Boekbespreking

1975-03-21
  • Jaargang 19
  • nummer 12
Prof. dr M. Boertien,
Het joodse leerhuis,
van 200 voor tot 200 na Christus,
uitg. J. H. Kok, Kampen 1974,
prijs f 7,90.

Dit boekje (80 pagina's) van professor Boertien bevat de omgewerkte versie van een achttal voordvachten die hij in 1973 als 'zondagavondlezingen' voor de radio hield, Het heeft als onderwerp de joodse omgang met het Oude Testament. En dan niet het Oude Testament zoals het zijn functie had in de eredienst van de synagoge, maar het Oude 'Testament zoals het bestudeerd werd in het zogenaamde leerhuis, het "Huis van Schriftonderzoek'. Het boekje wil ons inzicht geven in de wijze waarop de joden de Schrift uitlegden in de twee eeuwen voor en na de geboorte van Christus. Dat juist deze periode is gekozen is niet toevallig. In de loop van deze tijd zijn door het rabbijnse jodendom de uitlegkundige regels vastgelegd, volgens welke men het Oude Testament moest verklaren.
Deze regels hadden en hebben nog steeds een groot gezag binnen het jodendom. Wat de inhoud van het boek betreft, het is ruwweg in twee gedeelten in te delen.
De eerste twee hoofdstukken leggen uit wat het leerhuis eigenlijk is, namelijk de plaats waar de Schrift werd onderzocht. En verder krijgen we een interessant overzicht van de vakken die erin het leerhuis werden onderwezen.
Dit was in de eerste plaats het lezen van de Schrift, de miqra. (Men dient hierbij te bedenken dat de kinderen al met vijf jaar naar het leerhuis gingen.) Het tweede vak waarin onderwijs wend gegeven was het onderzoek van de bijbeltekst, de midrasj. DitSchriftenderzoek geschiedde in twee richtingen.
Het wend gedaan met het oog op de vragen die ontstonden in verband met de juiste naleving van de wet (bijvoorbeeld de vraag wat 'werk' is in het gebod: op de sabbat zult gij geen werk doen); dit vak droeg de naam halacha.
Het schriftonderzoek kon zich echter ook richten op de opbouw van het geestelijk leven van de leerlingen, op het meegeven van een stuk 'geestelijke weerbaarheid': dan droeg het de naam haggada. Het doel van het leerhuis was vooral de kinderen te onderrichten in de Schrift en de overlevering. Ieder kind kon dit onderwijs ontvangen. Dit was een zeer opmerkelijke zaak in een tijd dat onderwijs toch voornamelijk was weggelegd voor een kleine elite. Aan de zorg voor en het ernstig nemen van de kinderen die hieruit spreekt kunnen wij een voorbeeld nemen. Vooral nu het godsdienstonderwijs op de scholen bezig is te verschralen tot het geven van min of meer zakelijke informatie over het verschijnsel godsdienst en het discussiëren daarover. Kunnen wij als kerk volstaan met het geven van één uur catechisatie per week aan onze kinderen?
In het tweede gedeelte van het boek van professor Boertien worden dan een aantal voorbeelden besproken van rabbijnse exegese.
Een exegese die hij typeert als 'creatieve herinterpretatie'. Deze wijze van bijbeluitleg zal bij lezers met een christelijke achtergrond vragen oproepen. Het is jammer dat professor Boertien in zijn boekje niet iets meer van zijn eigen standpunt in deze zaken naar voren laat komen. Zijn boek gaat uit boven het verstrekken van objectieve informatie over de rabbijnse exegese, maar komt toch ook niet tot een enigszins kritische bespreking daarvan. Dit is temeer op zijn plaats met het oog op de hernieuwde aandacht voor de rabbijnse exegese van de kant van christelijke theologen. Tenslotte nog over het tweede deel van dit boek: de schrijver heeft een groot aantal van zijn voorbeelden gezocht bij Ex. 15, het lied van Mozes. Dit komt de leesbaarheid van het boek zeer ten goede.
Over het algemeen kan gezegd worden dat het boekje van prof. B. een goede inleiding is om zich vertrouwd te maken met de joodse exegese. Toch kleeft er een belangrijk bezwaar aan de beknoptheid van dit werk. Zoals reeds gezegd werd er in het leerhuis schriftonderzoek verricht met het oog op de wetsvoorschriften, de zgn. halacha, èn met het oog op de opbouw van het geestelijk leven van de leerlingen, de zgn. haggada, Prof. B. geeft in zijn boekje alleen voorbeelden van de laatste wijze van schriftonderzoek. Hij heeft dit welbewust gedaan( pag. 26). Hij is bang zijn lezers al te zeer te vermoeien met voorbeelden van haggada en meer verklaring eist. Maar toch gaat dit ten koste van de volledigheid van het boek. In het onderwijs in het leerhuis nam het onderricht in de toepassing van de wet minstens een even belangrijke plaats in als het meer 'stichtelijke' onderricht. Men zou het onderwijs in de wetsvoorschriften zelfs als de harde kern kunnen beschouwen van het onderricht.
En er is nog een reden om er niet aan voorbij te gaan.
Het blijkt duidelijk uit zijn boek dat professor B. bij het schrijven ervan vooral gedacht heeft aan lezers met een christelijke achtergrond.
Juist zij weten uit het Nieuwe Testament dat de meeste conflicten van Jezus met de Farizeeën geschillen waren over de naleving van de wetten en dus lagen op het gebied van de halacha, Mijn inziens had het boek van professor B. aan waarde gewonnen als hij het nog iets had uitgebreid.
Wellicht was het dan iets minder boeiend geworden, het had aan volledigheid gewonnen. Iemand die echt in deze zaken geïnteresseerd is zal dat graag voor lief nemen. Niettemin zou ik ieder die belangstelling heeft voor de joodse wijze van bijbel uitleg, willen aanraden dit boekje te lezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief