De brief aan de Efeziërs
1975-01-31
Eenheid. 4 : 1 - Jaargang 19
- nummer 5
Zonder te ontkennen dat dit gedeelte te maken heeft met wat men dan noemt "de eenheid der .
kerk" lijkt het me nuchter om er allereerst aan te denken dat het hier gaat om de eenheid binnen de gemeente. Anders onttrekken we ons gemakkelijk aan de klemmende vermaning die er voor ons allen in staat. Het is niet noodzakelijk te vervallen in eindeloze discussies over de eenheid der kerk. Wat de gevraagde levenshouding in dit gedeelte voor de eenheid der kerk betekent komt vanzelf.
Paulus vindt het nuttig nog eens te herinneren aan het feit dat hij een gevangene in de Here is. In die positie vermaant hij. In 3 : 1 en 13 heeft hij gezegd dat hij terwille van Christus voor de heidenen een gevangene is. Hij is in gevangenschap gekomen juist omdat hij predikte dat ook de heidenen mogen behoren tot het volk van God en dat Joden en heidenen samen de nieuwe mensheid vormen. 2 : 11-22.
Paulus, als gevangene voor de heidenen; heeft hen de heerlijkheid van het Evangelie laten zien en mag daarom ook die gevangenschap wel in herinnering roepen om te zeggen dat de gewezen heidenen onder elkaar en ook met eventuele Joodse christenen moeten leven in echte eendracht.
Ze zijn geroepen en nu moeten ze ook leven naar de hoogheid van hun roeping. Een bepaalde positie brengt ook een bepaalde waardigheid met zich mee.
Vrede. 4 : 2-6
Die waardigheid moet zich allereerst uiten in alle nederigheid. Nederigheid is niet hetzelfde als zelfverachting.
Ook niet het altijd spreken over eigen zonden en die van anderen, maar het is onder de indruk zijn van Gods almacht en van Zijn verlossingswerk in Christus. Nederigheid weet van genade te leven. Weet ook van genade alleen te moeten leven. En dat bepaalt dan de houding tegenover.
God en mensen. Wat bedoelt wordt is misschien wel weer het duidelijkst aan Paulus te zien.
Hij wist dat hij verreweg de geringste van alle heiligen was 3 : 8, maar dat. neemt zijn besef van zijn roeping niet weg. 1 Cor. 15 : 9, 10; Hand. 20: 19.
Zachtmoedig. Iemand die weet dat het werk van Christus van allesomvattende betekenis is voor zich zelf en voor heel de wereld.
Die weet te verdragen ter wille van het koninkrijk. De zachtmoedigen worden zalig gesproken door de Heiland. Matth. 5 : 5.
Het betekent niet alle dingen verzwijgen.
1 Petr. 3 : 15.
Lankmoedigheid. Geduld dat zich vooral op personen richt. Zo heeft Christus kunnen wachten op de bekering van Paulus. 1 Tim. 1 : 16.
Dat alles brengt met zich mee elkaar in liefde weten te verdragen.
Onze liefde tot elkaar moet geboren worden uit de wetenschap van Gods liefde tegenover ons.
Ook van de wetenschap van Gods geduld met ons. We behoeven elkaar niet te waarderen, om dat we zo aardig zijn. Want daaraan ontbreekt nog al wat. Maar we moeten elkaar liefde bewijzen omdat de ander voorwerp is van Gods liefde in Jezus Christus.
Vrede. 4 : 2-6
Gelukkig behoeven we het werken aan de echte eendracht niet een hopeloze zaak te vinden. Want dit alles hebben we in Christus.
Er staat immers in 4 : 3 dat we ons moeten beijveren de eenheid des Geestes te bewaren. Bewaren doet men iets, dat er al is. Maar als het woord bewaren wordt gebruikt betekent dit ook dat er gevaar is het te verliezen. Daar zit de duivel achter. De Geest bewerkt de eenheid. De duivel verstoort de eenheid. Hij is een helse geest, 4: 31.
We hebben dan ook één afkomst.
We hebben één roeping door het Evangelie. Het is één en dezelfde Geest, die het Evangelie laat uitgaan tot allen. Daarom ook één lichaam.
Paulus zal, naar alle waarschijnlijkheid, toch wel weer denken aan de tegenstelling tussen Joden heidenen, 2 : 18. Maar ze hebben samen, ondanks de bevoorrechte positie van Israël, één Heer. Eén Gebieder. Die hen kocht met Zijn bloed. We zijn Zijn eigendom.
Hem behoren we toe. Ook de broeder behoort Hem toe. Daarom is er ook maar één geloof. Het vertrouwen. De band aan Christus.
Rom. 6: 3. In Hem en door Hem ook één God en Vader van alle gelovigen, over wie Hij de scepter uitstrekt.
Als we zo de eendracht binnen een gemeente beleven, aanvaarden als een Godsgeschenk, zoals alles wat in dit gedeelte genoemd wordt gaven van de Here zijn, dan worden we ook bevrijd van alle krampachtigheid ook in ons streven "de eenheid der kerken" te bewerken. Wij hoeven het niet te doen. Het is ook wel gebleken dat het ons niet erg best lukt. Maar een gemeente die 'zo leeft valt ook wel op bij andere gemeenten, die zo leven en willen leven. In de herkenning moet dan ook de ontmoeting plaats vinden.
Het gaat duidelijk ook niet: om een eendracht en eenheid zonder nadere keur. Het gaat om vrede met elkaar in het ene geloof. En een ander geloof bestaat er niet.
We hebben niet alleen een gelijke afkomst. Maar ook een gelijk doel.
Paulus spreekt over de ene hoop van onze roeping. Het behoort tot de echte kennis des Heren te weten welke hoop de roeping wekt. 1 : 18.
Hoop is in de Bijbel geen woord van onzekerheid, maar juist van zekerheid. Heidenen zijn mensen zonder hoop. 2: 12. Want ze kennen God niet. De ene ware.
Ze kennen Jezus Christus niet. De ennige ·Zaligmaker. Echte hoop is de verwachting van het Goddelijk herstel van alle dingen. De zekerheid over het bereiken van het einddoel van Gods plan. Rom. 8 : 18 v:v, Ook daarin moet de eenheid uitkomen dat we de blikken gericht hebben op hetzelfde doel.
Dat onze voeten samen gaan op het pad van de vrede. Die hoop wordt nooit beschaamd.