1945 - MEI – 1975
1975-05-02
- Jaargang 19
- nummer 18
De les der geschiedenis is dat de mensen die les nooit leren.
Wie de les der geschiedenis niet ter harte neemt is gedoemd de geschiedenis over te doen.
Als aan je gevraagd wordt een artikel te schrijven ter herdenking.
van de bevrijding van ons volk die voor dertig jaar tot stand kwam, komt er als van zelf een golf van herinneringen in je op en vermenigvuldigen zich je gedachten.
Je kunt daaruit slechts een paar kiezen om er dets over te zeggen.
• voor de oorlog
Als ik aan de tweede wereldoorlog denk gaan mijn gedachten altijd eerst uit naar de jaren dertig.
Het duivelse "germaanse" heidendom had bij de aanvang daarvan het volk van Duitsland al meer in zijn greep gekregen. Het verbijsterende verschijnsel deed zich daarbij voor dat ten slotte alle geledingen van het volkslevendie van onderwijs, wetenschap, kunst, bedrijf, arbeid.. enz. - zich lieten “gelijkschakelen" en zo dienstbaar werden aan de Hitlerbende en de uitvoering van de satanische plannen daarvan. Het meest ontstellende was dat ook een grote massa kerkleden en kerkelijke leiders het "ontwakende Duitsland" met sympathie of zelfs met vreugde begroetten en de wending welke in die jaren de geschiedenis van het duitse volk nam als "Gottesfügling", een soort goddelijke openbaring en opdracht waardeerden. Alleen de "Belkennende Kirche" onder leiding van mannen als Karl Barth, Ier e.a. zeiden een krachtig "neen" Hans Asmussen, Martin Niemöltegen de cultus van het "Germanendom" en de misdadige praktijken die daarmee gepaard gingen.
Op de steeds sterker en wreder wordende terreur van de Nazi's reageerde ons volk globaal genomen zwak, om niet te zeggen onverschillig en lamlendig .. Van allerlei kant werd het parool uitgegeven “neutraal zijn". Van een met open armen ontvangen van de gehoonde en getrapte Joden was geen sprake. Ons volkje beet zich vast in zijn eigen problemen die in vergelijking met wat dreigend naderbij kwam niet meer dan pietluttigheden waren. De gemeenteraad van Amsterdam leuterde in die dagen uren over de prijs van een tramkaartje!
En wat ook hier het ergste was: de houding van de kerken was, een enkele uitzondering daargelaten, ver beneden de maat. Dr G. van Roon heeft in zijn "Protestants Nederland en Duitsland"
daarover een onthutsend verhaal gegeven. Ds Overduin recenseerde het onder de titel "Een ontdekkend, beschamend en leerzaam boek." Veel prominenten in de kerkelijke wereld peilden de demonie van het nazisme niet De Standaard, het hoofdorgaan van de ARP. had zelfs een goed woord over voor de nazi-bijbel, Hitler's "Mein Kampf"! Dit boek, waarin Hitler brutaal zijn boosaardige plannen onthulde werd hier nauwelijks 'ernstig genomen, zelfs niet gelezen.
Den Doolaard vertelt in zijn autobiografisch "Ogen op de rug" dat tot zijn verbijstering Koos Vorrink, een grote man in de SDAP, het nog niet gelezen had toen reeds honderdduizenden exemplaren daarvan in omloop waren. Van de regering die naar Londen uitweek kenden alleen Koningin Wilhelmina en Gerbrandy dat boek! Daarom wisten zij precies met wat voor een schurk zij in Ritier te doen hadden en wat hij in zijn schild voerde. Dezelfde Den Doolaard. die als eerste buitenlandse dagbladcorrespondent door de Nazi's het land werd uitgejaagd omdat hij niets dan de waarheid vertelde over wat het duivelsgebroed In Berlijn uitspookte, schreef na zijn uitwijzing een boek: Het hakenkruis boven Europa". Maar hij kon er alleen met grote moeite een uitgever voor vinden!
En er werden maar enkele honderden exemplaren van verkocht!
Ons volk wilde rust, rust. Het is gebeurd dat een spreker die voorspelde dat, als met name Frankrijk en Engeland niet krachtig optraden, er onherroepelijk een oorlog zou uitbreken, met tomaten werd bekogeld.
Onze defensie werd hopeloos verwaarloosd.
De socialisten bleven - tot het te laat was' - volhardend hun leus opheffen: geen man en geen cent. In Nederland heerste bijna een jubelstemming toen Engeland en Frankrijk in 1938 in München Tsjecho-Slowakije voor de nazi-tijgers wierpen. De vrede was nu immers gewaarborgd.
Bekend is het verhaal dat Daladiër, de franse minister-president, met Ohamberûain het Münchener verraad pleegde toen hij naar Parijs terugkeerde en bij het vliegveld een enorme mensenmenigte ontdekte, tegen de naast hem zittende official zei: "Ze zullen me lynchen". Deze kende evenwel zijn pappenheimers beter en antwoordde: "Welnee, ze zullen u' bejubelen". En dat gebeurde inderdaad ook! Hetzelfde zou op Schiphol gepasseerd kunnen zijn.
Natuurlijk waren er uitzonderingen.
Mannen die doorzagen wat gaande en komende was. Maar hun taak was zwaar. Wat ze zeiden werd hun zeker niet algemeen in dank afgenomen. Churchill die voortdurend in krantenartikelen waarschuwde voor een dreigende oorlog en naar later bleek verbluffend juiste inlichtingen verstrekte, met name omtrent de formidabele herbewapening van het Nazi-rijk, werd als oorlogshitsers gediskwalificeerd - Men weet dat, naar de mens gesproken.
de ondergang van het Nazirijk, aan déze man te danken is!
En hij, zo uiteindelijk de grote bevrijder van ons volk is geworden.
• in de oorlog
In de eerste tijd van de bezetting, toen de "bezetter" nog al vriendelijk was en, zoals Seyss Inquart zei. ons volkskarakter niet wilde krenken, was de situatie ook zeer benauwend. De moffen waren "correct". De "Nederlandse Unie", een organisatie die "de nieuwe situatie" van Nederland als definitief aanvaardde trok honderdduizenden.
Zij was van oordeel dat Duitsland de .beheersende factor in Europa zou blijven, dat men dat als een feit moest aanvaarden en, daarvan uitgaande, het beste moest zien te bereiken van wat te bereiken viel. Velen tobden met de vraag: "Wat moeten we doen?" Waar ligt de grens tussen gehoorzaam zijn en verzet?
Wat mag en moet men riskeren?
Wanneer moet men "nee" zeggen en het risico lopen "eingesperrt" of gefusilleerd te worden.
Die aarzelingen waardoor veel onheil werd aangericht waren voor een groot deel het gevolg van het niet tijdige doorzien van het duivelse van de nazi-ideologie.
van het niet vroegtijdig onderkennen dat men in de Hitlerbende te doen had met een groep misdadigers, een "Aus geburt der Hölle."
Maar er waren er ook die bij het uitbreken van de oorlog geen ogenblik aarzelden omdat zij "de geesten hadden beproefd." Bij mannen als Schilder. Algra, Schouten, Bruins Slot en vele anderen was er geen moment van deinzing. Schilder was één van de eersten die achter de grendels ging vanwege zijn voluit religieus en moedig verzet. Hij had het aan de nog niet ten einde gekomen "zoethouderij" van het Nederlandse volk door de duitsers te danken dat hij na enkele maanden weer vrij kwam. Maar later hebben ze hem, gelukkig tevergeefs, weer proberen te grijpen, meer dan eens! Schandelijk daarentegen was de houding van mannen als Hepp en H. H. Kuyper. De eerste verkondigde dat in bezettingstijd zwijgen een bewijs van kracht was! Wat de tweede presteerde was ronduit gemeen.1) lk herinner me nog levendig wat in 1936 passeerde. Op de in dat jaar gehouden synode kwam ook de houding tegenover de NSB aan de orde. De synodebesluiten daaromtrent werden naar gewoonte voorbereid door een commissie.
Praeadviseurs daarvan waren H.H. Kuyper en Schilder. Geheel tegen de gewoonte in stelde de voorzitter voor de rapporteur over deze zaak bij stemming aan te wijzen! Schilder kreeg alle stemmen. Hij was woedend over deze gang van zaken. Men vertrouwde H. H. Kuyper toen reeds niet ten aanzien van het nazisme.
Maar men durfde dat niet openlijk te laten blijken! En daarom: niet een rapporteur aanwijzen zoals gewoonte was na onderling overleg, maar bij geheime stemming!
Schilder maakte het rapport over die zaak. Maar, ongevraagd, HHK ook! Boven de door hem aan de commissieleden uitgereikte exemplaren daarvan stond "persoonlijk eigendom van H.H.K." Ik heb destijds dat stuk gelezen - Schilder logeerde tijdens de synode bij mij -. Het was een geraffineerde goedpraterij van het nazisme.
Het heeft mij altijd gespeten dat ik dat infame stuk niet heb gecopieerd. Toen Schilders rapport door de commissie was aanvaard nam H.H.K de exemplaren van het zijne terug. Kuypers schunnige houding tijdens de bezetting, die zeer veel kwaad heeft veroorzaakt, was toen voor mij geen verrassing!
Was aanvankelijk de houding der kerken in het eerste oorlogsjaar zwak, om niet te zeggen: slecht, Later werd dat veel beter. Kardinaal De Jong, dr Gravemeijer, Buskes, Donner, Van Dijk e.a. waren "trouw" en trotseerden alle gevaar bij het wijzen van de weg die de kerken en de gelovigen in die moeilijke dagen hadden te gaan.
Met ere moeten voorts worden genoemd de vele mannen en vrouwen die om Gods wil de strijd tegen "de gekroonde rover" met de inzet van hun leven voerden.
Hoe velen hebben een afschuwelijke dood gevonden!
Ik denk dikwijls aan één van hen die mij het volgende biechtte: "Eerst vocht ik tegen "die rotmoffen".
Maar daarbij ben ik vastgelopen. Dat was alleen maar een strijd uit haat. Daarna vocht ik voor "ons volk". Maar ook dat hield ik niet uit. Want wat is "ons volk"? De grote massa denkt alleen aan zichzelf. Nu vecht ik tegen alle onrecht, gemeenheid, verraad, misdadigheid. Nu kan ik het biddend volhouden!" En voor de gevaarlijkste opdrachten deinsde hij niet terug.
Pas later, toen de druk van ie bezetting al zwaarder en de vervolging door de Hitler-knèchten steeds wreder werd, werd ook het actief en passief verzet meer algemeen.
Maar - toen raakte de druk van de nazi's ook direkt aan de eigen existentie, toen wist iedereen van martel- en moordpartijen, van concentratiekampen en gaskamers! En - toen kwam ook de nederlaag van de duitsers steeds duidelijker in 't zicht!
• na de oorlog
De tweede wereldoorlog is nu dertig jaar voorbij.
Na de oorlog begon een periode van gestage wederopbouw. Amerika bewerkte niet alleen onze bevrijding maar schonk ook de honderden miljoenen die de grondslag werden van onze huidige welvaart. Nooit beeft ons volk het in materieel opzicht zo goed gehad als nu. Maar misschien ook nooit zijn de spanningen in het volksleven. de polarisatie en de intolerantie en ook de ontevredenheid zo groot geweest.
En misschien ook nooit waren kerken en gelovigen zo zwak in het beproeven der geesten of ze uit God, zijn. Men heeft er ontstellend weinig besef van dat de dreiging van een gigantische demonische macht uit het oosten veel en veel groter is dan in de jaren dertig. En dat de aard van die macht in wezen dezelfde is als die van toen. Ik; heb daar reeds meermalen op gewezen. En daarom whl ik nu graag het oordeel geven van een ander. En wel van ds Overduin. Het is het slot van zijn bespreking van het boek van dr Van Roon die ik zo even reeds noemde.
Ds Overduin wijst er daarin op dat de jaren dertig een moeilijke tijd weren in sociaal-economisch opzicht. De problemen die daarmee verband hielden konden alleen op internationaal niveau worden opgelost. De overheid beschikte.
"Vandaag beleven wij weer hetzelfde.
De maatschappij is niet volmaakt, hoewel heilig vergeleken met vijftig jaren geleden en met verreweg de meeste landen heden ten dage. Er zijn maatschappijcritici, die tekeer gaan, alsof wij in Zuid-Amerika of in de negentiende eeuw leven. Uitgaande van de onvolmaaktheden, die opgeblazen worden en het vele goede, dat verzwegen moet worden, verwachten velen heil van een marxistisch (leninistisch) systeem.
Men ziet dan liever niet in de spiegel van wat Rusland er in bijna zestig jaar van gemaakt heeft maar wel in de toverspiegel van wensprojecties en idealiseringen.
Ik ga niet herhalen, wat ik in dat genoemde artikel (nl. "Wij zijn hardleers'" - ds O. schreef dat in Centraal Weekblad) schreef. Laten wij als besluit eens luisteren , naar minister Vredeling. Het volgende neem ik over in het kader van diet besproken boek. dat ontdekkend, beschamend en ... leerzaam is. Dus tot lering: "De Sowjet-ideologie streeft naar wereldheerschappij.
Ideologie bestaat uit woorden, maar er zit een verschrikkelijke macht achter"
die zich ook stilzwijgend doet gelden. Ook al zouden hun bedoelingen goed zijn, dàn nog geldt "Leidt hen niet in verzoeking".
Democratie is niet iets vanzelfsprekende.
Dat kan zo veranderen.
Tenslotte leeft een groot deel van de wereldbevolking onder andere systemen Het is een opgave om jongere generaties daarvan te overtuigen. Ik ben zeer bezorgd over de genuanceerde manier waarop vele jongeren tegen het communisme aankijken. Nu hoor je weer dat die Solzjenitsyn maar een rechtse vent is. Dat vind ik irrelevant. Die man heeft een diepe wijsheid opgeschreven.
Ik heb een diepe afkeer van het communistische systeem. Hele generaties dienen er als mest voor de volgende, Die prijs is mij te hoog want het individu is onvervangbaar.
Het individu wordt opgeofferd aan het algemeen welzijn, maar wat dat algemeen welzijn is, bepaalt een ander ...
Ik heb begrepen dat het mogelijk is dat mensen bonafide communist worden. Mensen die het systeem hebben gewogen en het niet te licht bevinden. Dat maakt het communisme alleen maar gevaarlijker, (Vergelijk hiermee christenen en predikanten die indertijd ook het nationaal-socialisme niet te licht hebben bevonden, trouwens alles wat Vredeling van het communisme zegt, gold ook van het nazidom.) Die zo genuanceerd er tegen aankijken, volgen een modetoon. Vanuit mijn vroegere christelijke achtergrond spreek ik vaak uit de bijbel en ik denk weleens "vergeef het ze want zie weten niet wat ze doen".
"De jongeren missen de ervaring die wij in de oorlog hebben gehad.
Die ervaring is niet over te dragen, daarin falen wij. Die jongeren zeggen terecht, ik was er niet bij, wat moet ik ermee. Maar ik mag er wel tegen tekeer gaan, ik zeg, ga erheen en kijk. Diepe indruk hebben twee dienstweigeraars in Oost-Duitsland op minister Vredeling gemaakt. "Die jongens werden eerst drie jaar opgesloten en mochten daarna niet meer studeren. Zo gaat het daar.
En de jongens die hier lopen te roepen dat Kees Vellekoop (een tot gevangenisstraf veroordeelde dienstweigeraar) vrij moet, die zouden als zie eens in Oost-Duitsland hebben rondgekeken, wel wat minder hard roepen ... "
Vredeling is vanzelfsprekend voor ontspanning tussen Oost en West, maar niet op een irreële manier.
"Volledige ontspanning is overigens alleen maar te bereiken als er steeds meer mensen als Solzjenitsyn opstaan, zich durven te uiten) ondanks het risico voor [aren opgeborgen te worden".
Van de zgn. sociale verdediging, die die PPR voorstaat, zei Vredeling het volgende: "Nee, de sociale verdediging is een interessant idee maar niet bruikbaar. Het is 'onverantwoord om te zeggen: laat ze maar komen. Misschien word ik nu wat emotioneel, maar wat doe ik met de moeder van de jongen die dan in het verzet gaat. Daar schrik ik van terug, wetende wat zo'n moeder doorstaat als die jongen onderduikt en verzet pleegt" ...
"Ik zal alles doen om die situatie te voorkomen".
Tot zover minister Vredeling. Ja de les der geschiedenis. Ik zou alle idealistische onnozele halzen wel willen toeschreeuwen: lees Van Roon De Jong en vele anderen.
In de vakantie las ik ook "Te mogen leven", een Nederlandse Jodin vertelt haar geschiedenis van Johanna Ruth Dobschiner en "Een Groninger pastorie in de storm" van J. A. Ader-Appels .
Hebben al die helden in de ondergrondse dan voor niets geleden?
Sufkousen kunnen ongewild nog gevaarlijker zijn dan misdadigers.
Nadat ik dit artikel geschreven had kwam godsdienstleraar G. Los van het Zwolse Lyceum in de belangstelling.
Hij meende dat zijn lidmaatschap van de CPN best
verenigbaar was met zijn christen-zijn en zijn leraarschap bij het christelijk onderwijs. In Arnhem hadden wij ook een christelijke onderwijzer, die vóór de komst van de duitsers verdacht was. Hij had eerst beweerd, dat het geloof in Christus en in de Führer best samen konden gaan, ja dat het geloof in Christus het allerbeste beleefd kon worden door het geloof in het nationaalsocialisme Zodra de duitsers in ons land waren kwam de aap uit de mouwen offerde hij zijn christen-
zijn op aan het nationaalsocialisme, Er moest een keuze gemaakt worden. Deze gevaarlijke verbinding bracht al spoedig het hoofd der school, verscheidene bestuursleden in de gevangenis en ondergetekende in Amersfoort en Dachau. Ja, wat een verblinding, alsof absolute gehoorzaamheid aan de romeinse keizers, de kerk, de vergoddelijkte staat of partij samen kunnen gaan met de absolute gehoorzaamheid aan Jezus Christus.
Warmeer theologische studenten, mensen uit het christelijk onderwijs, een deel van de (christelijke) pers, het in mindere of meerdere mate opnemen voor het standpunt van de heer Los, is dit een bewijs van een ontstellend gebrek aan onderscheidingsvermogen, van een valse tolerantie, van een hardleersheid ten aanzien van de lessen der geschiedenis, van een idealisme zonder gezond realiteitsbesef, van een niet (willen) doorzien van de marxistisch-leninistische infiltratie- en uithollingsmethoden, van een niet-ernstig-luisteren naar de stem van miljoenen vermoorden en van de levenden, die roepen om een menswaardige vrijheid van meningsuiting en om de meest elementaire beginselen van de democratie.
Het schoolbestuur, de rector, de leraren. de ouders, die overtuigd zijn dat geen enkele linkse of rechtse totalitaire staats- of partij opvatting te verenigen is met het evangelie van Jezus Christus, verdienen onze sterke steun. Veel behoef ik hier niet aan toe te voegen, omdat verscheidenen hun stem duidelijk verheven hebben.
Ik eindig met het aanhalen van drie oordeelsvellingen van prof.
dl" Herman Ridderbos in het 'Gereformeerd Weekblad' van 11 oktober 1974 ten aanzien van de verklaring van een ",handvol theologische studenten": dit stuk is zo onintelligent, zo onkritisch, zo onnozel.
Ik herhaal: sufkousen kunnen ongewild nog gevaarlijker zijn dan misdadigers."
Tot zover ds Overduin.
Ik hoef er niets aan toe te voegen.
Alleen dit: bij een enquete gehouden onder de leerlingen van het Zwolse Lyceum bleek dat de helft ervan vóór handhaving van de kommunistische leraar was, Zó erg was de indoctrinatie vóór 1940 nog niet.
1) Ik citeerde een aantal van zijn afschuwelijke uitspraken in mijn brochure In den chaos. Gerrit Kamphuis schreef in reaktie op H. H. Kuypers geschrijf een gedicht "Der kerken klage" dat illegaal werd verspreid. Een couplet ervan is dit: Is dat de zoon van Kuyper, De leider van zijn volk?
Geeft hij nu als een kruiper, Tussen spion en gluiper, Joden den dolk?