BABS
1975-02-28
De beste mensen hier op aarde dat zijn de honden en de paarden (jagerstaal) Deze vrijdagavond achter het stuur, rijdend over de donkere Veluwe, zijn mijn gedachten bij onze Babs, Een mensenbrein wil bezig zijn en Babs heeft een grote plaats in ons hart. U kent Babs immers? Jazeker, u moet haar kennen uit deze kolom, waar ze nu en dan haar partij meeblaft. Babs is onze sprekende teckel, onze dashond zogezegd. Dochter van sjieke stamboekouders. Haar moeder was onze Liesel. een zwarte teckel, dochter van Lady. En haar vader was een generaalshondje, een brutaal heerschap van goeden huize.- Jaargang 19
- nummer 9
Babs werd bij ons thuis geboren. Wat herinner ik het mij goed. Er kwam een nestje van vier teven. Onze jongste dochter was bij de , geboorte; ze viel me huilend om de hals: arme pappie, hier in huis worden alleen maar vrouwen geboren! Dat was in 1962; ik onthoud de jaren aan de auto's, die we gebruikten. Dertien jaar geleden dus.
Dat is een hele leeftijd voor een teckel.
Uddel, Garderen. Milllgen. Ze glijden uit het duister aan en verdwijnen in het duister. Ho jongeman, niet inhalen in een bocht alsjeblieft.
En houd je hoofd een beetje bij de weg; er wordt vanavond op je gewacht Stroe, Harskamp - hier ergens rechtsaf.
Herinnert u zich dat dialoogje met Babs op zondagmorgen? Dat kleine mormel heeft zo'n overtuigingskracht - daar kun je maar moeilijk tegen op. Wat die in het hoofd heeft zit niet ergens anders. Alleen al de wijze, waarop ze doelbewust in de zon gaat liggen genieten - je zou zo willen meedoen. De overgave, waarmee ze zich op de dagelijkse maaltijd werpt - animerend gewoon. En dat voor een dame op hoge leeftijd. Want wat betekenen 13 jaren eigenlijk voor een teckel? Dat moet u vergelijken met een mensenleeftijd van 92 jaar ongeveer.
Nu dan.
Hier komt Wekerom - dat is vlak voor Ede. Nu opletten, dat je niet op de verkeerde weg komt. Men verwacht je in Bennekom, te acht ure ten huize van de veurzitter van onze persvereniging. Wel gezellig is Ede op vrijdagavond. Zo gezellig, dat je als autorijder van hot naar her wordt gestuurd - om de binnenstad vrij te houden voor het winkelend stadsvolk. Of is Ede geen stad? Toch een durp?
En dan die streek van Babs om met een clandestien nestje jongen thuis te komen! Ze mocht officieel geen kinderen hebben en in haar eenzame verlangen legde ze een verhoudinkje aan met een cocktail van het Frusselt. Wat hebben we haar beknord. Voor hetzelfde geld had Babs een stamboeknestje kunnen hebben: echte teckels. Maar nee hoor - als het maar een bloedeigen kind was. Nu, dat was het: onze Noortje, een ruigharig monster met een leuk karakter. Maar een teckel? In genen dele. Samen verdedigen die twee het vrouwtje tegen alle echte en vermeende aanvallen. Ze zouden het dorp onderstboven keffen, als er kwaad volk op het erf kwam.
En daar is Bennekom. Nu wordt het ingewikkeld. Even stilstaan en het spiekbriefje raadplegen. Ja hoor. Een paar keer misrijden en dan worden we ergens in de bossen ontvangen door fijne mensen in een sfeervol huis. Daar zijn we dan.
Al spoedig begint de vergadering van bestuur en redactie. Met gebed; want we hebben geleerd, dat het anders niet goed gaat. De voorzitter wijdt enkele goede woorden aan onze overleden broeder Dorr. Zijn plaats is open.
Dan komen de agendapunten. Aanvulling bestuur. Jaarvergadering in april. Aanvulling redactie. Exploitatie en koers van ons blad. Er zijn wat abonnementen opgezegd. Zegt het ons iets? Ligt het aan onze redactie? Aan de presentatie? Aan de artikelen? Aan de turbulente tijd? Het bestuur meent dat de inhoud, zeker van het laatste jaar, op goed peil staat. De redactie deed wat zij kon met haar bescheiden krachten.
En neem nou Babs tijdens het middageten. Als de Bijbel in het zicht komt - je kunt er amen op zeggen, dat Babs ineens op mijn knie moet zitten. Haar kopje op de Bijbel. IJverig meelezen en meeluisteren.
Een vroom hondje, die Babs, Of speelt ze altijd komedie? Toch heeft ze wel stijl in haar hondenleven. Een dame van allure. Bij Babs vergeleken is Noortje maar een straathondje: wild, zenuwachtig, speels en fel tegen mannenbroeken. Maar Babs is waardig. Blaft wel mee - maar beheerst.
Want wat zijn eigenlijk de maatstaven om ons blad te redigeren? Weet u het? Weet de redactie het? Weet het bestuur het? Gods Woord is onze maatstaf, jawel. Maar hoe verstaat u Gods Woord in deze tijd en in ons zeer gemengde gezelschap? We moeten trachten samen te binden, alles wat uit de vrijgemaakte kerken is geworpen. Jawel. Maar een nieuw "profiel" voor de buitenverbandse gereformeerden ontwerpen?
Elkaar een nieuw, zogenaamd eigen gezicht geven? Een facelift?
En dan weer nauwkeurig vaststellen wat mag en niet mag; wat kan en niet kan; wat hoort en niet hoort? En dan weer allemaal samen als één man opgeven van ons goede recht en afgeven op hen, die niet met ons gaan? Ach nee, zo kan het toch niet.
Wat dan? Een keus doen tussen de ene vleugel, die alles wil behouden wat vorige eeuwen opleverden - en die anderen, die alles willen vernieuwen, wat nog even anders kan? Ach nee - zulk een keus komt toch niet uit Gods Woord.
Maar dan die keer, dat Babs waarschijnlijk een vleugje mollengif had binnengekregen! Ze lag op mijn knie te slapen, terwijl ik onder de lamp zat te lezen. Ineens kwam ze overeind, keerde zich om, keek me doordringend aan, bracht haar snuit vlak bij mijn gezicht en zei: wooow, woow, woow! Ik vroeg: wat scheelt er aan, Babs? Ze sprong op de grond, viel om en lag meteen te stuiptrekken. Wat een schrik!
Had ze misschien mollenaas met strychnine opgegraven in de tuin? Ze lag op haar zij, de trillende ledematen gestrekt, en keek me wazig aan.
Wat heb ik tegen haar gepraat! Zo van: nee, kleine Babs, je gaat me de pijp toch niet uit? Even flink zijn, het gaat over, het komt weer goed. En maar strelen en maar contact houden. Tot ze me weer bewust aankeek en zich ontspande. Na tien minuten was ze weer normaal en zwiepte met haar pedante staartje. Maar onze schrik hield het weken uit. We zijn Babs gaan ontzien. Was het eigenlijk wel strychnine - of was het iets anders?
Luister - nu komt het gesprek tot een climax. Vergeet nu even je hondje, jongeman, en speelgoed mee. Het gezelschap is het waard, dat je je goed concentreert. Kijk - zó komen we er. Ons volk is uiterst heterogeen geworden, het eenrichtingsverkeer is er uit en de juiste richting wordt gezocht. Hoe we ook schrijven - we schrijven altijd fout: voor de ene vleugel of voor de andere. En aanpassen aan de mond van Jerusalem is verwerpelijk Maar aanpassen, schrijven naar het hárt van Jerusalem, dát moeten we! Trachten de tijd te verstaan, Weten wat Gods Woord in deze tijd zegt. Gods boodschap doorgeven.
Trachten onze lezers aan het denken te krijgen. Opdat ook zij gebouwd worden uit het Woord; en Gods beloften, voor deze tijd en de volgende, geloven. Dat betekent: ons losmaken van allerlei menselijke geboden en inzettingen; om ons des te meer te onderwerpen aan Gods geboden en inzettingen. Dat betekent: rustig verder gaan met onze bescheiden middelen, met ons bescheiden blad, ons heterogeen lezerspubliek, De tijd uitkopen. Maar dat betekent ook: rekening houden met elkaars zwakheden, gevoeligheden, instellingen. De geschiedenis herhaalt zich niet; maar de geschiedenis werpt wel een bizonder licht op het heden, Het heden is niet beslissend voor de. toekomst; maar het heden bergt wel de totale toekomst in zich. En boven dit alles. .. welft zich Gods hemel. Boven ons werk is het alziend oog, dat over onze schouders meeleest.
Ja, als onze Babs met een dame van 92 jaar te vergelijken is - dan is ze wel broos. Zo taai en onverwoestbaar als vroeger, ziet ze er de laatste jaren ook niet meer uit. Haar snoetje is grijs geworden. Al is ze slank gebleven, door goed gekozen en gedoseerde voeding - ze heeft niet veel bij te zetten.
Een enkele maal kan Babs opeens jammerend blaffen ... en als je er heen gaat zit Noortje met een schuldig smoeltje en Babs schijnt zich te beklagen. Toch zal Noortje haar nooit echt bijten; speelt alleen maar, tot ze weggesnauwd wordt. En wat moet je dan geloven?
Ga je met de honden wandelen, dan bedelt Babs al gauw om op de arm te worden gedragen. Doodmoe. Ja, graag ónder de loden jas. En dan gluurt ze om een hoekje naar Noortje, Plaagt haar: kun je niet meekomen, Noor? Zijn je beentjes te kort?
Maar de laatste tijd horen we Babs wel eens vaker jammeren. Neem nou vorige week. Ze lag in de kamer te slapen op een kussen. Ineens komt ze overeind, zoekt mijn ogen, komt dichter bij, gaat praten met haar kopje omhoog, zo van woow, woow, wo ... en tuimelt om.
Bleèf op haar zijde liggen, kon niet meer overeind komen. Ik knielde neer; kon bijna geen hartslag meer voelen. En wat zegt dan een baas tegen zijn hondje? Alles wat hem in de mond komt. Om het hondje door de aanval heen te slepen. Praten, opmonteren, grapjes maken, strelen, aan haar lange oren trekken en bladeren in het telefoonboek.
Toen ik het nummer van de dierenarts gevonden had, kwam Babs overeind, schudde zich uit en ging weer slapen. Comedie? Aandacht trekken? Ouderdom, zei de dierenarts.
Al deze dingen spelen door mijn hoofd, nu ik over de middernachtelijke Veluwe rijd. De sterren staan boven mij .te stralen; er begint weer een nieuwe maansikkel te komen, Wekerom, Harskamp, Stroe, Milligen, Garderen, Uddel, Elspeet, Vierhouten.
In Vierhouten ligt onze Babs op haar zijde. Voor het eerst zal ze me niet verwelkomen, In het tuinhuisje heb ik haar neergelegd. Voor ik vanavond vertrok vond ik haar zo, naast de nauwelijks aangesproken bak met voer. Normale slaaphouding, maar geen hartslag meer. Ditmaal geen comedie, Wat wilt u: twee ennegentig jaar!
En morgen moet ik mijn kleine vriendin begraven. Dat wordt een zware dag.