Twee opgerichte stenen

2012-11-24
  • Jaargang 56
  • nummer 23
Het is onlosmakelijk met mens-zijn verbonden om kostbare herinneringen vast te willen leggen. Tegenwoordig worden we daarbij geholpen door foto’s en films, maar hoe deed men dat vroeger, in een tijd zonder camera’s? Men richtte een steen op. Want steen is duurzaam en kan wind, zon, storm en regen doorstaan. Zo richtte Jakob duizenden jaren geleden twee stenen op. Twee stenen met een nog altijd actuele betekenis.

Jakob richtte duizenden jaren geleden een grafsteen op ter nagedachtenis aan zijn vrouw Rachel (Genesis 35:20a). Het zal een grove, onbewerkte steen geweest zijn, plat van onderen en ovaalvormig. Een doodgewone steen, maar Jakob zei hij alles. ‘Rachel was here’, zei die steen. En door die steen kwam Jakob zelf ook aan het woord: ‘Op deze plaats ligt zij met wie ik mijn leven deelde, de liefde van mijn leven.’ Die steen was ook een eerbewijs: ‘Jij was me zo dierbaar, zo kostbaar, ik bouw een monumentje voor je.’ Zo plaatsen wij nog steeds met grote zorg en liefde stenen op een graf. Of we bewaren as in een kostbare urn. Maar Jakob heeft nog een steen opgericht, om een heel andere reden, maar eveneens om iets uiterst kostbaars te markeren (Genesis 28:18-22, 35:14a). Toen hij op de vlucht was voor de consequenties van zijn daden, droomde hij te Betel van een ladder die tot de allerhoogste God reikte. En God sprak tot hem: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak.’ Hij beloofde Jakob: ‘Het land waarop je nu ligt te slapen zal Ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zo veel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen in jou gezegend worden. Ikzelf sta je terzijde, Ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; Ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat Ik je heb beloofd.’ Als Jakob overdonderd wakker
wordt, richt hij een steen op om dit uitzonderlijke moment vast te leggen. Het is een hemelsteen, hij wijst omhoog, verwijst naar God, zijn aanwezigheid, zijn woord. Dit mag nooit vergeten worden. Want plaatsen waar God zich rechtstreeks openbaart, zijn zeldzaam. Ze vragen erom gemarkeerd en in gedachtenis gehouden te worden. Temeer daar een mens tijdens zijn leven ervaringen kan opdoen die hem of haar diep van God vervreemden. Zulke ervaringen deed ook Jakob op. Dat hij uiteindelijk naar die steen terugkeert om daar een altaar te bouwen is veelzeggend. De God die zich op een dieptepunt van zijn leven in een droom aan hem kenbaar maakte, brak daar werkelijk binnen in zijn bestaan, zo is gebleken. Hij deed Jakob een beloft e, Jakob deed Hem een geloft e (Genesis 28:20-22). God hield woord, Jakob houdt woord (Genesis 35:6-7).

Omhoog
Sinds Jakob zijn stenen oprichtte zijn duizenden jaren verstreken. Vele miljoenen grafstenen zijn opgericht. Een zee van tranen en verdriet. Tegelijk zijn er andere momenten geweest waarop God binnenbrak in ons aardse bestaan. Momenten waarvan Jakob nog niet dromen kon. Wat te denken van dit: ‘Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold’ (Lukas 24:2). Twee stenen richt Jakob op. Eén steen is van een heel herkenbaar, diep menselijk karakter. Diep verslagen staat Jakob erbij. De andere steen markeert iets bovenmenselijks. Verbijsterd en verwonderd staat Jakob erbij. De ene steen wijst naar wat onder de grond is. De andere steen wijst naar omhoog, naar wie boven en bij ons is: El Sjaddai (Genesis 35:11). De ene steen zegt: ‘Rachel was here.’ De andere: ‘God is here.’ De ene steen zegt: ‘Ik ben verleden tijd, een herinnering en nog even en mijn plaats kent mij niet meer.’ De andere steen zegt: ‘Ik ben geen God van doden, maar van levenden.’ De ene steen zegt: ‘Afscheid, afscheid voor altijd.’ De andere zegt: ‘Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus!’

Verwijzing
Het afgelopen jaar zijn ons velen die ons zeer lief zijn ontvallen. We brachten hen naar hun laatste rustplaats. Ondertussen passeerden we vele opgerichte stenen. We lazen de
grafschrift en en zagen dat die stenen niet zelden twee stenen in één waren. Een verwijzing naar beneden, maar tegelijk een verwijzing naar boven en naar voren. Naar God zelf, naar zijn beloft en, zijn toekomst. ‘Hier ligt in afwachting van de dag des HEREN…’ ‘In het huis van mijn Vader zijn vele woningen…’ ‘Nu blijf ik bij U voor altijd…’ ‘Alles wordt nieuw…’ Zo mogen we leven. Zo mogen we sterven. Zo mogen we begraven en stenen oprichten. ‘God is here, there and everywhere.’ En wij met Hem en voor Hem. Voor eens en altijd. Halleluja.

Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief