Baboesjka
2012-11-24
Mensen hebben verhalen en beelden nodig om grote vragen te beantwoorden. Vragen als: Waar is God in deze wereld? Waarom ben ik hier? Hoe moeten mensen met elkaar omgaan? Johan ter Beek heeft gezocht naar een andere benadering dan het orthodoxe of vrijzinnige verhaal. Hij gebruikt de metafoor van de baboesjka, de pop waar steeds weer dezelfde poppen, maar dan kleiner, in zitten. De eerste pop gaat over de goede schepping, met als belangrijk thema ‘duisternis wordt licht’. Genesis 1 is geen alternatief voor de evolutietheorie. Je moet het verhaal symbolisch lezen. Dit beeldpaar van duisternis en licht weerspiegelt zich in de opstanding van Jezus, waar in wezen hetzelfde gebeurt. Uiteindelijk schept God de mens als beeld van zichzelf. God is blij met zijn schepping. Iets van die verwondering en blijdschap kun je soms in de natuur ervaren, in liefde, bij de geboorte van een kind. Het gaat helaas verkeerd. De auteur ziet daarbij niet ‘zondeval’ maar ‘ballingschap’ als kernwoord. Adam kiest verkeerd en wordt verdreven uit het paradijs. Zo gaat het steeds: ongehoorzaamheid leidt tot ballingschap. - Jaargang 56
- nummer 23
Identificatie
Gods antwoord op de ongehoorzaamheid is niet Jezus, maar uitverkiezing. God kiest een volk uit om opnieuw mee te beginnen. Dit is de tweede pop. Hij begint met Abraham, die het land van Babel moet verlaten. Bij Abraham moet het vertrouwen met vallen en opstaan groeien. In grote stappen komt vervolgens de geschiedenis langs, van Jozef tot Salomo. Uiteindelijk komt het volk Israël zelf in crisis. Dan volgt de ballingschap, de derde pop.
Het einde van die ballingschap en de komst van het Koninkrijk vinden hun vervulling in Jezus. De vierde baboesjka gaat dan ook over de vraag: wie is Jezus? Israël betekent ‘zoon van God’ en ook Jezus wordt zo genoemd. Door die term te gebruiken in combinatie met de vlucht uit Egypte (‘uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen’) komt de identificatie van Jezus met Israël in slavernij en exodus tot stand. Ook zijn doop en verblijf in de woestijn horen bij die identificatie. Jezus is de climax van Gods geschiedenis met zijn volk. Hij kondigt het Koninkrijk aan, het einde van de ballingschap. Hij laat dat zien in zijn leven en werk. Hij identificeert zich met het zondige volk en wil zelf het oordeel dragen tot in de dood, als plaatsbekleder. De ultieme ballingschap.
Herschepping
Het koninkrijk van God heeft een hemelse oorsprong, maar een aardse bestemming. Ter Beek laat mooi zien hoe de verzoekingen in de woestijn ook in Jezus’ leven terugkomen en hoe hij daarmee omgaat. Bij de dood van Jezus wordt prachtig het verband gelegd met Genesis. De tuin, de vrouwen Eva en Maria, de engelen, de tuinmannen Adam en Jezus... Jezus’ opstanding is het begin van de herschepping. Zoals Adam de icoon was van God, mogen wij dat zijn van Jezus. De derde pop was die van de ballingschap. Zo gaan we van de vierde pop terug naar de derde, oorspronkelijk de pop van de ballingschap maar nu van nieuw leven. En door Jezus mag Israël opnieuw tot zegen van de volken zijn. Terug naar de tweede pop dus (uitverkiezing), maar dan in een nieuwe context.
Jezus laat zien hoe de ‘identity markers’ van Israël (sabbat, volk en tempel) bedoeld zijn: niet om af te grenzen of in te perken maar om goed te doen. Ook in zijn omgang met Samaritanen laat Hij zien dat de exclusiviteit omgekeerd wordt naar inclusiviteit. Paulus laat hetzelfde zien: we mogen er allemaal bij horen. Er is door Jezus een begin gemaakt met het herstel. Jezus heeft het oordeel gedragen. We hopen op herstel van alles. Onze missie is niet mensen bang maken voor de hel, maar de mensen laten zien dat er een manier van echt leven is. Ook mogen we de machten confronteren met de vraag wie echt Heer van de wereld is.
Een prachtig boekje waarin het geloof binnenstebuiten wordt gekeerd.
Ter Beek, J. (2012), Baboesjka. Geloof binnenste buiten. ArkMedia. Amsterdam. 110p. € 9,95.
Ide Zinkstok is neerlandicus en lid van de NGK Ede.