Het Heilig Avondmaal in geding!

1975-01-31
  • Jaargang 19
  • nummer 5
De "zaak-dr Wiersinga" houdt nog steeds de gemoederen bezig.
Zelfs in toenemende mate. En dat is geen wonder. Want het blijkt al duidelijker dat het daarbij gaat om een van de meest essentiële momenten van het christelijk geloof.
En daarbij om niet minder dan het al of niet voortbestaan van de (synodaal) Gereformeerde Kerken als gereformeerde kerken.
We willen er daarom ook hier enkele opmerkingen over maken.
Niet in de houding van iemand die zich met eens anders zaak bemoeit. maar vanuit de diepe overtuiging dat daarin ook het "tua res agitur", het "ook uw zaak is er mee gemoeid", geldt.
Zoals men weet heeft de laatst gehouden generale synode zich opnieuw met deze kwestie bezig gehouden. De synode schreef als resultaat van haar herziene bespreking van deze zaak een brief 'die uitmunt door waardigheid en bewogenheid. Hij steekt wat dat betreft ver uit boven vele kille synodale epistels uit het verleden.
De synode doet in haar brief een hartstochtelijk beroep op dr Wiersinga.
Ik zal daaruit het meest essentiële gedeelte citeren. Hier is het: "Wanneer de synode thans een klemmend beroep doet op uw bereidheid het oordeel van de kerk te eerbiedigen en u trouw te houden aan haar belijdenis, is ze ervan overtuigd u niet een te zware last op te leggen. Ze kan niet inzien dat de grote' nadruk die u gelegd wilt hebben op de "effectieve", de heel het leven in al zijn verbanden vernieuwende kracht van de verzoening, u zou moeten nopen te ontkennen of te bestrijden dat Christus in onze plaats het gericht van God heeft gedragen.
Naar het oordeel van de synode zijn deze twee zijden van de belijdenis der verzoening zó nauw met elkaar verbonden, dat de éne zijde slechts samen met de andere als het evangelie van de verzoening kan worden verkondigd en beleden, ook al zal de één geneigd zijn de nadruk meer te laten vallen op de eerste en de ander op de laatste. Wij zijn nu eenmaal, ook in het verstaan van de rijkdom van het evangelie, beperkte mensen.
Behoeft daarom aan het aspect van de verzoening waardoor u zich bijzonder aangesproken weet, geenszins tekort gedaan te worden, aan de andere kant voelt de synode zich gedrongen ook het volgende onder uw aandacht te brengen. Wanneer u zoudt menen de vrijheid te moeten vragen om in uw preken over de plaatsbekledende betekenis van het verzoeningswerk van Christus, het dragen door Hem van het gericht van God in onze plaats te ontkennen of te weerspreken, vraagt u naar haar stellige overtuiging te veel. Door dit te ontkennen of te weerspreken zou immers de eenheid van de kerk wel zeer wezenlijk worden aangetast.
Want niet alleen dat de kerk van de vroegste tijden af deze betekenis en deze kracht van de verzoening heeft beleden, de belijdenis daarvan is ook tot op de huidige dag voor talloze gelovigen - en zeker niet alleen in de gereformeerde kerken - het fundament van hun geloof en hun enige kracht in leven en sterven.
Naar het oordeel van de synode terecht.
De synode heeft zich afgevraagd of u zich wel voldoende realiseert wat uw ontkenning van deze belijdenis aan reacties moet opriepen in de gemeente en hoe onverdraaglijk deze ontkenning voor haar is. En dit niet vanwege theologische of confessionalistische onverdraagzaamheid of uit onwil iemand in de kerk enige ruimte te gunnen, maar omdat hier iets in geding is gebracht dat tot de niet prijs te geven inhoud van het christelijk geloof behoort."

Tallozen. waaronder zonder twijfel ook de lezers van "Opbouw", hebben er zich van harte over verblijd dat de synode het fundamentele moment uit de belijdenis, namelijk dat Jezus Christus "plaatsvervangend", dat is: in onze plaats het gericht van God gedragen heeft; dat Hij om onzentwil tot zonde is gemaakt (2 Kor. 5: 21); dat door God Hem voorgesteld heeft als een zoenmiddel door het geloof,· in zijn bloed (Rom. 3: 25); dat Christus ons vrijgekocht heeft van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden (Gal. 3: 13), zo duidelijk en nadrukkelijk heeft gehandhaafd.

Het is ons allen natuurlijk bekend dat bijna onmiddellijk na het openbaar worden van deze brief een storm van kritiek daartegen losbarstte. Een reeks van ingezonden stukken werden bv. in Trouw gepubliceerd die zich, soms zelfs zeer fel, tegen de synodale uitspraak keerden.
Maar wat uiteraard van veel groter betekenis en ernst is: ook Trouw zèlf lanceerde in verband met deze brief een felle aanval op de synode. In de rubriek "Vandaag", waarboven het bekende symbool van de kerk van Christus prijkt - een schip met het kruis daarop! - werd het volgende geschreven: "Nadat de synode van de gereformeerde kerken in juni jl. een besluit genomen had aangaande de opvattingen van dr H. Wiersinga, heeft ze vorige maand opnieuw een besluit in deze kwestie genomen. De argumentatie voor dit tweede besluit is volgens het besluit zelf uitsluitend dat de toelichting (let wel: niet het besluit van juni zelf) misverstand kon wekken. Dit was gebleken.
Er kwam geen verduidelijking van die toelichting, maar een nieuw besluit uit de bus. Nu zegt men wel dat dit geen nieuw besluit is, maar dat het 't vorige slechts verduidelijkt. Niets is minder waar. Het bevat niet alleen een toespitsing van de veroordeling van Wiersinga's opvattingen maar bovendien een besluit om hem een brief te schrijven waarop zijn antwoord wordt ingewacht, zij het met een soepele terminering. Bovendien is een punt van de overwegingen van juni dat handelde over een voortgaand gesprek uit die verklaring teruggenomen. En dit alles onder de motivatie dat 'een groot aantal missiven van kerkelijke vergaderingen en leden der kerken' hierover binnenkwam. Deze missiven waren, om alle mystifikaties te voorkomen, van 191 van de ongeveer 880.000 leden, van 124 van de 830 kerkeraden, van 5 van de 69 classes en van 1 van de 14 provinciale synodes. Men kan dus gevoegelijk beweren dat de overgrote meerderheid van de gereformeerde kerken geen behoefte had aan een nieuw besluit. Toch werd het genomen. En nog wel met de vraag per brief. Wie iets weer van de geschiedenis van scheuringen weet ook dat dergelijke brieven zelden iets goeds te zien gegeven hebben. Alleen daarom al had men wijzer moeten zijn."
Dit oordeel van Trouw is in één woord vernietigend.
Er wordt niets minder in gezegd dan dat de synode onwaarheid spreekt. "Niets is minder waar!"
Alsof de synode in een vorige vergadering niet had uitgesproken dat dr Wiersinga een essentiëel moment in het gereformeerd, ja, van het authentiek Christelijke geloof loochent! Voorts wordt zonder meer beweerd dat de synode iets besloten heeft tegen de wil of wens van de meerderheid der kerken.
Alsof alle kerkleden en kerken die niet naar de synode geschreven hebben het niet met deze synodale brief aan dr Wiersinga eens zouden zijn! En ten slotte komt de denigerende, ja, beledigende opmerking dat de leden van de synode, die van harte deze toch allerminst hoog-hartige of provocerende brief geschreven en goed gekeurd hebben "wijzer" hadden moeten zijn!
Is het de journalistieke taak van Trouw een dergelijk hautain oordeel uit te spreken?
Natuurlijk, wie steeds kennis neemt van wat Trouw over "kerk en theologie" schrijft wéét uiteraard dat de redaktie van dat blad van een synodaal optreden als het in geding zijnde niets moet hebben.
Maar dat het blad dat op deze wijze doet is wel heel erg.
Allerlei niet-gereformeerde of anti-gereformeerde activiteiten en publicaties ontvangen veelal eèn op zijn minst sympatieke bespreking of zelfs aanbeveling. Maar nu het gaat om wat het hart van het belijden van alle gereformeerde, alle reformatorische christenen komt er het zo juist geciteerde vonnis!

Inderdaad het gaat hier om het hart van het gereformeerde, ja, om het hart van het christelijke belijden. Het gaat om het "vrede door het bloed des kruises."
Nee, deze bewering is niet overtrokken.
Alle ware christenen stemmen van ganser harte in met het klassieke, ontroerende en heerlijke, eerste woord van de catechismus dat onze ENIGE troost in leven en sterven dit is, dat wij met lichaam en ziel. beide in leven en sterven, niet ons eigen eigendom maar dat van Jezus Christus zijn, Die met zijn dierbaar bloed voor al onze zonden volkomenlijk heeft betaald en ons zo ook uit alle heerschappij van de duivel verlost heeft.
Mag aan deze waarheid, aan deze realiteit ook maar in het geringste worden. getornd?
Mag er - nog enger - een streep worden gehaald door dat woord over het betalen van onze zonden door Jezus Christus met zijn bloed?

Laat ik de zaak nog indringender zeggen.
Stel dat a.s. zondag in alle synodale kerken het Avondmaal wordt gevierd. En dat men dat doet op de wijze als dat door die kerken zèlf is afgesproken en beloofd, dan verklaren de Avondmaalsgangers voor zij brood en beker nemen en ik citeer uit de eigen formulieren van die kerken 1) - dat zij Avondmaal vierende "gedenken, dat Hij (Christus) door de Vader in de wereld gezonden werd, niet opdat Mij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Onze Heiland, waarachtig God en waarachtig mens, heeft van het begin tot het einde van zijn leven op aarde de toorn Gods tegen onze zonde gedragen. Hij werd in de hof gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden. Hij leed ontelbare smaadheden, opdat wij nimmer te schande zouden worden.
Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht Gods zouden worden vrijgesproken.
Hij heeft de vervloeking van ons op zich geladen, opdat Hij ons met zijn zegeningen vervullen zou. Aan het kruishout heeft Hij zichzelf naar lichaam en ziel vernederd tot in de diepste versmaadheld en angst der hel, toen Hij riep met luide stem: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten", opdat wij door God aangenomen en nooit door Hem verlaten zouden worden."
Ja, zó belijdt de ten Avondmaal gaande gemeente in de (synodaal) Geref. Kerken, voor God en de mensen.
En de vraag moet gesteld worden, al is ze snijdend scherp: wordt de gang ten Avondmaal, na het getuigenis dat men zó gaat gedenken, niet een leugen als men weigert te geloven dat Christus in onze plaats het gericht Gods over onze zonde heeft gedragen?
Het komt er nu eenmaal zeer nauw op aan als men voor Gods aangezicht verschijnt.

1) Het citaat is uit het tweede Avondmaalsformulier van de Gereformeerde Kerk. Het eerste is het oude atgemeen bekende.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief