JEUGD MET EEN OPDRACHT

1975-01-24
  • Jaargang 19
  • nummer 4


voor M. v. E.

Afgelopen zomer kwam ik, laat in de middag, mijn kantoor uit om naar huis te gaan. In de regen stond een jochie op de stoep. Tenminste - het leek een jochie te zijn. Een beetje mager, een beetje miezerig, een beetje verregend en anderhalf uur te laat. Met een hulpeloze blik in de eerlijke ogen. Dies zei ik, beleefd maar duidelijk: u bent te laat voor vandaag en te vroeg voor morgen. Hij vroeg zacht in een soort Engels: wat zegt u? Ik zei: too late for now and too early for tomorrow, clear? - I see, zei hij. Maar hij zag het niet erg zitten want hij vroeg nog eens: ik verwacht geld. -- Dat doen we allemaal, antwoordde ik bemoedigend, maar het wil wel eens uitblijven, Wat kan ik eigenlijk voor u doen? What can I do for you?

Wel, hij verwachtte wat geld, over te maken door zijn moeder. Uit Zweden. Hij had daarover getelefoneerd en het zou naar deze bank komen, had zijn moeder hem beloofd. - Kom dan morgen om negen uur eens terug, vroeg ik hem, en blijf niet langer in de regen staan.
Waar verblijft u eigenlijk? Na drie maal proberen wist ik, dat hij in het kamp De Paasheuvel te Vierhouten logeerde, (Moeilijke woorden hebben we hier op de Veluwe). En, beseffend dat hij dan nog een uur op de bus moest wachten, nam ik hem mee. Argeloos volgde hij me. in mijn autootje en reed mee naar 'n dorp, zoals er maar één in Nederland is.

Onderweg pelde ik hem voorzichtig uit. Hij kwam uit Zweden. Zat in een kamp met twee duizend jongemensen: een opleiding voor een ongewone taak. Wat voor organisatie? Youth with a mission, jeugd met een opdracht, zei hij. - Welke opdracht? - Om een land ter wereld te bereizen, een studie van dat land te maken, het Evangelie te preken, na drie maanden een rapport in te leveren en dan weer gewoon aan het werk te gaan. - Allemaal Zweden? - Nee, uit alle landen ter wereld zowat. - Naar welk land zou onze vriend gaan?

- Binnen tien dagen hoopte hij met een kleine groep naar Tanzania te gaan. - Dat is heel in Oost-Afrika, schrok j,k (ik zag mijn kinderen al op reis, zonder buidel of male, richting Zuid-Zuid-Oost, vele duizenden kilometers.) - Right, zei de kleine man, die Sterner heettte.
--Dat is een dure reis, grapte ik. - Daar zal de Lord wel in voorzien, antwoordde hij. - En je moeder mag het geld sturen? vroeg ik. --Dat is mijn eigen geld, antwoordde hij. Ik heb het vooraf verdiend en ik heb mijn motorfiets verkocht. -- En vinden je ouders zo'n reis van drie maanden zo maar goed? - Mijn moeder vindt het goed, antwoordde hij.

Om welke reden gaan jullie de wereld in? - Omdat we Christenen zijn geworden, en dat willen beleven en bewijzen. - Ben je dat nu pas geworden? Niet kerkelijk grootgebracht? - Nee, mijn ouders kennen de Heere nog niet; bovendien zijn ze gescheiden. - Zorgt je vader voor zijn gezin? - Nee, die heeft een ander gezin. - Hoe wordt je moeder onderhouden? - Dat doe ik, omdat ik het enige ongehuwde kind thuis ben. Nu ik weg ben zorgen een broer en zuster zo lang voor moeder.
Zo, dat klonk allemaal serieus genoeg. En nu hij me zoveel op mijn vragen verteld had, vond hij, dat hij ook wel eens wat mocht vragen.
- Kent u de Heiland? vroeg hij. - U bedoelt Jezus Christus, de Zoon van God? vroeg ik. - Right, zei de kleine man. - Of ik Hem ken, antwoordde ik; ik ken Hem al meer dan zestig jaar. - Stern er greep mijn arm: really? Wat fijn, dat ik in Nederland een mede-christen ontmoet. --·Nu, dat genoegen zit dan echt niet aan één kant. Daarom vroeg ik hem, toen ik hem bij De Paasheuvel afleverde: en als je zin hebt een vrije avond bij ons verder te babbelen, nodig ik je meteen uit!

Daar beende hij heen door de regen, natte haarslierten over zijn voorhoofd, éen plakkende kiel om zijn tengere schouders, maar met een innerlijk vuur, dat hem gezond hield en een ander jaloers maakte.

Een week later is hij geweest. Hij kwam tegen de avond aanpeddelen op een gehuurde "byke". Nam ons meteen voor zich in, vanwege zijn ongeveinsde eerlijke christenliefde, zijn enthousiasme, (dat is eigenlijk een lelijk, heidens woord, geloof ik; de Bijbel kent het niet), zijn bezieldheid, zijn offervaardigheid, beleefdheid, belangstelling en al die fijne deugden meer. We hebben samen kostelijk over Onze Heiland gesproken, over de ontwikkeling van de wereld, het naderend einde en de komst van Jezus Christus, onze taak om dat tot de einden der aarde duidelijk te maken en al die goede zaken meer, die in ons gekanaliseerde kerkelijk leven eigenlijk zo'n beetje worden doodgedrukt.

Toen hij weg was hebben we nog lang over hem nagepraat. Wat komt er van zo'n Zweeds joch terecht? Voelt hij zich over twee weken een beetje geronseld? Geworven voor een hysterisch doel? Zal zijn geloof de beproevingen van een verre reis met een vage bestemming overleven?
Zal hij heimwee krijgen? Zullen zijn nieuwe christenvrienden hem tegenvallen, hem in de steek laten, hem in den vreemde laten vállen? Bange vrees bekruipt je als volwassenen. je ziet je eigen kinderen, eigen vlees en bloed, al gaan. In een warm ogenblik gewonnen voor een heerlijk doel; maar het fata morgana trekt steeds verder weg ...

Onze gedachten bleven bij hem. En onze gebeden, waar hij trouwens om gevraagd had. En toen ik na enkele weken de leider van De Paasheuvel ontmoette, vroeg ik hem naar dat kamp van enkele duizenden bezielde jonge mensen. Hij wist het meteen: dát kamp? Daar had je geen kind aan. Alles even correct en op tijd. Zó mogen ze me het hele jaar door wel leveren.

Nu, dat is toch een fijn getuigenis. Want de socialistische jeugd, voor wie De Paasheuvel bestaat, is wel met groen en rijp bekend - ja die beide. En zo'n besliste goedkeuring op de levenswandel van de Youth with a mission ... nu ja, wees maar erg blij.

Op Oudejaarsdag kwam er eindelijk een briefje van onze Sterner.
Met een keurig pootje in bijna vlekkeloos Engels luidde zijn brief:

Beste Vrienden,

Dank u nog eens zeer voor de hulp, die u me deze zomer verleende.
Herinnert u zich mij? De Zweedse jongen, die juist naar Tanzania zou vertrekken.
Op de dag, toen u me uitnodigde voor een gezellige avond, beloofde ik u enig bericht te sturen, wanneer ik weer veilig thuis zou zijn in Zweden.
Nu, ik ben juist twee weken terug van een machtige (tremendous) tijd in Tanzania. Daar zat ik in een ploeg van tien jonge mensen. We hebben samenkomsten gehad in de open lucht, in scholen en kerkgebouwen, in verscheidene streken. Al die tijd hebben we samengewerkt met de plaatselijke christenen, van allerlei denominaties. De deuren zijn voor ons geopend, om bijna overal het Evangelie te brengen. En de Heere heeft wonderen voor onze ogen gedaan. Veel mensen hebben hun leven aan Christus gegeven en anderen zijn genezen. De Heere heeft ook in al onze belhoeften voorzien, gedurende het hele verblijf.

Nu ben ik blij, in Zweden terug te zijn en mijn werk hier te beginnen.
Ik wens u beiden een heerlijk kerstfeest met de Heer van het kerstfeest in het centrum. En een gelukkig nieuw jaar,

Uw Sterner.

Zo, dus de reis is wel doorgegaan. Middelen of niet - geloof was er wel. En hulp van Boven was er ook. En open deuren .. was het niet Paulus, die op zijn zendingsreizen deuren zag opengaan en deuren gesloten zag? Aan de heidenen werd een deur des geloofs geopend (Hd. 14). Aan Paulus werd een machtige en grote deur geopend (1 Cor. 16). Dat was in Efeze; maar evenzeer gebeurde dat in Troas (2 Cor. 2).
En toen Paulus gevangen zat, vroeg hij de broeders om voor een open deur te bidden; niet om vrij te komen, maar om van het geheimenis van Christus te spreken, als hij de kans kreeg. (Col. 4 : 3). Want het is Jezus Christus, die deuren opent en deuren sluit (Op. 3 : 8).

En de jongeman heeft wonderen gezien! Ook op de prediking van Stephanus zag men wonderen en grote tekenen, Hd. 6. En Petrus zei (Hd. 2) dat Jezus Christus van Godswege is aangewezen door middel van krachten, wonderen en tekenen. Terwijl ook Paulus verklaarde, dat Christus door hem met kracht van tekenen en wonderen heeft gewerkt (Bom. 15).

Er zijn mensen genezen. In de tijd van het rationalisme werden alle wonderen afgewezen, in deze tijd van irrealisme staat de mensheid weer open voor wonderen. Niet omdat God de Heere het doet, maar omdat het ongeloofwaardig is. En zo is het met genezingen: officieel kunnen ze tot humbug worden verklaard - maar de realiteit is voor de betrokkenen voldoende. En voor de gelovige waarnemers ook.

En de Heere heeft in hun behoeften voorzien. Precies zoals het joch vooraf zei: de Lord zal wel voor ons zorgen, Toen de Heiland de 70 uitzond zei Hij: neem geen beurt, reiszak of sandalen mee; geen buidel.
of male, zei de oude vertaling. De Heere zorgde wel voor zijn apostelen. Zij hadden alleen te prediken, te genezen en het koninkrijk Gods aan te kondigen (Luc. 10).

Als we het nieuwe testament lezen, klinkt alles zo onwezenlijk, zo ver weg, zo irreëel. Maar als u zo'n briefje uit Zweden leest - nu, zeg eens eerlijk: wordt dan Gods Geest weer een beetje realiteit voor u?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief