
Ook zijn dienstverband. was veranderd.
De Ned. Geref. zendingsvereniging bleek niet langer in staat een salaris te garanderen, maar de zending van de Chr. Geref. kerk (onze afgescheiden broeders, want het was nog v66r 1892 toen de vereniging met de Dolerenden plaats vond) wilde wel op Soemba gaan werken. En dat contact bleek achteraf zeer goed te zijn, want langzamerhand is zo het gehele eiland Soemba terrein van de Gereformeerde kerken geworden.
Van Alphen kwam dus in 1886 op Soemba terug. De algemene situatie was in 3 jaar tijds beslist verslechterd.
Vestiging in Melolo was niet eens meer mogelijk, want veiligheid was daar ver te zoeken.
Dus bleef hij in Waingapoe, maar moet na enkele maanden weer voor gezondheid naar Java terug. Voor de derde maal arriveerde de zendeling in 1887 op Soemba en zoekend naar een werkterrein kwam hij terecht in een kring Savoenezen, ongeveer 200 man, echt verwaarloosde christenen. Die groep wilde hem graag ontvangen.
Zo is die periode van ongeveer 10 jaar er een geweest van een roeping zonder dat daar verder enige ontplooiing van arbeid op kon volgen. Eerder was het een aaneenrijging van tegenslagen. Naar de mens gesproken althans. Toch zijn toén banden gelegd tussen Nederlandse Christelijke kerken op Soemba, En die banden zijn er vandaag nog. En niet éénzijdig, vanuit Nederland functionerend, maar twee-zijdig: ook vanuit Soemba.
Voor Van Alphen geldt wel heel sterk dat hij huis familie, vrouw, kind, vader land, 'een gemakkelijk leven, heeft prijs gegeven om' de naam van de Here Jezus (Matth.
19 : 29). Hij besefte heel duidelijk, dat Zijn Zender nergens gezegd had dat een stukje van de wereld zonder strijd veroverd zou worden.
Hij kende Zijn beloften, die heerlijker blijken naarmate moeiten je weg blokkeren en hij wist van een strijden om in te gaan.
Het werk op Soemba, dat we mógen steunen, is niet zomaar op onze weg gezet. Het is met een geschiedenis in ons midden al 100 jaar aanwezig.