De brief aan de Efeziërs

1975-02-28
  • Jaargang 19
  • nummer 9
Duivel-Heilige Geest. (vervolg)
De duivel probeert Gods plan van eeuwigheid te weerstaan. De Heilige Geest Gods is gekomen om ons te verzegelen opdat we in ongeschondenheid het doel van Gods plan bereiken. De Geest is gegeven aan de gemeente als waarborg dat we de dag van de Here Jezus zonder verschrikken kunnen zien naderen.
De Geest is werkzaam om alles klaar te maken voor de volkomen verlossing. Daarom ook moet er in de gemeente, in plaats van een sfeer van boosheid en onaangenaamheid, heersen de sfeer van de barmhartigheid en liefde.
En als we elkaar wat aandoen en hoe vaak gebeurt dat niet, zelfs onopzettelijk, dan moeten we bereid zijn elkaar te vergeven. Christus heeft immers ook ons vergeving geschonken. Hij is gestorven voor ons, toen we nog vijanden waren.

Licht-duisternis. 5: 1-21

De hoofdstukindeling is ook hier weer bedriegeliik, Paulus gaat gewoon door met wat hij in hoofdstuk 4 heeft gezegd.
Het blijft gaan over de nieuwe levenswandel.
En daarin moeten we navolgers Gods zijn. Omdat wc
Zijn kinderen zijn.
Hij heeft in liefde Zijn Zoon in deze wereld gezonden.
Christus heeft in Zijn liefde Zich laten zenden en in diezelfde liefde heeft Hij Zich voor ons in de dood gegeven. De dood, die wij verdiend hadden om onze zonden.
De bron waaruit de onderlinge liefde voortkomt, dient altijd te zijn de wetenschap dat God ons in Christus lief heeft. Het nieuwe bestand der dingen gaat ook ons leven bepalen.
Van hoererij, hebzucht, allerlei, onreinheid, onwelvoegelijkheid, zotte en losse taal mag zelfs geen sprake zijn. Dat past niet bij het nieuwe bestand der zaken. Het koninkrijk komt. En daarin is geen plaats voor al dit soort dingen.
Opvallend is wel dat Paulus een geldgierige een afgodendienaar noemt. Er wordt veel gewaarschuwd in de H. Schrift tegen deze zonde. In navolging van de Heiland zegt Paulus hier: je kunt niet God dienen èn de Mammon Matth. 6 : 24.
Efeze was een goddeloze stad.
Deze christenen leeefden dus in een omgeving en kwamen uit een omgeving, waarin overspel, ontucht en alle mogelijke kwalen die daaruit voortkwamen "heel gewoon" waren. Maar de christenen moeten daaraan niet langer meedoen.
Het heeft al te lang geduurd.
Maar toen leefden ze dan ook in duisternis, al wisten ze het niet. Maar nu is het licht van het Evangelie gekomen. In dat licht moeten ze wandelen. Niet kiezen voor de duisternis, die samenvalt met het dienen van de duivel, maar kiezen voor de Heiland der wereld, het licht der wereld. Dan wandelen ze ook als kinderen van het licht. En de vrucht van het licht dat bij hen ontstoken is door het werk van de Geest is dan ook weer goedheid, gerechtigheid en waarheid. En ze moeten toetsen.
Onderkennen, waarop het aankomt ook in de christelijke levenswandel.
Wat werken der duisternis zijn dat moeten ze weten om te onderscheiden en aan de kaak te stellen. Daarom moeten ze ook weten te verwerpen wat van de duivel komt, wat werkelijk het licht niet kan verdragen.
En als er mensen mochten zijn die buiten het licht wandelen, in de duisternis, dan geldt de oproep: Ontwaakt, gij die al slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Een leven zonder Christus is een leven in de duisternis. Het is ook een leven in de dood en het is een leven in dwaasheid. Want zonde is dwaasheid. Leven met de Heer is wijsheid.
Als we de gelegenheid hebben,
dan moeten we ook in staat zijn een woord van pas te spreken tot hen die in duisternis wandelen. Col. 4 : 5, 6.
Verder: een waarlijk vreugdevol wandelen in het licht, mag en kan niet geboren worden uit wijn, maar uit de Heilige Geest. Dan is er de rechte dankbaarheid en de rechte dankzegging in woord en lied.

Het huwelijk. 5 : 22-33

Vrouwen, weest aan uw man onderdanig.
Dat klinkt niet erg populair.
Maar het staat er toch.
Juist in een tijd van emancipatie en in "het jaar van de vrouw"wat een nare vertoning, vooral voor de vrouw - is het wel goed de Bijbel toch maar de Bijbel te laten.
Er wordt geen slaafsheid gepredikt of verdedigd. Mannen moeten hun vrouw liefhebben. Het gaat hier over het huwelijk. 'En dan in verband met de oorspronkelijke goede toestand en met de wederherstelling van alle dingen.
Daarin past geen slaafsheid. Daarin past ook geen dictatuur, Het huwelijk is gefundeerd in het geheim van God. Het wordt genormeerd door het geheim van Christus.
Evenmin als het voor de gemeente een schande is onderworpen te zijn aan Christus, evenmin is het voor de vrouw geen schande, onderworpen te zijn aan de man. Als man en vrouw allebei maar verbonden zijn aan de Heer.
Tot wat een hoge waarde wordt zo het huwelijk gebracht. Het is een goede instelling dat het vergeleken kan worden met de verhouding Christus-gemeente. Zo wordt het huwelijk opgenomen in het herstel van alle dingen en bevrijd van de typische zonden, die het huwelijk bedreigen.
Het is opvallend dat de man het gebod krijgt de vrouw lief te hebben.
Het verliefd worden valt de man meestal niet moeilijk. Het lief blijven houden valt hem vaak moeilijk. De vrouw wordt bewaard voor een verkeerde emancipatiezucht.
Het valt haar makkelijker trouw te blijven. Het valt beiden moeilijk zich aan de oorspronkelijke instelling te houden.
De liefde van de man moet zo ver gaan, dat hij "alles" voor haar over heeft. Zoals Christus "alles"
heeft over gehad voor de gemeente.
Dat nu heeft duidelijk niets met tyrannie te maken. Het tegendeel is het geval. En moet dat ook zijn. Zijn uiterste zorg moet zich uitstrekken over de vrouw. En als hij voor zijn vrouw zorgt, zorgt hij nog maar voor zich zelf. Ze zijn immers tot één vlees geworden.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief