EEN BOEK UIT HET VRIJGEMAAKTE LEERHUIS (1)

1975-01-24
  • Jaargang 19
  • nummer 4
F. van Deursen.
Psalmen I
De voorzeide leer, dl. Ij
Barendrecht, 1974.
Prijs f 35,-.

Een boekbespreking in de rubriek 'kerkelijk leven' - dan moet het wel over 'n belangrijk boek gaan; over een boek welks verschijning een kerkelijk gebeuren is. Wat dan ook het geval is, volgens mij.
De reeks 'De voorzeide leer' van ds Vonk vormt een belangrijke geestestrek -in het karakter van onze buitenverbandse kerken. En dit deel, over de Psalmen, verzorgd door ds F. van Deursen, maakt daarop geen uitzondering.
De lijn van het geheel wordt hier krachtig en met overtuiging doorgetrokken.
Zoals we dat van deze zijde gewend zijn, is een boek, boordevol met Schriftstudie, aan de bekende reeks toegevoegd, een waardig produkt uit het vrijgemaakte leerhuis.
Tot dusver zijn deze boeken in ons blad steeds besproken geworden door dr B. Jongeling. Dat daarop nu een uitzondering wordt gemaakt, heeft geen andere dan een persoonlijke reden. Ds Van Deursen is een leeftijd- en studiegenoot van mij en samen hebben we in de loop van de tijd meerdere gesprekken gevoerd over de uitleg van de Schrift en met name het Óude Testament, waarvoor wij beiden grote belangstelling hebben. Om deze reden heb ik dr Jongeling gevraagd of ik in zijn plaats dit deel mocht bespreken, teneinde mij tegenover ds Van Deursen van een vriendenplicht te kwijten.

Voor twee dingen vooral heb ik, al lezend in dit boek, grote bewondering gekregen. Voor de grote Schriftkennis en voor de eenvoud van voorstelling. Ik neem deze punten opzettelijk samen, omdat hun combinatie zo zeldzaam is. Hier is een groot Schriftkenner in gesprek met eenvoudigen, met kinderen, zonder dat de stijl kneuterig en voor volwassenen ongenietbaar wordt. Het ligt niet aan ds Van Deursen. dat de arbeidende bevolking van de kerk vervreemd is geraakt. omdat ze daar zo moeilijk doen. Van Deursen doet niet moeilijk en bereikt toch diepte. Hij bezit het benijdenswaardige vermogen om op bevattelijke wijze een zeer goede hulp te bieden bij het verstaan der Schriften en is daarin een echte dienaar des Woords Met name denk ik hierbij aan de paragrafen 3 en 4, waar gesproken wordt over de rechtvaardigen en de goddelozen in het psalmboek en wij en passant een gedegen scholing in de verbondstaal der psalmen meekrijgen. Zo ben ik me bewust een rijk en verrijkend boek te bespreken en al besprekend aan te bevelen.

