De afgod
1975-05-02
- Jaargang 19
- nummer 18
Wij waanden 't heidensch vak al ver van ons,
wanneer geboren slaven,
met ketens aan van staal en brons,
hun lijf ten besten gaven
en dienden, platgeveld, hun weêrga te enen bank,
uit eereloozen dwang.
Wij waanden 't heidensch vak al ver van hier
wanneer, uit jeugdige aderen,
ons bloed, bij dat van peerd en stier,
door de afgevallen vaderen
gestort wierd en genut, om 't heidensch bloedaltaar,
met schandelijk gebaar.
Wij waanden 't ... Erger wordt nu slaafsch gewand 1) ons op den hals gebogen,
en schandelijker zielofferand schier elken dag geplogen!
Wie de offeraar? Al wie de vrijheid haat!
En 't afgodsbeeld? DE STAAT!
1) dwangjuk