De brief aan de Efeziërs

1975-02-07
  • Jaargang 19
  • nummer 6
Verscheidenheid van gaven. 4: 7

Dat het toch hier echt gaat over de eendracht binnen een gemeente blijkt ook wel als Paulus in vers 7 zegt dat er verscheidenheid is wat de gaven betreft. Dat is geen reden om jaloers te worden.
Want de Christus deelt ze uit. Hij weet het beste wat bij ons past.

Hemelvaart. 4 : 10

Paulus gaat wat hij gezegd heeft "bewijzen" met Psalm 68. In deze psalm wordt gesproken over de zegetocht van Israëls God. Hoe Hij in liefdevolle machtsuitoefening Zijn volk uitleidt uit Egypte en binnen leidt in het beloofde land. En dat de HERE in Jeruzalem gaat wonen door de ark daarheen te voeren. 2 Sam. 6.
De ark was bij uitstek teken van Gods tegenwoordigheid. Zijn troonzetel. De ark, die van Gods gunst getuigt. De ark van het verbond.
Nu is het met de ark niet best gegaan in Israël. Niet best met de ark, omdat het niet goed ging met het volk. Daarmee bedoel ik uiteraard dat het volk van de HERE afweek. Als Israël, onder leiding van de zonen van Eli, de ark maakt tot een soort tovermiddel in de slag bij Afek, dan geeft Hij de ark over in de handen van de Filistijnen, onbesneden. De HERE laat echter de ark niet bij de Filistijnen, maar hij komt terug naar Israël en is dan jaren lang in het huis van Abinadab. Het is allemaal te lezen in het begin van het boek Samuël.
Dan, na veel jaren brengt David de ark naar Jeruzalem. God staat op tot Zijn rust. Ps. 132 : 13, 14.
Daaraan denkt Paulus in dit gedeelte. Maar hij geeft er een nog diepere zin aan.
Gods triomftocht, begonnen met de uittocht uit Egypte, zo duidelijk voortgezet in de opvoering van de ark naar Jeruzalem, vindt zijn aanvankelijke voltooiing in de hemelvaart van onze Heer Jezus Christus.
Wie is er naar de hemel gevaren?
Wel, de man, Die opstond in Galilea, was de Zoon van God, Die eerst neerdaalde naar de aarde.
Waarom kwam Hij op aarde? Om hier te lijden en sterven voor onze zonden. Om te zijn het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt.
En als het Lam is Hij ook ten hemel gevaren. Openb. 5: 6.
Hij is met Zijn bloed de hemel binnen gegaan. De schuld is betaald.
De dood overwonnen. Hij leeft altijd om alles tot de volheid te brengen. Om alle dingen te herstellen in Jezus Christus.

Gaven. 4: 11-13

Als de ark naar Jeruzalem gebracht is, deelt David geschenken uit aan het volk. 2 Sam. 6: 19.
Een broodkoek, een stuk vlees en een druivenkoek. In die geschenken wordt verzinnebeeld de zegen des HEREN voor héél Israël.
Psalm 132 : 13 V.v. Zo deelt de verhoogde Heiland nu Zijn gaven uit aan de gemeente vanuit de hemel.
In de eerste plaats apostelen. De speciale opdracht van de apostelen was om getuigen te zijn van de opstanding. Hand. 1 : 21, 22.
Zij konden zeggen: ik heb het zelf gezien en zelf gehoord, wat ik nu verkondig. 1 Joh. 1 : 1-4. Zij vormen het fundament van de kerk.
Ef. 2 : 20. Aan hun woord heeft de Heiland de kerk van alle eeuwen gebonden. Joh. 17: 20.
Profeten: Die hebben de apostelen terzijde gestaan in het werk van het stichten van gemeenten. Van deze soort dienaren kunt u lezen in Hand. 13 : 1.
Evenals het apostelambt was ook het profetenambt, in de zin, zoals hier bedoéld, tijdelijk. Ze behoren tot de eerste tijd van de Nieuwtestamentische kerkgeschiedenis.
Ze hebben geen opvolgers. Evenmin als de apostelen opvolgers hebben.
Dan worden Evangelisten genoemd.
Wat hun werk is door het woord al wel duidelijk. Ze moeten het Evangelie prediken. Als Paulus in de een of andere plaats een groep gelovigen had verworven, hoe klein soms ook, dan ging hij haastig weer verder. Hii is eigenlijk nergens lang geweest. Hij liet wel medewerkers achter of zond die later om verder te arbeiden aan de opbouw van de gemeente.
We kennen er enkelen bij name. Timotheüs en Titus bv Dan herders en leraars. Dat zijn niet twee verschillende ambten.
Maar dat is één ambt, naar twee zijden benoemd.
Natuurlijk zijn er veel meer genadegeschenken, die we van de Heiland ontvangen. Paulus spreekt hier niet over ouderlingen. Ook niet over diakenen. Hij doet dus een keus.
Wat is het gemeenschappelijke in de ambten, die Paulus hier noemt?
Dat door de mensen, hier genoemd, met deze opdrachten, aan de gemeente en in de wereld de blijde boodschap van devergeving der zonden en de bevrijding van het leven gehoord wordt.

Doel

Welke bedoeling zit achter deze geschenken van God? Opbouw.
We dienen hier wel te denken aan een opbouw, zoals Paulus er over gesproken heeft in hoofdstuk 2. De kerk is een gebouw, waarvan de apostelen en profeten het fundament zijn, terwijl Jezus Christus de uiterste hoeksteen is.
Dat gebouw moet opgetrokken worden door de toebrenging van steeds meer kinderen des Heren en door de kinderen des Heren toe te rusten tot dienstbetoon.

Eenheid

Op deze manier moet de eenheid van het geloof en van de kennis bereikt worden. Weer die eenheid of opdracht. Die eenheid is er, hebben we al gezien. Hier: de eenheid moet nog bereikt worden.
Hoe kan dat? Nu, wat we in Christus hebben, moet ook toegeëigend worden. En, ons vertrouwen en onze kennis kunnen we dienen meer en meer te worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief