Enige opmerkingen over de opvoeding in een christelijk gezin
1975-04-11
Omdat ik geen vakpedagoog ben, zal ik niet proberen mij bezig te houden met bespiegelingen over het begrip opvoeding.- Jaargang 19
- nummer 15
Liever wil ik, om de discussie in te leiden en ,zonder aanspraak te maken op een wetenschappelijke begripsbepaling, enige opmerkingen maken van praktische aard over een zaak, die mij de laatste tijd steeds meer bezig houdt.
Een van de eerste eisen, die men aan een christelijke opvoeding moet stellen is, dat het kind in staat wordt gesteld zijn gaven zo te ontwikkelen en te ontplooien, dat het als christen en als mens optimaal kan fungeren in maatschappij en kerk.
Voor een opvoeding die dat beoogt zijn op zijn minst twee be-
.langrijke dingen nodig: informatie en visie.
Wat de informatie betreft, de kinderen krijgen uit bronnen buiten het gezin een stortvloed van ongecoördineerde informatie, die bovendien vaak gericht is op indoctrinatie.
Daarmee komt voor de ouders het volle gewicht te liggen op het overdragen van een visie of levensbeschouwing, die de kinderen in staat moet stellen de vaak chaotische hoeveelheid informatie te ordenen en te verwerken en langzamerhand een eigen positie te bepalen. En geldt dit al voor de opvoeding in het algemeen, voor opgroeiende burgers in het Koninkrijk van God is dit een nog klemmender eis.
Ik nodig U uit na te denken en te discussiëren over de vraag, hoe het met de levensbeschouwelijke opvoeding in de gezinnen gesteld is. Het lijkt mij niet, dat optimisme gewettigd is.
Want het blijkt uit de praktijk, uit onderroeken en opiniepeilingen, dat er juist op dit punt grote manco's zijn. De noodzakelijke communicatie tussen ouders en kinderen is aan het lossen, ook bij de kerkjeugd. vele jongeren blijken aan de levensbeschouwing van hun ouders weinig boodschap meer te hebben, Niet alleen dat zij anders denken dan hun ouders; minstens zo alarmerend is, dat zij het als een recht en behoefte beschouwen in ingrijpende zaken zich van hun ouders te distantiëren, en dat op een leeftijd dat ze voor de vorming van hun ideeën nog volledig van hun ouders afhankelijk zijn.
Ter vergadering kunnen we enkele voorbeelden hiervan bespreken
Als eerste noem ik een heel simpele, veel gehoorde, maar niettemin ingrijpende zaak.
Er treedt verwijdering en vervreemding op omdat er thuis niet of veel: te weinig begrip is voor het feit dat de jongeren diep verlangen naar een gesprek van mens tot mens.
Regelmatig kom ik in gesprek met jongelui, die in werk en gedrag in de knel zitten, en zij vertonen vaak ditzelfde achtergrondbeeld: ouders te bezet, T.V. vaak aan, geen belangstelling voor de opdoemende levensvragen van de kinderen. Op basis van een geestelijke vereenzaming ontstaat het generatieconflict, dat veelal voorkomen had kunnen komen door een dialoog der generaties.
Een tweede facet is het feit dat de jeugd hevige negatieve emoties moet ondergaan in vele sectoren van hun leven. De koppen van de krant zijn er het gedrukte bewijs van, in ons kerkelijk leven van de laatste tientallen jaren is helaas ook veel afbraak te melden.
Het mag ons niet verbazen, dat bij jeugdige mensen, in een labiele fase van hun leven een gevoel van afkeer wordt opgewerkt tegen de generatie die daarvan de schuld draagt. Zij geven - goeddeels terecht - ons van de brokken de schuld.
Wij kunnen nauwelijks beseffen hoe diep dit leeft bij de jongelui (ik moet generaliseren), en hoeveel verwijdering dit al heeft- gebracht.
Zelfverdediging door de ouderen is onwaarachtig en negatief.
Eerlijke en open analyses samen met de kinderen werkt positief opvoedend.
Helaas werkt de traditie en zeker in onze kringen, frustrerend.
Met een beroep op de traditie zijn we er echt niet. Wij moeten bereid zijn samen met de volgende generatie ons maatschappelijk en kerkelijk verleden steeds te herwaarderen.
De derde noem ik als mogelijke reden tot verwijdering het gebrek aan kennis van de ouders; zodat ze hun kinderen niet voldoende informatie kunnen meegeven. In veel gezinnen is de kerkbode de enige bron van informatie, een leestafel ontbreekt, aanvullende en stimulerende lectuur ontbreekt.
Het belangstellingsveld wordt te vaak begrensd door de wanden van het kantoor of de muren van de kerk, terwijl de jeugd dringend verlegen zit om - vaak onuitgesproken - veel bredere informatie. Hier liggen duidelijke prioriteiten voor pastoraat en pers, om onze ouders te stimuleren en te instrueren en hun blikveld te helpen verwijden
Toch zijn de ouders niet in de eerste plaats vraagbakens, maar wegwijzers.
Daarom zal dit alles geen effekt hebben, als niet aan de basis van de opvoeding ligt echte vroomheid.
Uit eenvoudige gezinnen zijn geweldige mensen voortgekomen.
Vroomheid, het wandelen met God en open. en zichtbaar met Hem verkeren, straalt grote kracht en wijsheid uit, die in veel vragen de juiste wegen wijst Vandaar het geweldige belang van gezamenlijke bijbelstudie en gebed.
Het ene: "Spreek Heer, we zitten klaar om naar U te luisteren", het andere: "Luister Heer, wij gaan tot U spreken".
Daarmee heeft het verkeer met God in de opvoeding een centrale plaats gekregen, omdat de omgang van God met ons door Zijn Woord en ons bidden niet nalaat diepgaand door te werken in het praktische leven en sterk samenbindend werkt.
Zonder dit nu hier uit te werken, wil ik disputabel stenen de in veel gezinnen vigerende praktijk van Bijbellezen en bidden aan tafel.
Naar mijn gevoel is het stukje lezen door vader na het dessert en het gewoontegebed van hem na de maaltijd onvoldoende in het kader van een christelijke opvoeding, en wordt aan dit wezenlijke gebeuren in het gezin veel te weinig tijd en aandacht besteed.