EEN VAN DEZE KLEINEN
1975-01-31
Mevrouw MacCallum van Taynaultis overleden. Vrij plotseling, naar de Oban Times ons meldde. U kende haar nog niet? Wij aanvankelijk ook niet; maar dat komt wel als u een beetje scottophiel wordt, nogal van Schotland gaat houden. En het lezen van de heerlijke Oban Times - die opzettelijk in de negentiende eeuwse trant wordt geredigeerd en daar zeer wel bij vaart - brengt u mevrouw MacCallum nader.- Jaargang 19
- nummer 5
Wanneer daar een dorpeling overlijdt, kan dat op verschillende manieren in de openbaarheid worden gebracht. Het eenvoudigst gaat dat in de alfabetische kolom van persoonlijke berichten: een korte omschrijving van plaats en omstandigheden, persoonlijke gegevens en de namen der achterblijvenden. De kosten van het bericht zijn 75 pence, dat is zowat vier en een halve gulden, bij vooruitbetaling te voldoen. Zo is ooik in dit geval het overlijden van mevrouw Mac-Callum gepubliceerd. Na een jaar komt dan nog een herinneringsbericht in de kolom In Memoriam, geplaatst door haar liefhebbende nabestaanden. Enkelvoudige plaatsing daarvan kost maar 55 pence; met een vierregelig gedichtje erbij komt het op f 1.10 en met vier extra regels 28 pence extra. Dat is betaalbaar en het wordt algemeen gedaan; soms ieder jaar.
Minder algemeen is het plaatsen van een halve of kwart kolom met waarderende woorden ter gedachtenis aan de overledene. Wat het tarief daarvoor is wordt niet in de Oban Times gemeld; misschien wordt het als werkome kopij aanvaard. En in het geval van mevrouw Mac-
Callum is nu een kwart kolom appreciation, waardering, door een onbekende aan haar gewijd. Zo iets moet u lezen, om meer aan de weet te komen. Luister.
"Haar vele vrienden schrokken op bij het bericht van de dood van mevrouw M. MacCallum, de vrouw van de gepensioneerde postbesteller Alex MacCallum, wonende A Choillie Beag te Taynault, Ze overleed in een ziekenhuis te Oban na een korte ziekte.
Zij en haar man hebben zo'n veertig jaar het plaatselijk postkantoor beheerd en trokken zich enkele jaren geleden terug.
Wijlen mevrouw MacCallum was populair en zeer energiek; ze nam een belangrijk aandeel in alle plaatselijke activiteiten.
Haar grootste liefde was de Muckairn Kerk; haar verzorging van de bloemen voor de kerkdiensten werd algemeen gewaardeerd.
De. plaatselijke tuiniersclub en An Cornunn waren de andere instellingen, waarvan zij enthousiast lid was.
Altijd bereid om te helpen op haar eigen rustige manier, vooral de ouden van dagen en de hulpbehoevenden; men zal haar zeer missen in het dorp.
Een groot aantal belangstellenden woonde de dienst in de Muckairn Kerk bij, Waar de predikant ds David Galbraith voorging.
Daarna volgde de crematie te Cardross.
Onze deelneming gaat uit naar haar man, haar zoon Alastair en haar dochter Ann".
Zo, nu weet u al wat meer over mevouw MacCallum. Dat Mac (Keltisch woord voor zoon") komt bij de helft van de Schotse namen voor. Dat wist u trouwens. Maar weet u de rest ook? De stam Mac-Callum, of later Malcolm, komt oorspronkelijk uit Lom in het hertogdom Argyll. Nu, Taynault Iigt in Argyll en wel juist in het dal Lom, waar de rivier Awe door stroomt. De vorige week nog logeerden we een nacht in hotel Netherlom te Taynault.
Maar u wilt weten, waar de naam MacCallum, Malcolm, vandaan komt? Die komt uit het Keltische Maol Caluim, hetgeen overgezet zijnde betekent: discipel van Columba. Ha, u hebt dus te maken met een van de eerste christenen uit deze streek; want Columba was de Ierse apostel der Schotten, wiens herinnering levendig wordt gehouden in de abdij van Iona, het eilandje voor de kust van Argyll. (En Argyll komt van Aere Gaelic, Keltisch gebied).
Zo, nu weet u al wéér wat meer van de overledene. Of had u willen weten, wat die MacCallums nog verder in hun schild voeren? De belangrijkste talk van deze clan, wier wapen in het Schotse adelboek is opgenomen, wordt geregeerd door de chief-clan Maleolm of Poltalloch, wonende te Ariskeodnish. Deze oude heer hebben we enkele malen van dichtbij gezien. Eerst op de jaarlijkse landbouwtentoonstelling van Dalmally, september vorig jaar, waar hij de eerste prijs uitreikte.
En een week later bij de schaapshondenwedstrijden te Kilmartin, waar hij als gastheer de koninklijke prinses Anne begeleidde. Jawel, de oude heer Maleolm en niet de hertog van Argyll. We hebben u daarover getrouwelijk verslag gegeven in dit goede blad.
Maar onze overleden mevrouw MacCallum was van een zeer nederige tak: haar man was slechts postbesteller, beheerder van het postagentschap.
Al heeft hij tenvolle het recht, de tartan van de clan te dragen: een prachtig gekleurde wollen stof met hoofdzakelijk paarse, bruine en beige ruiten, doorsneden met lichtblauwe lijnen. Allemaal kleuren, oorspronkelijk getrokken uit bloemen en planten, die in Lorn voorkomen.
En vooruit, als u het naadje van de kous wilt weten: de plant van de MacCallums is de lijsterbes. Want elke Schotse clan heeft een boom, struik of bloem, die bij haar behoort en die u in haar huizen of tuinen aantreft.
Maar nu volgt u verder het krantenbericht. Mevrouw MacCallum woonde in een huis met een onuitsprekelijke naam: A Choillie Beag.
Voorzover onze bescheiden kennis van het Keltisch reikt, zouden we die naam willen vertalen met "Bij het Kleine Bos". Beag is klein.
Bos is eigenlijk volgens onze gegevens coill of coille; maar de schrijfwijze van Keltische woorden is nogal variabel. En haar woonplaats was Taynault, een leuk dorpje aan de rivier, welke het water van Loch Awe naar zee voert.
Wat betekent Taynault - of heeft dat geen betekenis? Natuurlijk betekent het iets; elke Schotse naam heeft een rijke historische inhoud.
We hadden in Taynault al diverse malen gekampeerd, voor we door een Schotse arbeider uit Dalmally met de naam werden geconfronteerd: het woord komt van tigih na allt. Begrijpt u het al? Zo nee, dan worden die drie woorden letterlijk voor u vertaald met "huis bij rivier". Het eerste huis aan de Awe-rivier werd Tigh n'Allt genoemd; de naam van de latere nederzetting sleet af tot Taynault, Helder?
Maar een Schots telefoniste, voor wie we de plaatsnaam spelden, zei simpel: nooit van gehoord ...
Wel, de MacCallums hebben daar zo'n 40 jaar het postagentschap gedreven. Zo'n postagentschap is het begin van een winkeltje. Wanneer iemand eenmaal subpostmaster is, kan hij iedereen in zijn lokaliteit verwachten. Dus verkoopt hij, behalve postzegels, ook groenten, kruidenierswaren, postpapier, sigaren, vleeswaren en wat u verder nodig heeft. Zo'n postkantoortje (van 's morgens vroeg tot 's avonds laat open) is een heerlijkheid. Alle dorpspraat. chat genoemd, vangt er aan en vindt er een einde. Ieder ontmoet daar ieder. En ieder is lief voor ieder, vertelt aan ieder, luistert naar ieder. Do ut des, zou de pastoor zeggen als hij er was; de ene dienst is de andere waard.
En, zoals ieder zijn hebbies heeft, zo ook mevrouw MacCallum. Ze was meelevend lid van de tuiniersclub en van An Comunn. Wat is dát nu weer? An Cornunn is de afkorting van An Comunn Gaidhealach, de grote vereniging van Keltische Vrienden. U spreekt de naam uit als "an common gaelic" en het betekent niet anders dan "een algemeen Keltisch". Zoals wij spreken van een algemeen geloof, een algemene kerk, een algemeen beschaafd Nederlands. Deze vrienden van het Keltisch zijn zeer actief; zelfs onze Friezen zouden er nog heel wat van kunnen leren.
Maar voorafgaande aan haar hebbies wordt haar liefde tot de kerk genoemd. Dat is een schone nagedachtenis van een rechtvaardige, die tot zegen is voor elk die het leest en hoort.
De Muckairn kerk ligt in Bonawe, een dorpje waar de Awe-rivier in Loch Etive en zo in de Atlantische Oéeaan vloeit. Muckairn is een gebergte en ook de naam van een kasteel. Bonawe is een onnozel plaatsje en heeft een onnozel kerkje. Maar wel een kerkje, waar we op zondagmiddag verscheidene kerkgangers zagen, die we dezelfde morgen in de kerk van Dalmally hadden aangetroffen. Mensen dus, voor wie eenmaal kerken de zondag niet vult.
Ja, in Bonawe zagen we ook die aardige man, die 's morgens in de kerk van Dalmally had zitten slapen. De mevrouw uit het winkeltje van Taynault vroeg ons op maandagmorgen: waar hebt u gekerkt gisteren? We zeiden: in Dalmally, met zestien luisteraars, een predikant en een slaper. De mevrouw schaterde het uit en riep: die slapende man dat is mijn broer; die slaapt altijd in de kerk! - Nu, als haar broer 's morgens in Dalmally geslapen heeft kan hij 's middags in Bonawe toch wel uitgeslapen zijn. Of niet?
Wel, in dat kerkje van Bonawe had mevrouw MacCallum dus de bloemen verzorgd. Haar zelf gekweekte bloemen, de trots van de tuiniersclub. Om even bij stil te staan. Wat fijn, als bij zo'n onnozel dorp een stille dienende geest woont, een engel van een vrouw, die daar incognito wekelijks een bloemetje naast de kansel zet. Dat luistert de dienst op; het brengt een natuurlijk element in veel, dat historisch gekunsteld en vergroeid is. Het brengt een zonnestraaltje, een buitengeur. een stukje levende schepping onder de verkondiging van het Woord. En dat heeft mevrouw MacCallum als voornaamste plicht je in haat vrije tijd gezien. MacCallum, leerling van Columba, volgeling van de Heiland, gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Voor de rest - een stille in den lande. Voor de rest - hulpvaardig op een rustige wijze.
Voor de rest - zorg voor ouden van dagen en hulpbehoevenden. Voor mensen die niets terug kunnen doen; geen do ut des alzo. Alleen pro Deo, zou de pastoor zeggen. Om Gods wil, terwille van de God der liefde, deed ze haar werk belangeloos, gaf ze wat ze te geven had. En was daarin zalig ..
Na de samenkomst is ze gecremeerd. Jawel, daar kijkt u van op. Wij zijn nog erg op begraven ingesteld en maken daar een principe van.
Zelfs wij, in ons overbevolkte landje, dat nauwelijks plaats biedt aan de levenden. Maar in het buitenland, vooral in het bergachtige buitenland, is de crematie van onze doden verder gevorderd dan hier.
Het geloof in de opstanding der doden, der begraven en der verbrande doden, is er zeker zo sterk als hier. Als zelfs de zee haar doden terug geeft, waarom het vuur dan niet? Geen water of vuur kan ons scheiden van de liefde van Christus. Het heerlijk Hoofd is opgewekt, dat zijn leden tot Zich trekt.