Loof de Naam des HEREN!
1975-04-11
Lóven is een sterk woord. Dat doen we niet zomaar.- Jaargang 19
- nummer 15
Het is al mooi als we iemand horen neuriën. Dan constateren we bij onszelf: hij of zij is in een goede stemming.
Rijker nog is het als de mond tot zingen komt, spontaan en van harte zingen. Dan denken we: dat is vrolijkheid en blijdschap. Daar gaat iets van uit. Dat beurt een kwijnend hart op. Dat verdrijft de somberheid en naargeestigheid.
Zingen kan men doen, soms midden onder het werk. Daar behoeven de handen nog niet bij stil te staan. Zo kunnen kinderen moeder horen zingen temidden van haar huishoudelijke beslommeringen.
Maar lóven is veel meer. Daar leeft de ganse mens zich in uit. Dat doe je met hart en ziel. Dat doe je met heel je innerlijk, met al wat in je is. Daar gaat heel de mens in op. Daar staat het werk bij stil. Dan zie je de zanger of zangeres en je merkt op: álles zingt.
Zijn tong, zijn mond, zijn gelaat, zijn gestalte en al wat in hem is, zijn aandoeningen en emoties en diepste zieleroerselen.
Nu moet niemand onder ons zeggen: Maar aan zulk loven kom ik niet toe.
Want heel de Bijbel wil u tot dat loven juist opwekken. Ge moet uw eigen ziel, dat wil zeggen uzelf, daartoe aansporen. Want dat lofzeggenis voor een ieder van ons betamelijk. Daarin komen we tot het meest eigenlijke van ons mens-zijn.
Men heeft het loven wel eens , genoemd de hoogste, de rijkste levensfunctie, Wij mogen de HERE liefhebben, Hem kennen, Hem dienen, Hem vrezen, Hem gehoorzamen, maar bovenal lóven. Daarin staat de mens voor het aangezicht van zijn Schepper en Verlosser, coram Deo, om met al wat binnen in hem is Hem groot te maken.
Daarvoor behoef je nog geen lid te zijn van een machtig kerkkoor, nee, als we thuis zitten bij ons harmonium of onze piano, of des noods zonder enig muziekinstrument. En nog rijker als we in onze kerkdiensten met onze broeders en zusters in de Heer, de bekende psalmen zingen. Dan mogen we gemeenschappelijk aanbidden en dankzeggen en ook echt God lóven, de HERE lóven.
Dan zullen we daar bij tijden zó geheel in opgaan en het uitzingen, dat we het iedereen zouden willen toeroepen: Komt, maakt God met mij groot! Ja, alles wat adem heeft love de HERE!