"Open brief"
1975-04-25
Eind vorig jaar had br. I. Dorr zich voorgenomen een aantal bijdragen in 'briefvorm voor "Opbouw" te schrijven - zo gewoon uit de praktijk van het leven.- Jaargang 19
- nummer 17
Hij heeft er niet meer dan vijf kunnen voltooien, waarvan deze de eerste is. Hij had de schuilnaam "Idee" gekozen, een pseudoniem dat letterlijk en figuurlijk bij hem paste. Zijn schrijven is leven levend als zijn spreken: je proeft er zijn vreugde in, een kind van God te mogen zijn. We zijn hem, helaas posthuum, dankbaar, dat hij ons een kijkje in zijn hart wilde geven. Een mooier geschenk en een fijnere herinnering zijn nauwelijks denkbaar.
Redaktie
Beste Henk,
Toen we elkaar voor het laatst ontmoetten heb je weer aangedrongen op een bijdrage van mij voor "Opbouw".
Nu weet ik wel dat bij mij wel wat zaken leven die ik wel eens zou willen doorgeven maar ik heb maar twee methoden om dat te doen en dat is mondeling of in briefvorm. Indien nu de laatste methode dienstig zou zijn voor de lezers van "Opbouw" mag je dat beschouwen als "open brieven" en dus publiceren.
Er zijn dan twee mogelijkheden, nl. geen reacties - er zijn dan ook geer).problemen óf boze reacties.
Bij dat laatste zijn er weer twee mogelijkheden, nl. je laat de brieven gewoon dicht, dan komen er ook geen problemen of ik zeg "mea culpa", d.w.z. mijn schuld en dan wachten we maar af.
We moeten natuurlijk wel oppassen dat ons experiment de lezerskring van "Opbouw" niet vermindert. Dat zou nl. bijzonder jammer zijn voor redacteuren en medewerkers die dan dreigen brodeloos te worden. Je kunt in die situatie altijd nog een beroep doen op CRM of door bevriende relaties vragen in de Kamer la ten stellen.
Dit laatste wil wel eens helpen.
Vele brieven, lange brieven, ook boze brieven heb ik reeds geschreven.
Als ik zo'n brief klaar had liet ik hem netjes uittikken, vertelde aan vrienden terloops dat ik "een brief op poten had geschreven", nam me voor om het nog wat puntiger en duidelijker te schrijven, had daar dan geen tijd voor, voelde me toch een flinkevent en stuurde de brief niet weg.
Die brieven hebben eigenlijk nooit kwaad gedaan.
Als ik nu deze brief wegstuur, stap ik van een gewoonte af.
Misschien is dat wel goed.
Het moet toch mogelijk zijn om na 30 jaar kerkelijk leven te hebben meegemaakt (en zo'n 40 jaar bedrijfsleven) iets van de ervaring te vertellen. Onze kennis blijft dikwijls zo steriel, we doen er zo weinig mee, terwijl het toch dikwijls "met veel moeite verworven kennis" is.
Nu heb je gevraagd om wat van die kennis over te dragen. Ik wil dat wel proberen, maar dan in de vorm van brieven anders lukt het niet.
Waarom wil ik dat? Wel als ik iets van de rijkdom van het Kindzijn van Onze Here Jezus Christus aan anderen kan vertellen en over kan dragen dan is dat winst.
Hiermee lag ik het nog niet "goed". Ik hoef nl. alleen maar te vertellen van die rijkdom en dan is het al winst. Wat anderen met die rijkdom doen is mijn zaak niet. Dat is Gods zaak.
Wat een rust dat we alleen maar hoeven te zaaien. Wat een rust dat wij geen nieuwe hemel en nieuwe aarde behoeven te stichten.
Wel is het zo dat ik me steeds meer een vreemde voel in het leven, zonder wereldvreemd te zijn. Wat fijn is het dat God ons dan toch zo nu en dan een stukje Paradijs laat zien. Van dat vreemdelingschap en van die stukjes Paradijs wil ik wel eens iets aan je vertellen.
In een periode van ongeveer een maand, waarin de macht van de boze heerste, kwam ik door mijn werk terecht in een leugenwererld van aktiegroepen, pers, radio, t.v., onderhandelingen en noem maar op. Juist in die tijd hadden we een weekend met onze Christelijke Gereformeerde broeders en zusters.
Ik kwam daar in een andere wereld. Daar heb ik iets geproefd van dat Paradijs, dat samenzijn van kinderen van het koninkrijk.
Dat was fijn. Dat is genade. Maar omdat we leven in een vreemdelingschap moet ik direkt weer iets verduidelijken.
We moeten niet proberen een nieuwe aarde te maken door steeds "stukjes Paradijs" samen te voegen.
We ontvangen nu al "stukjes Paradijs" tenminste als we dat willen zien.
Over die wereld, waarin we leven, waarin we geboren zijn en over die stukjes Paradijs" wil ik wel eens iets schrijven. Misschien dat anderen dan ook "stukjes Paradijs" herkennen.
Idee