Polemiseren - maar hoe?
1975-01-24
Gods gebod eist van ons dat wij elkaars eer en goede naam naar vermogen voorstaan en bevorderen.- Jaargang 19
- nummer 4
Daarom mogen we elkanders woorden niet verdraaien of van een bepaalde kant verkeerd belichten.
Wij behoeven het heus niet in alles aanstonds met elkaar eens te zijn, maar wél moeten we elkaar in alles recht doen. Bestrijden we iemands betoog en gevoelen, dan zij onze bestrijding eerlijk en oprecht.
Iemand geeft over een zaak zijn oordeel en mening ten beste. Een ander scribent gaat er tegen in. Daarbij komt bet maar al te vaak voor, dat wat de eerste. schreef, in caricatuur wordt gebracht, en dat tegen die caricatuur de strijd wordt aangebonden.
Ook gebeurt het meermalen dat iemand een bepaald etiket krijgt opgepakt.
De persoon waartegen men opponeert wordt eerst in een bepaalde hoek geplaatst, waar hij niet hoor, en ook geenszins staan wil, En dan gaat men verder waarschuwen tegen dat soort mensen.
Aan een dergelijke etiketten plakkerij moeten we niet mee doen. Ik heb in dit verband iemand eens schertsend de opmerking horen maken: etiketten noorden op reiskoffers geplakt, niet op mensen.
De waarheid en de vrede worden er niet mee gediend.
Polemiseren kan nodig zijn. Per brief of krant ingaan tegen beschouwingen en leringen, die we verkeerd achten, kan voor sommigen roeping en plicht zijn. Maar ieder moet wel toezien met welke middelen hij strijdt. De polemiek moet met ináchtneming van de christelijke levensregels gevoerd worden. En ook daarbij geldt: alle dingen die ge wilt dat u de mensen zullen doen, doet gij hun desgelijks.
Nooit mag een medestander de ondeugende opmerking kunnen maken: hij geeft 'm er goed van langs.
Heeft iemand gerechtvaardigde en gewichtige bezwaren tegen wat een ander naar voren heeft gebracht, hij doe in ieder geval zijn tegenstander recht, Hij betrachte de nodige welwillendheid.
En ga niet vechten tegen een caricatuur-pop, onderwijl hij de mensen doet geloven dat het zijn ware tegenstander is.
Strijden voor het geloof en opkomen voor de waarheid is temidden van ontkerstening en afval een evangelische plicht. In dit verband kan iemand beweren: wie niet polemiseert is onbekeerd. Maar niemand make daarvan een adagium. En vooral: ieder zie toe hoe hij strijdt.