Boekbespreking

1975-03-07
  • Jaargang 19
  • nummer 10
Karikatuur van de tijdgeest.
Het is bijna een gewoonte, en wel vooral van ouderen, om de huidige tijd en haar verschijnselen met zorg gade te slaan, welke zorg zich ook uitstrekt naar de toekomst.
Evenzo is het een gewoonte, en dan vooral van jongeren, om de waarde van gebeurtenissen en gedachten in de geschiedenis te onderschatten, al begint bij de jongeren nu ook de zorg voor de toekomst te overheersen.
Om de huidige tijd en haar geest in het perspectief van het verleden (en met een blik op de toekomst) te plaatsen, hield prof. dr H. A. Oberman, kerkhistoricus, een jaar geleden een aantal zondagavondlezingen voor de NCRV.
Aan de hand van een aantal voorbeelden, vooral van wat op wetenschappelijk en cultureel gebied in de historie fout is gegaan of beoordeeld en daarnaast wat juiss van grote waarde bleek, wordt de huidige tijdgeest verduidelijkt.
Bescheidenheid wordt aan de christen geleerd door de beschrijving van de blunders welke hij in de geschiedenis heeft begaan, maar juist het perspectief van het christendom komt aan het licht als deze blunders in de juiste kontekst worden geplaatst en niet leiden tot de mythe dat het christendom per definitie altijd aan de foute kant heeft gestaan. Het is tenslotte soms even moeilijk om in de wereld te zijn als niet van de wereld te zijn.

De lezingen zijn in boekvorm uitgegeven door Kok, Kampen (1974)onder de titel "Karikatuur van de tijdgeest", (prijs f 8,90).
Karikatuur omdat juist de scherpe kantjes ons zo'n helder inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van gebeurtenissen en gedachten en hun invloed op onze tijd en ons denken.
Als men de stukjes leest, overigens met fraai gevonden hoofdstuktitels, wordt het wel duidelijk dat er nog heel wat te karakteriseren valt alvorens wij onze tijd helder door hebben. En als het zover is, is onze tijd alweer geschiedenis.
Als U het boekje in handen krijgt moet U het gerust eens lezen.

Amsterdam. G. P. Verburg

Prof. dr H. J. Jager, De taal van het Nieuwe Testament, uitgave van de Copiêerinrichting v. d. Berg, Broederweg 6, Kampen.

Op 7 december 1959 hield prof. Jager een rede bij de overdracht van het rectoraat die op de aanwezigen een voortreffelijke indruk maakte. Ze gaf een beschouwing over de taal van het Nieuwe Testament zo als alleen iemand geven kan die daar jaren lang intensief mee heeft omgegaan. Nu is het wel bekend dat er sinds zijn studententijd nauwelijks één dag is voorbij gegaan waarop Jager zich niet in dat hem zo dierbare boekje verdiepte. En ook dat hij dat doet met de hem ingeboren nuchterheid en kritische instelling ten aanzien van alles wat op zijn vakgebied verscheen en verschijnt.
Ik ken niemand die wat dat betreft zo nuchter en kritisch is! Het gaat Jager er uitsluitend en alleen om precies te lezen wat er staat, zonder alle mogelijke theorieën, constructies, vermoedens, gissingen, om dan voorts het zo gelezene echt te verstaan. In de genoemde rede gaf hij enkele resultaten van wat hij in deze jarenlange omgang met het griekse Nieuwe Testament had ontdekt over het karakter van de taal daarvan.
Opbouw is uiteraard niet het geschikte blad om deze resultaten te memoreren en te evalueren.
Wie iets van het nieuwtestamentische grieks kent zal wel begrijpen wat er aan de orde kwam als ik zeg dat het o.a, ging over "daristen" en "priesters", over Adolf Deismann, over het gevaar van schematiseren en systematiseren van de bij uitstek levende taal waarin ons het N.T. is gegeven enz. Jager illustreerde dit alles met een bespreking van loopjes als: lidwoord-bepaald; zonder lidwoord-onbepaald, We hoorden hoe er gefantaseerd is over het verschil tussen apostelloo en pempoo.
Over agapan en philein, speciaal in verband met Joh. 21 : 15-17 (tussen haakjes daardoor werden een massa preken naar de pruliemand verwezen!) Ook over de beroemde onderscheiding tussen peirazein en dokimazein. (toen ik dat hoorde moest ik mijn hand diep in eigen boezem steken) We hoorden ook een nuchter woord over de beweerde verschillen tussen kainos en neos - Maar ik houd op met aanduidingen. Laat ik nog mogen zeggen dat de rede gestoffeerd werd met een massa verwijzingen naar heel veel litteratuur.
In de uitgave ervan vindt men de vindplaatsen daarvan in 97 noten.
Ja. ik kan nu van de uitgave van deze rede spreken. Daarvoor heeft cand. B. Meier gezorgd. En hij heeft dat - evenals eerder ten opzichte van Jager's kommentaren - met grote liefde en zorg gedaan. Alle citaten heeft hij gecollationeerd: een enorm karwei.
Laat ik ten slotte nog dit mogen zeggen: ik wil niet beweren dat ieder predikant om up to date te zijn bij de lezing van het N.T. deze rede moet lezen, maar wel dat hij op de hoogte moet zijn van wat de zakelijke inhoud daarvan is.
De voor enkele dagen 75 jaar geworden oud-hoogleraar heeft ons bij die gelegenheid op deze wijze een kostelijk geschenk aangeboden.
Evenals aan de Theologische Hogeschool waarvan hij zo lang, zo vroom en met zoveel toewijding heeft gewerkt en die hem als dank daarvoor zijn recht en eer als emeritus-hoogleraar heeft ontnomen - Of nee, zijn eer niet, want die kan niemand hem ontnemen!

C.V.

P.S. Laat ik hier nog bij zeggen dat de rede van prof. Jager op voortreffelijke wijze is uitgegeven door de Copiëerinrichting v. d. Berg, Broederweg 6 te Kampen.
En voorts dat deze ook een werkelijke prachtige herdruk, nota bene in linnen band, gereed maakte van prof. Holwerda's bekende boek. .. Begonnen hebbende van Mozes.. waarin opgenomen zijn "De plaats, die de HEERE verkiezen zal; De exegese van Amos 3 : :3-8; De priester-koning in het Oude Testament; De Heilshistorie in de prediking". Hiervan zeg ik alleen dat goede wijn geen krans behoeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief