GEDWONGEN VOORBEDE

1975-04-25
  • Jaargang 19
  • nummer 17
De Jood Mordechai was een merkwaardig man. Niemand weet zijn beroep.
Niemand weet, of hij iets voor de kost uitvoerde. Maar hij was balling, vreemdeling en bijwoner in een heidens land. In de dagen van Xerxes (dezelfde Perzische wereldvorst als Ahasveros) is hij een tijd lang de eerste wereldgrote geweest, na de koning; in aanzien bij 127 landen van Ethiopië tot Indië. Dat hij de neef van koningin Esther was, heeft hierin natuurlijk geducht meegesproken.

Als u de geschiedenis van Mordechai leest, ontkomt u niet aan enige twijfel over de moraliteit van deze onderkoning. Hij is, evenals Jozef bij de Egyptische farao en als Daniël bij enkele Babylonische vorsten, tot een zeer hoge politieke post opgeklommen - maar hij haalde in fatsoen niet bij zijn broeders, hoog van namen.

Xerxes regeerde twintig jaar en wel van 485 tot 465 voor Christus. In zijn derde regeringsjaar werd koningin Vasti verstoten. Pas in zijn zevende regeringsjaar werd Esther aan hem voorgesteld en verwierf zijn gunst zodanig, dat ze tot eerste koningin werd verheven. In datzelfde jaar vond ook het hoogverraad van twee hovelingen plaats. Het moet kort na de kennismaking met Esther zijn geweest, want Mordechai was zijn nicht gevolgd tot voor de koningspoort - en daar luisterde hij de samenzwering af.
De koning heeft dat jaar blijkbaar veel aan zijn hoofd gehad. Hij verzuimde Mordechai te bedanken. Wel werd de geschiedenis in de Kronieken van Perzië ingeschreven. . . en bracht daar goede rente op, naar later bleek.

Esther was al vijf jaar koningin, toen de kwestie tussen Mordechai en Haman ontstond. Dat was dus in het twaalfde jaar van Xerxes' regering.
Al die jaren had Mordechai contact gehouden met zijn nicht Esther. Een gevaarlijke zaak, als u bedenkt hoe streng de harems werden bewaakt.
Nog vandaag de dag wordt u onder bedreiging gesommeerd door te lopen, als u zich nabij een Perzische harem ophoudt. Maar al die jaren stond Esther in hoge gunst bij de koning. EN al die jaren was Mordechai een onbekende voor Ahasveros; miskend ondanks zijn verdienste.

Misschien was Mordechai jaloers op Haman, die op onverklaarbare wijze in het beeld is gekomen. Het zou zeer menselijk zijn. geweest. Zijn weigering om voor Haman te knielen kan echter een religieuze standvastigheid als van Daniël zijn geweest; laten we het hopen. Maar hlj wist dat hij - door bij de koningspoort te vertoeven en dagelijks Haman te trotseren - naar een vreselijke botsing toeleefde.

Die botsing kwam in het twaalfde jaar van Xerxes' regering. Haman kreeg zonder veel moeite gedaan, dat het vonnis over alle Joden werd geveld. Dag en maand werden vastgesteld. Het afschrift van de Perzische wet werd te paard naar alle 127 landen verzonden. Het voortbestaan van Gods volk, voorzover in ballingschap, scheen onmogelijk.

Toen begon de grote intrige van Mordechai. Hoewel hij zelf de aanleiding tot het koninklijk besluit had geleverd, zag hij het nu als zijn taak om de uitvoering van het vonnis te voorkomen. Juist gezien; niemand had meer reden dan hij om in te grijpen en niemand had ook meer kansen dan hij. Zo begon hij zijn dialoog met Esther. Als haar gewezen pleegvader spande hij zijn nicht voor zijn hachelijk wagentje; zoals Esther, de koningin, hem een andere maal voor haar wagentje spande.

Mordechai trok de aandacht van Esther. Hij liet haar hevig schrikken, toen hij de oorzaak van zijn rouw liet weten. En hij liet zich niet door haar afschepen of uit de koers brengen. Hij eiste niet minder dan haar volledige inzet om te gaan pleiten, bij de koning. Om voorbede te gaan doen voor haar volk. Dat zou haar vermoedelijk het leven kosten. En Mordechai - want Esther wees hem meteen op het onmogelijk grote risico - had hierin voorzien; kwam met keiharde argumenten. De prijs van haar leven zou niet te hoog voor hem zijn. Luister maar.

"Verbeeld je maar niet, dat jij alleen zult ontkomen omdat je toevallig in het paleis woont".

Dat is een harde waarheid. In de laatste wereldoorlog waren er Joden in ons land, die de registratie van de weg te voeren Joden verzorgden.
Misschien hebt u er wel zo een gekend. Daar waren namelijk lieden bij die meenden, dat ze zo onmisbaar waren met hun stempel, dat zij de vernietiging zouden overleven. Maar ze werden gewaarschuwd: verbeeld je niet, dat jij alleen zult ontkomen omdat men je toevallig nodig heeft.

"Want", ging Mordechai verder met een redegevend voegwoord, "want als jij vandaag zwijgt, vinden wij wel een andere oplossing ... ". Stop.

Dat was toch geen fraaie taal. Mordechai zette de koningin onder hevige druk: haar leven was met alle Joden in gevaar. En direct daarop kwam een alternatief, voorgeval ze niet meewerkte aan een gedwongen voorbede.
Je zou willen vragen: moest ze nu haar leven gaan wagen - of kon de zaak ook wel op een andere manier voor elkaar komen?

"Maar àls de Joden op een andere manier het vernietigingsvonnis mochten ontlopen ... dan zou Esther toch met haar hele familie omkomen!", dreigde Mordechai.

Van Esther weten we, dat haar ouders al dood waren. Van broers en zusters is niets bekend. Van de "hele familie" van Esther kennen we alleen.... Mordechai. Welzo. Alle Joden waren ten dode opgeschreven, inclusief Esther. Maar Mordechai speelde met de mogelijkheid, dat alle Joden hun vonnis zouden ontlopen ... exclusief Esther. Deze zin is moeilijk anders te zien dan als chantage. Hier werd het leven van de koningin bedreigd, teneinde haar te laten meewerken. Een schoolvoorbeeld van blackmailing.
"En wie weet", zei Mordechai tenslotte, om zijn fraaie boodschap af te ronden, "wie weet of je niet juist met het oog op deze gevaarlijke situatie koningin bent geworden!"

Alstublieft. Hier zinspeelde Mordechai op de Hogere Macht, die Esther koningin had gemaakt, die haar lot zo had geregeld, die deze situatie vijf jaar geleden had voorzien. De naam van de Heere, de God die aan zijn erfvolk dacht, komt in het stuk niet voor. Mordechai "speelde het" wel zeer menselijk, listig, arglistig en onwaardig. Ook meedogenloos door zijn nichtje voor de betaling te laten opdraaien van zijn schulden: Ook staatsgevaarlijk, door de uitverkoren koningin te bedreigen. Ook roekeloos,door op de stoel van de opgehangen hoogverraders te durven zitten, maar vooral is Mordechai's speculatie over de Voorzienigheid, alsof hij over Gods schouder had meegelezen in het Boek van de Toekomst ... religieus weinig aanvaardbaar. Lijkt me.

Esther is gehoorzaam geweest aan haar voormalige pleegvader. Ze heeft twee heren gediend. Met haar vrouwelijke charmes en listen speelde ze zijn spelletje mee, tegen de koning. Ze waagde haar leven - en ze won.
Nu ja - zal iemand zeggen - wat een kunst, als je al vijf jaar koninginbent; veel risico zal er niet bij geweest zijn. Wacht even. Het was niet slechts een gebruik, maar een wet, een onherroepelijke wet van Perzen en Meden: dat ter plaatse gedood moest worden, wie ongevraagd tot de koning doordrong. De gratie was een uitzondering, die slechts de grimmige regel bevestigde. Maar goed - Esther krèeg die gratie. Daarmee kon ze haar zware taak voortzetten.

En ze hééft voorbede gedaan voor haar volk (4 : 9). Gedwongen voorbede. Afgeperst door chantage. Na lange voorbereiding, na veel wikken en wegen en na een algemeen Joods vasten van drie dagen en nachten.
Er staat niet bij: na veel gebed, berouw, boete en inkeer - als bij Daniël.
Er staat wel, dat Esther alle Joden van de stad in de ernst van haar stap liet meeleven. Ze hebben het geweten!

En dan - zo tussen die twee maaltijden in lag de koning wakker. Ook koningen kunnen aan slapeloosheid lijden. En hij kon niet tegen verveling.
Dus liet hij zich voorlezen. Uit 's lands historieblaan. Uit de Perzische Kronieken van vijf jaargangen terug. En wat hoorde hij aan? Dat geval van die twee hovelingen, die Xerxes hadden willen opruimen. 0 ja, dat was in het jaar dat hij Esther had leren kennen. Wat een vrouw!
Zijn hoofd stond toen niet naar staatszaken. Wat is er eigenlijk met die Mordechai gebeurd? Is die beloond? Wel, die was naast de kantlijn gevallen.

Dat was sterk. De koning was die goede man totaal vergeten. Schande.
Meteen moest die zaak, morgen vroeg, worden hersteld. In een stijl, zoals van een koning met 127 koninkrijken mocht worden verwacht. Wie kon dat beter uitvoeren dan zijn gunsteling Haman? Die kende de vorstelijke stijl uitnemend.

En ziedaar. Haman, de Jodenhater, zag zich tussen twee maaltijden in opgedragen, zijn doodsvijand van dienst te zijn. Het was om hem de eetlust te benemen. En zijn vrouwen adviseurs deden er nog een schepje op: "je begint al te vallen, Haman; voor die Jood zul je wel helemaal op de knieën komen!" Sombere voorspelling, die na enkele uren reeds uitkwam.

Het verloop is al even toevallig als de rest. De taal, waarin de reeks gebeurtenissen is beschreven, lijkt veel op sommige apocriefe boeken. Het is alles sterk chauvinistisch. Het is alles haast te mooi om waar te zijn.
Het klinkt alles bijvoorbeeld als het boek Judith of de aanhangsels op het boek Daniël.

Maar goed - de kerkvaders hebben al vele eeuwen geleden dit boek in de canon van het Oude Testament opgenomen. Mitsdien wordt het boek Esther door de kerk als van Goddelijke oorsprong aanvaard, zonder dat de uitspraken van voornoemde kerkvaders de basis van dit gezag voeren, zegt prof. dr F. W. Grosheide in de Chr. Enc. (2). De kerkvaders hebben dus verklaard, dat dit boek van Goddelijke oorsprong is; en u moet dit geloven, niet omdat de kerkvaders het hebben verklaard maar omdat het boek van Goddelijke oorsprong is.

Toch. Het is duidelijk, dat de gedwongen voorbede niet tot God de Heere is gericht - maar tot een heidens vorst. En voor de rest blijft er genoegzame ruimte voor enige twijfels. Maar misschien kunnen onze theologen vandaag ons nader en breder onderwijzen aangaande de authenticiteit van het boek Esther?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief