De vrouw in het ambt

2012-11-10
  • Jaargang 56
  • nummer 22
Het tweemaandelijkse blad Kontekstueel wijdde in september een themanummer aan het onderwerp ‘vrouw en ambt’. Valt daar nog iets nieuws over te zeggen? In alle eerlijkheid: niet veel. Maar oordeelt u zelf.
De Christelijke Gereformeerde dr. Bert Loonstra gaat naar aanleiding van de bekende teksten uit 1 Korintiërs 14 en 1 Timoteüs 2 in op de manier waarop Paulus omgaat met de wet. Zijn conclusie:

Ik pleit ervoor dat we (...) in de lijn van Paulus en overeenkomend met zijn beslissingen de wet zodanig hanteren dat díe regels van kracht blijven die onmiskenbaar hun betekenis in Christus vinden. Dan worden we bewaard bij de geestelijke betekenis van de wet en bij de bevrijdende genade van het Evangelie, waarvoor Paulus zijn leven lang geijverd heeft.
Zonder deze band met het Evangelie wordt de wet een muur, een sta-in-deweg voor de geloofsverbondenheid met Christus en gaat ze wettisch functioneren.
Dat dienen we in de geest van Paulus te vermijden. Dát is geestelijke gehoorzaamheid aan de Schrift. Zo heeft de Bijbel op zijn eigen wijze het laatste woord. In deze lijn kan gehoorzaamheid aan de Schrift impliceren dat we de vrouw wél laten spreken in de gemeente.

Maar gaat het beroep op de schepping niet dieper? Raken we daarmee niet aan de fundamenten van ons bestaan?
Ik denk dat in de discussie hier de beslissingen vallen. (...) Een paar woorden hierover.
Paulus ontwerpt geen scheppingstheologie.
Hij beroept zich op de wet in Genesis 1, 2 en 3 in een typisch rabbijnse manier van argumenteren, waarin het beroep op de Schrift ondersteunend is, maar niet beslissend. Deze rabbijnse omgang met de Schrift valt binnen Paulus’ verstaanshorizon, maar buiten de onze.
Verder: ook Paulus kan vrijmoedig afwijken van een scheppingsordening.
Hij noemt het goed ongehuwd te zijn, hoewel God het niet goed achtte dat de mens alleen is. Denk ook aan de sabbat, waar hij niet aan vasthoudt, ook al wordt die in Exodus 20 gemotiveerd met een beroep op Gods rustdag na zes scheppingsdagen.
In heel Paulus’ benadering is het belang van Gods koninkrijk in Christus doorslaggevend, het beroep op de schepping (of Tora-teksten over de schepping) is daaraan dienstbaar. Het Koninkrijk herstelt de schepping niet slechts, maar overtreft haar en laat haar achter zich.

Ook het andere geluid komt in Kontekstueel aan het woord. Dr. P.F. Bouter, auteur van een recente Gereformeerde Bonds-brochure over dit onderwerp, schrijft over het standpunt van (sommige) voorstanders:

Hermeneutisch kiest men er (...) voor om (...) culturele zaken op de achtergrond te laten en te kijken wat er dan voor wezenlijke boodschap voor ons spreekt. Dit lijkt me echter een weg die veel plekken met drijfzand kent.
Want het risico wordt zeer groot dat je teksten waar dingen staan die vreemd zijn aan onze cultuur wat wegschuift.
Kortom: de Bijbel kan op een aantal punten moeilijk een tegenover zijn en wordt zo aangepast aan onze cultuur.
Vooral op ethische punten zal dat het gevolg zijn. Hermeneutiek moet echt een sleutel zijn om de inhoud van het Woord te openen, niet een slot waardoor we dingen buitensluiten omdat ze ons vreemd overkomen. Het is ook te gemakkelijk. Juist bij teksten waar wij culturele vervreemding ervaren, zal een grondige doordenking en worsteling met de inhoud de doorslag moeten geven.
Neem Genesis 1 en 2. Naar mijn gevoelen vinden we daar niet een soort verouderde (patriarchale) cultuur die lager is dan onze cultuur met gelijkheid van man en vrouw. Nee, we vinden in Genesis 1 en 2 iets wat veel rijker is: God die man en vrouw naar zijn beeld schept, maar in een mysterie van wederzijdse aanvulling en onderscheid.
De tweeslag van gelijkheid in Gods beeld en anders zijn van lichaam en positie schept een schat van mogelijkheden voor de verhouding van man en vrouw in het huwelijk, ook in het samenleven. Onze cultuur is dat mysterie van mannelijk en vrouwelijk in bepaalde aspecten kwijt geraakt en daardoor armer geworden.

Nee, hier komen we niet veel verder mee. En dat brengt de socioloog drs. W.H. Dekker – zelf lid van een kerkenraad zonder vrouwen – tot het advies aan kerken en kerkenraden om niet eerst een hele bezinning over het onderwerp te gaan houden, maar er gelijk maar over te gaan stemmen. Want:

Nog steeds heb ik de neiging te vermoeden dat al die bezinning vormendienst is, bedoeld om draagvlak te creëren bij de eigen wijkgemeente en om aan de andere wijkgemeenten te laten zien dat het geen modegril is, maar een serieus luisteren naar de Schrift. (…) Hou het kort, zou ik zeggen.
Je verliest of wint er niet meer leden mee. (…) De wat badinerende toon hierboven is vooral het gevolg van het voortslepende karakter van de discussie en de bezinning. De voortdurende herhaling van zetten maakt het allemaal zo voorspelbaar, is aanleiding tot politiek gedrag en leidt tot verzadiging.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief