De Geest waait waarheen Hij wil
2012-11-10
Het planten van nieuwe kerken is een effectief middel om niet-gelovigen te bereiken met het Evangelie. Maar de Geest waait waarheen Hij wil. Zo leverde het gemeentestichtingsproject in de Zoetermeerse Vinex-wijk Oosterheem in de afgelopen jaren geen echte toetreders op, maar vonden nieuwe gelovigen wél de weg naar de moedergemeente.- Jaargang 56
- nummer 22
Over de zin en onzin van cijfers en statistieken valt veel te zeggen.
Onlangs zei een deskundige in een actualiteitenrubriek: ‘Ik hoef al die rapporten over Schiphol niet te lezen.
Zeg me wie de opdrachtgever is en ik vertel u wat erin staat.’ Maar ook als cijfers en statistieken betrouwbaar en valide zijn, zeggen ze niet alles. In mijn reactie op het onderzoek van Alrik Vos naar kerkplantingen ga ik uit van de statistieken die hij presenteert. Over vijf jaar gezien bereikten de door hem onderzochte kerkplantingen jaarlijks gemiddeld 1 nieuwe intreder per 24 leden en 1 herintreder per 29 leden. De oudere kerken bereikten jaarlijks gemiddeld 1 nieuwe intreder per 815 leden en 1 herintreder per 1.339 leden. Op grond van deze cijfers is slechts één conclusie mogelijk: het planten van nieuwe kerken is een effectief middel om nieuwe gelovigen te bereiken.
Waterbed
Tegen deze achtergrond zijn de groeicijfers van de samenwerkingsgemeente De Lichtzijde in Zoetermeer (CGK en NGK) opmerkelijk te noemen.
Sinds Pasen 2008 is de gemeente missionair actief in de Vinex-wijk Oosterheem. Dagelijks worden in ontmoetingscentrum Perron 28 op leefbaarheid en sociale samenhang gerichte activiteiten aangeboden.
Voorbeelden daarvan zijn de tienerkookclub, huiswerkbegeleiding, pannavoetbal en de wekelijkse ontmoetingsmaaltijd.
Meer missionair gerichte activiteiten zijn Rock Solid, SuperWoman en de Alpha-cursus.
Daarnaast zette de gemeente zich tot eind 2011 samen met de hervormde Ichthuskerk in voor Perronmeetings, die gericht waren op het ontstaan van een nieuwe geloofsgemeenschap in Oosterheem.
Ondanks de inspanning van tientallen goed gemotiveerde vrijwilligers, de investering van enkele tienduizenden euro’s per jaar en veel gebed bereikte het project in Oosterheem tot nu toe slechts mondjesmaat de mensen waarop het was gericht: mensen die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn. Van nieuwe intreders of herintreders is nog geen sprake.
Daarmee is niet gezegd dat het project geen vrucht draagt, maar die vrucht werd niet zichtbaar in voor een onderzoek als dat van Alrik Vos significante getallen.
Verrassend is dat de moedergemeente sinds de start van het project in Oosterheem wel is gaan groeien. Die groei werd deels veroorzaakt door de komst van gelovigen uit andere kerken, maar ook door nieuwe intreders en herintreders.
In de door Vos onderzochte periode van vijf jaar waren er tien intreders en elf herintreders op een gemeente van zo’n 550 leden. In de afgelopen jaren heb ik wel eens gedacht aan het beeld van een waterbed.
Als je er aan de ene kant op drukt, komt het aan de andere kant omhoog. Door onze missionaire activiteiten drukten we op de nieuwbouwwijk Oosterheem en we zagen – anders dan we hadden verwacht – de groeicijfers in de eigen gemeente omhoog gaan.
Echtheid
Is er een verklaring voor deze gang van zaken? Laat ik beginnen met te benadrukken dat we ons verwonderen over elke nieuwe intreder en herintreder.
Wat een genade als God mensen overwint om te buigen voor het kruis.
Juist het feit dat de meeste van hen ‘zomaar’ gekomen zijn, dwingt ons tot nederigheid. We zaaiden in Oosterheem en zagen het zaad een paar kilometer verderop opkomen in de eigen gemeente. Als dat niet duidelijk maakt dat de Geest waait waarheen Hij wil!
Maar als we dan toch op zoek gaan naar menselijke factoren die iets van deze gang van zaken kunnen verklaren, dan moeten we ons vooral laten leiden door wat de nieuwe intreders en herintreders zelf zeggen. Zij vertellen ons hoe ze bij De Lichtzijde zijn gekomen en wat zij toen ervaren hebben.
In bijna alle gevallen begon het met contacten die zij hadden met gemeenteleden (meer dan eens jongeren!). Ze hoorden van hen dat De Lichtzijde een warme geloofsgemeenschap is die openstaat voor nieuwkomers. Eenmaal over de drempel voelden ze zich al gauw welkom, maar ook vrij om rustig ‘de kat uit de boom te kijken’.
Velen noemen de echtheid van de geloofsbeleving.
Het geloof zoals dat in de diensten wordt beleefd is voelbaar meer dan een traditie. De liederen die gezongen worden zijn divers en de muziek heeft kwaliteit. Regelmatig wordt ook de inbreng genoemd van steeds weer andere gemeenteleden in de diensten (ook hier worden weer de jongeren genoemd!). Verrassend is ten slotte dat veel nieuwkomers zich nog de eerste preek herinneren die ze in De Lichtzijde hoorden.
Bedding
Als ik me afvraag hoe we in de loop van de jaren de gemeente geworden zijn die we nu kennelijk zijn, is het wéér verwondering die de boventoon voert. Opnieuw denk ik vooral aan het werk van Gods Geest. Hij liet het water stromen. Wij hebben niet meer gedaan dan een bedding graven. En uiteindelijk zocht het water ook nog eens een andere bedding dan die wij gegraven hadden!
God heeft ons echt niet nodig
Daarmee zeg ik niet dat het graven van de bedding niet belangrijk is geweest.
Bij de start van de samenwerkingsgemeente in 2007 hebben we bewust gekozen voor een duidelijke missie.
Die missie luidt: ‘We weten ons geroepen om er in alles op gericht te zijn dat mensen Jezus vinden, volgen en verkondigen.’ Vervolgens is de missie uitgewerkt in een visie die bij velen echt tussen de oren is gaan zitten.
Ten slotte hebben we behoorlijk geïnvesteerd in motivatie en toerusting, onder meer door de missie en visie regelmatig in de prediking aan de orde te stellen.
Belangrijk is wellicht ook geweest dat we meteen bij de start van de samenwerkingsgemeente met overtuiging gekozen hebben voor het vrijmaken van menskracht en geld voor een missionair project. Dit project heeft gezorgd voor een enorm stuk bewustwording.
Bepaalde ‘missionaire waarheden’ zijn gaandeweg een deel van onszelf geworden. Ik noem er een paar. Geloven is een kwestie van beleven en doorgeven. Wie je bent is minstens zo belangrijk als wat je doet. En ook: evangelisatie is een kwestie van relatie.
De belangrijkste factor in de ontwikkeling die de gemeente heeft doorgemaakt, lijkt echter de vreugde te zijn die we elke keer beleven als we nieuwe gelovigen zien binnenkomen. Het bevestigt ons geloof dat God ook in 2012 aan het werk is. Het laat ons zien dat zijn Woord levend en krachtig is en deuren kan openen. Het stimuleert ons ook om in afhankelijkheid en vertrouwen verder te gaan op de weg waarop Hij ons steeds weer zo verrassend met zijn zegen tegemoet komt.
Bescheidenheid
Natuurlijk roept de conclusie van het onderzoek van Alrik Vos ook vragen op. Want de cijfers en statistieken mogen in De Lichtzijde dan gunstiger zijn dan bij andere oudere gemeenten, ze blijven nog altijd ver achter bij die van de meeste kerkplantingen. Dus stellen we onszelf de vraag: Doen we iets niet goed in Oosterheem? Zitten de juiste werkers wel op de juiste plek?
Kunnen we misschien beter voor andere werkvormen kiezen? Of zijn we gewoon te ongeduldig?
In de afgelopen maanden heeft een commissie zich op deze vragen beraden en de kerkenraad van advies gediend. Het gesprek daarover zal binnenkort gevoerd worden. Want elke nieuwe intreder of herintreder wekt verlangen naar meer. De grootheid van onze hemelse Vader wordt immers zichtbaar in de vruchten die wij dragen!
In de afgelopen jaren hebben we vooral bescheidenheid en dankbaarheid geleerd. Als er al sprake was van missionair activisme, hebben we dat afgeleerd. God heeft ons echt niet nodig. Hij bouwt zelf zijn koninkrijk en gaat daarin zijn ongekende gang.
In zijn genade wil Hij ons echter wel gebruiken. Daarom is Opwekking 598 zo’n favoriet lied in onze samenkomsten.
Roep mij, zend mij,
leid mij, wandel naast mij:
ik leg mijn leven in uw
sterke hand.
Ds. Adriaan van Langevelde is predikant van De Lichtzijde in Zoetermeer en parttime betrokken bij het missionair werk in Oosterheem.