Toch wil ik daarbij de gelegenheid aangrijpen om het gesprek met dit leerhuis te openen en verschillende punten, die ik voor deze Schrift-aanpak kenmerkend vind, in discussie te brengen.
Niet natuurlijk, dat daar nu stante pede op gereageerd moet worden, - dat kan. maar dat kan ook later eens.
Om dan met het minst belangrijke te beginnen: het canonvraagstuk.
'De voorzeide leer' kiest met overtuiging voor de joodse canon van het Oude Testament, die opvalt door zijn indeling in drieën: Wet. Profeten en Psalmen of Geschriften. De canon-indeling, zoals ons die vertrouwd is, gaat terug op, de griekse vertaling van het Oude Testament, de zcgenaamde Septuagint, en valt in tweeën uiteen: prozaïsche en poëtische boeken. Wij zouden nu deze laatste vorm moeten opgeven en moeten terugkeren naar de oorspronkelijke canon.
zoals de synagoge die bewaard heeft: Het argument hiervoor is vooral, dat het Nieuwe Testament. ons hierin zou voorgaan. Niet alleen spreekt Jezus van 'wet en profeten', maar nog vollediger drukt zich de evangelist Lucas uit. volgens wie Jezus zegt, dat alles wat over Hem geschreven staat in de wet van Mozes, in de pro.feten en de psalmen vervuld moet worden, (Luc. 24: 44). Ook horen we Jezus bij Mattheüs (23: 35) zeggen: " ... opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde, van het bloed van Abel, den rechtvaardige, tot het bloed van Zacharia, den zoon van Berechja, dien gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar." Zoals Abel's moord vermeld wordt in het eerste boek van de joodse canon. zo die op Zacharia in het laatste: Kronieken (Il, 24, 20 v.v.).
Dit getuigenis van het Nieuwe Testament kan men in elke inleiding op het Oude Testament aantreffen en steeds wordt daar de conclusie uit getrokken, dat het Nieuwe Testament; Jezus vooraan, het Oude Testament in z'n joodse canonieke gestalte gekend heeft.
Ik waag dit toch te betwijfelen.
Is het nieuwtestamentische spreken over de geschriften van het Oude Verbond niet meer inhoudelijk dan vormelijk? Wil het N.T. op genoemde plaatsen wel meer doen dan het O.T. naar z'n hoofdbestanddelen aanduiden?
Zodat ook wij, die een andere indeling hebben dan de synagoge, met genoemde aanduiding uitstekend uit de voeten kunnen? Bestaat immers ook voor ons het.
Oude Testament niet hoofdzakelijk uit wet, profeten en psalmen?
En wanneer Abel en die Zacharia als eerste en laatste martelaar van het Oude Testament bij elkaar genoemd worden, bewijst dat dan, dat de boeken waarin van hun dood verteld wordt, ook als eerste en laatste in de canon geplaatst zijn? Het zou pas een bewijs (of aanwijzing) zijn, als ons uit de werkelijke geschiedenis die door de boeken van het Oude Testament beschreven is. een latere martelaar bekend was. Maar dat is niet het geval. De gedode Zacharia is in de Joodse canon, maar ook in de verbondsgeschiedenis van het O.T. zèlf de laatste bloedgetuige van wie wij weten. Dat wil zeggen, dat volgens onze indeling van het O.T. Zacharia evenzogoed de laatste is.
Ik heb dus mijn vragen over de uitgesproken voorkeur voor de joodse canon. waarna wij terug zouden moeten. Ik ben daartegenover niet een krachtig voorvechter van de rangschikking der boeken zoals wij die kennen. Eigenlijk sta ik er wat onverschillig tegenover en is er voor mijn besef voor beide indelingen wel wat te zeggen. Ten aanzien van bijvoorbeeld het boekje Ruth vind ik, dat het in onze Bijbel een betere plaats heeft ontvangen dan in Tenach (= wet, profeten en geschriften). In de laatste heeft het een liturgische plaats gekregen, als de rol die bij het wekenfeest gelezen werd vanwege z'n band aan het seizoen van de oogst. In onze Bijbel heeft Ruth een historische plaats ontvangen, direkt volgend op het boek Richteren, wat gezien de eerste zin van het boekj e ook zeer voor de hand ligt. Hier gee.f ik nu duidelijk de voorkeur aan de bekende volgorde. De verbondenheid van het boek Ruth aan een tijdperk acht ik essentiëler dan de band, die het heeft aan een seizoen. Israël zelf dacht ook. in tegenstelling tot zijn buren, meer in tijdperken dan in seizoenen, meer historisch dan cyclisch. De school van 'De voorzeide leer' moet zich door dit laatste argument aangesproken voelen, gezien haar verzet tegen de christelijke feestkalender (ook in dit boek, getuige § 10, 3: "christelijke" kringloopgodsdienstigheid, pg. 283 v., 286 v.v.) met welk verzet ik het overigens slechts ten dele eens ben.

Ik til dus niet zwaar aan het verschil in indeling van de oudtestamentische canon. Ik zou er voor willen pleiten dat we toch vooral zullen letten op het overeenkomstige in beide ordeningssystemen.
Wet en profeten vormen in beide het grondbestand. Wat dan nog overblijft is bij de één ondergebracht onder een afzonderlijke rubriek, terwijl de ander het een plaats heeft gegeven tussen wet en profeten in. waarbij zowel een historisch als· een litterair criterium een rol hebben gespeeld.
Beide methodes bieden voor- en nadelen en hebben het belangrijkste gemeen.

beldeel in het oog te krijgen. Alle Geschriften vormen variaties op de thema's die de Inleidingspsalm. Ik vrees nu echter, dat in de school van 'De voorzeide leer' het verschil op dit punt. te zwaar wordt opgenomen en dat men de indeling zoals de joodse bijbel die heeft, met canoniek gezag bekleedt.
Er wordt nogal mee gewerkt, dat het psalmboek aan het begin staat van het derde deel van de joodse canon! Terwijl dit laatste op joods standpunt nog zeer de vraag is: alleen in de latere askenasische rangschikking is het psalmboek koploper. En ook in Luc. 24 : 44, maar ik vroeg me al af of dit bewijskrachtig is.
De hele behandeling van psalm 1 en 2 is bij Van Deursen sterk beinvloed door deze canonieke kwestie. Deze aanvangspsalmen worden uitgelegd als een inleiding niet slechts tot het bijbelboek der psalmen, maar ook tot het Bijbeldeel der psalmen of geschriften.
"Psalm 1 en 2 kunnen ons helpen de hoofdzaken van het derde bij men aansloegen: En toch staat Jahweh aan de kant van de rechtvaardigen en draagt hun leven vrucht (psalm 1). En toch zal het Koninkrijk van Jahweh en zijn Messias de eindoverwinning behalen!
(psalm 2). Dat geloof verbindt de Geschriften tot één geheel."
Zou het? Het is een goede vondst om niet alleen psalm 1, maar ook psalm 2 als een inleiding tot het psalmboek te verstaan. Psalm één slaat dan het thema van de wet en psalm twee dat van de profeten aan en samen zeggen dan deze psalmen dat het psalmboek ons in dezelfde geestelijke wereld brengt als het geheel van wet en profeten. Accoord. En laat dan psalm 2 ook maar z'n wereldwijde horizont, die voor de profeten zo karakteristiek is, behouden, in plaats van onnodig opgesloten te worden binnen Israëls grenzen, via de (op zich zelf natuurlijk mogelijke) vertaling, 'koningen des lands' voor 'koningen der aarde' (vs 2), zoals op pag. 153 v.v. wordt gedaan. Te duidelijk worden immers 'de volken' waar de psalm mee begint in verband gebracht met 'de einden der aarde' (vs 8).
Maar om nu te zeggen, dat psalm 1 en 2 het snoer vormen, dat de parels der Geschriften tot één flonkerende ketting verbindt en dat we daarin Gods leiding en wijsheid eerbiedig moeten opmerken (zie pag. 187) - nee, dat heeft me nog niet overtuigd. Daarvoor heeft de volgorde van de bijbelboeken in het wat rommelige derde deel van de joodse canon teveel willekeurigs en toevalligs, volgens mij.
Dit punt afsluitend zou ik dus de school van 'De voorzeide leer' in overweging willen geven, die voorkeur voor de joodse canonindeling nog eens critisch te bezien en er zeker niet te veel op te houwen. Niet alleen genoemde school, maar wij allemaal zijn op dit punt meer spontaan dan zorgvuldig geweest in de voorbije tijd.
De joodse canon deelde misschien te kritiekloos in de sympathie voor het joodse volk-na de oorlog.
Volgende keer hopen we nog iets ter sprake te brengen uit dit boek en uit deze school.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief