Prof. dr H. J. Jager
1975-03-21
Plechtig heb ik prof. Jager moeten beloven in Opbouw niets te schrijven ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag. Ik heb dat daarom ook niet gedaan. Maar ik meen nog wel de vrijheid te hebben hier de stem van een dankbare oudleerling over te nemen. Het is die van ds H. van Ommen van Arnhem.- Jaargang 19
- nummer 12
Hij plaatste in het kerkblad van het Noorden het volgende stuk:
• Prof. dr H. J. Jager – emeritus hoogdleraar van de Theologische Hogeschool te Kampen vierde zondag, 16 februari jl. zijn vijfenzeventigste verjaardag.
Evenals prof. C. Veenhof werd ook hem door de generale synode van Hoogeveen in 1968 de rechten van emeritus-hoogleraar ontnomen.
Ook deze professor heeft geleden aan de kerk!
In 1946 werd hij geschorst door ambtsdragers te Voorthuizen, die bij zijn benoeming tot hoogleraar in 1948 hem herinnerden aan de woorden van psalm 84: "De Heere geeft genade en ere, het goede onthoudt Hij niet aan hen; die onberispelijk wandelen!"
Die ambtsdragers meenden het niet zo kwaad, maar zij lieten zich helaas gezeggen door kerkvorsten.
In 1968 werd deze broeder opnieuw kwalijk behandeld door kerkvorsten. In de kerk en aan de Theologische Hogeschool duldde men hem niet meer.
Maar wie durft te beweren, dat de Heere hem niet duldt in Zijn Kerk?
Met veel eerbied denken wij aan deze hoogleraar en aan het schriftuurlijke onderwijs, dat wij in Kampen van hem ontvingen.
Tot professor wend hij benoemd door de generale synode van Amersfoort in 1948.
En dat in de vacature van wijlen prof. dr S. Greijdanus.
Als studenten maakten wij een synode-zitting te Amersfoort mee.
Met een bus waren wij uit Kampen naar Amersfoort gekomen.
Het was -de zitting, waarin prof. dr K. Schilder een commissie-rapport verdedigde. waarin gesteld werd, dat voorshands alleen schriftelijke samenspreking mogelijk was.
lik herinner me dat nog levendig.
Het was donderdag, 4 november 1948.
Ds D. van Dijk van Groningen was praeses. Het kerkgebouw aan de Zuidsingel te Amersfoort, waar de synode samenkwam, was geheel bezet. Velen waren gekomen zowel "vrijgemaakten" als "synodalen" - om te horen wat het antwoord van de synode zou zijn op het verzoek tot samenspreking van de Synodaal Gereformeerde Kerken.
En in de hoek op de achterste bank van het kerkgebouw zat de pas benoemde hoogleraar prof. dr H. J. Jager!
Toen hij werd opgemerkt, kostte het de praeses van de synode ds D. van Dijk veel moeite prof. dr H. J. Jager aari de tafel van de praeadviseurs te krijgen.
Jager zocht en zoekt te vooraanzitting niet! Hij is een schriftgeleerde zonder enige pretentie.
Dat bleek ook tijdens de samenkomst d.d. 8 februari 1949, waarin hij zijn inaugurele rede hield over het gesprek van Christus met Nicodemus (Johannes 3).
Als lid van de senaat van het studentencorps was ik in de consistorie van het kerkgebouw aan de Broederweg aanwezig.
Nog zie ik voor mij hoe de pedel br. J. Bos Prof. Jager in zijn toga probeerde te helpen. Plotseling liep Jager onder de handen van de pedel weg met de woorden: ik wil eerst eens zien of moeder wel een goede plaats in het kerk heeft.
Zo is Prof. Jager.
Zo hadden en hebben wij hem lief!
Het eenvoudige kind van God, dat het Woord van zijn God kènt.
Hoogmoedigen vonden hem soms te eenvoudig.
Zij vonden hem te onwetenschappelijk.
Totdat zij soms plotseling tot de ontdekking kwamen, dat deze eenvoudige professor zeer nauwkeurig op de hoogte was van oude en nieuwe grondvragen.
Etaleren van wijsheid is Jager vreemd.
Het is niet knap moeilijk te doen.
Het is bijzonder knap moeilijke zaken zeer eenvoudig te vertellen en eenvoudigen duidelijk te maken.
Deze eenvoudige, knappe hoogleraar helpt ons nog bij ons preekwenk via de collegedictaten, die zijn verschenen.
Met veel eerbied en Iiefde denken wij aan hem.
Geve de Heere hem en zijn vrouw in hun levensavond het licht van Zijn vriendelijk aangezicht!