Dit goede blad

1975-05-02
  • Jaargang 19
  • nummer 18
Zo'n jaarvergadering van onze persvereniging! Waar ter wereld vindt u een kerkelijk blad, dat gedragen wordt door de liefde en de inspanning van een eigen vereniging? Alleen in Nederland; alleen in de gereformeerde kerken; alleen in de buiten verband gezette kerkjes en onder verstrooide enkelingen.

Nu, die persvereniging vergaderde. In Utrecht. Wie de puzzelrit had gewonnen mocht meedoen. Op de convocatie stond weliswaar, dat je op de rotonde voorbij de Berenkuil recht door moest gaan - maar dat was alleen om het wat moeilijker te maken. De domoren, die gewoon recht door gingen, kwamen in het sportpark uit. De slimmerds kwamen in de Jeruzalemkerk. Met het verheerlijkte gezicht van mensen; die je niets moet wijsmaken. Vrienden en broeders ontmoetten elkaar in de nieuwe Jeruzalemkerk. De zusters in groten getale, overmits niet alleen kerk maar ook persvereniging vrouwelijke woorden zijn. Maar wie van die juichend zingende schare let op zulke beuzelingen?

Ja, zingen kan ons volk wel. Er werden goede liederen gezongen. Uit het nieuwe liedboek - maar goede liederen. Zoals psalm 103. En een leuk orgeltje, dat stimuleerde tot zingen. Looft God de Heer met zingen ende spelen. Amen.

De stemming bleef eerst wat onzeker, ondanks de zang. Het kon vriezen, het kon ook dooien. Een tikje onvrede over de teruggang van abonnementen; een tikje schroom, om dat aan iemand te verwijten.

Toch. Voorzichtig kwam één schaap over de brug: of het niet aan de redactie lag? En om zijn vraag ernst bij te zetten preciseerde hij de feilen van een der redacteuren - uitgerekend die van onze feuilletonist. Nu is die, onderons gezegd, ook wel een onmogelijk man: altijd balancerend aan de grens van het toelaatbare, meermalen uitgesproken uitdagend, en zelden om het ten volle met hem eens te zijn. Maar bén je het goed met hem eens, dan heeft hij die keer juist niets nieuws gezegd.

Helaas, andere lezers vonden het nodig een ander standpunt in te nemen, waardoor het scheepje weer in de koers kwam te liggen. Zodat het redactiebeleid, losgekoppeld van de financien, als programmapunt toch even de volle aandacht kon krijgen.

Daarna passeerden diverse mogelijkheden de revue, teneinde het abonnementental drastisch te verhogen. Want dat moet toch kunnen? Wanneer nu eens één gepensioneerde jonge man of vrouw, die zijn dagen nuttig wil besteden, hier zijn schouders onder wilde. zetten. Het karwei zou in een jaar gepiept zijn. Regelmatig elke week iets laten horen. In een hoekje, dat niemand overslaat, omdat er altijd iets goeds in staat.
Regelmatig corresponderen met individuele lezers; net zo lang tot die goede mensen elk twee nieuwe abonnees hebben aangebracht. Door de persoonlijke band, die uit deze correspondentie ontstaat (en ook krachtens de inertiewet, als u dat iets zegt) blijven die goede mensen nog meer abonnementen aanbrengen. Het wordt een sneeuwbal-effect; een lawine, als u niet oppast.

En dan - verdikkeme, met uw permissie - dit goede blad is het toch ook wáárd, te worden gelezen! Ondanks die redacteur, die er altijd de ethische kantjes afloopt staan er toch wekelijks zo veel beste dingen in, dat het blad soms buiten ons "kamp" een ontdekking wordt genoemd? In het buitenland grijpen ze er naar, die Nederlands kunnen lezen. Ver buiten onze kringen wordt uit Opbouw regelmatig en dankbaar overgenomen in kerkelijke bladen. En er zijn aardig wat niet-kerkelijke abonnementen, onder ons gezegd en gezwegen; van mensen, die het contact met een leesbaar kerkelijk blad aanhouden, ook zonder vooralsnog over onze hoge kerkdrempel te stappen.

Maar waarom -moeten die dingen eigenlijk hardop gezegd worden? Om die ene gepensioneerde jonge vrouw of jonge man uit zijn schuilhoek te halen? Kom aan, waar zit u ergens! Niet zo bescheiden alstublieft. Voor de dag ermee. Schrijf even naar de secretaris van de persvereniging Opbouw, dat is D. Voogd, Pasteursingel 29 b, Rotterdam. En weet dat de psychologie van de reclame tot uw dienst staat om krachtdadig het abonnementental tot zulk een peil op te voeren, dat de redactie kan schrijven; ongehinderd door deze materiële begrenzingen.

De vergadering had als thema: de Christelijke opvoeding in gezin, school en kerk. Een ouderwets thema en allerminst afgezaagd. Want moeten de kernpunten van de blijde boodschap van onze verlossing niet steeds nieuw, steeds gevarieerd, steeds in een eigentijdse verpakking worden verkocht?

Wie verouderde termen handhaaft suggereert de jeugd, dat de dienst des Heeren een zaak uit de oude doos is. Wie versleten vertalingen gebruikt - idem dito. Wie probleemstellingen verkondigt, kerkelijke toestanden overtrekt, die volstrekt langs onze jeugd heengaan - slaat de plank mis.

Wie de jeugd opzadelt met theologische striklisjes en dogmatische haken en ogen, draalt de klok terug; misschien wel tot in het oude testament.
En dat is niet best.

Terecht werd gezegd, dat de 'leer' niet voldoende is. Dat de kinderen uit de praktijk van ons christen-zijn, uit de praktijk van onze Godzaligheid nsder en breder worden onderwezen in deze zaligheid. Dat de kerkelijke frontlijnen, kazematten en fictieve vijanden ons niet zalig of slecht maken. Dat de veranderlijke kerkelijke gedragsregels ons levenspatroon met aangeven. Maar dat de vreze des Heeren, de vrees om Hem te bezeren, het begin van alle wijsheid is. En dat ouders aan wie de geur des levens niet op te merken valt, huichelaars zijn dat de jeugd hier een bijzonder fijne neus voor heeft.

Die jeugd. Ze was rijkelijk aanwezig. Hartverblijdend. gewoon. Het heeft er wel eens op geleken, dat ons blad een belegen snoepje van de week voor ervaren fijnproevers zou gaan worden. Maar dat bleek nu wel anders.
Van diverse jonge lieden kregen wij te verstaan: dat we door moeten gaan, ons niet uit het veld laten slaan door muizenissen.

Zo was het voorstel uiterst praktisch: om samenwerking te zoeken tussen school, huis en kerk; voor wat de eredienst betreft bijvoorbeeld. Er zijn tal van kerken - zelfs onder ons enkele - waar een 'lied van de week' op school wordt ingestudeerd, om op zondag te worden gezongen. Terecht werd verwezen naar ds J. Calvijn, die er voor zorgde, dat de schoolkinderen van Genève de psalmen leerden; op die wijze waren ze de motor voor de zondagse kerkzang. Er waren tot 1637 geen orgels aanwezig, moet u denken. De kerkzang dreef op de kinderstemmen. En dat behaagt de Heere, zegt psalm acht. Ook Luther kende de waarde v~n de jeugdige school- en gezinszang. 'Een schoolmeester die niet kan zmgen', dreigde hij, 'die kijk ik niet aan'.
En dan zijn er stumperds, die urmen over 'al die nieuwe liederen', die ingestudeerd moeten worden. Nog afgedacht van een nieuwe psalmberijming.

Nee. Dan in de eeuw van de reformatie! Een hele bundel psalmen werd stuk voor stuk ingestudeerd. Op de scholen, in de huizen, dan in de kerk. Elke week een nieuwe psalm. Psalmen zonder genummerde coupletten, die dus in hun geheel werden gezongen. Tot in de vorige eeuw werd in Frankrijk hier en daar het hele psalmboek van voor naar achter gezongen.
Het Convent van Wezel gaf de kerken in overweging: psalmbordjes op te hangen m de kerk. Waarvoor? Opdat de gezinnen vooruit zouden weten, welke psalmen de áánstaande week zouden worden gezongen!

Niet vandaag - want dat was al bekend en ingestudeerd.
Nu, zijn we geen stumperds als wij de schat van de kerk aller eeuwen ongebruikt in een zweetdoek wegleggen? Misschien komt er nog eens een tijd (en God geve het) waarin onze jongste generatie, almachtig zingend, dansend en spelend, de kerkbanken vult met nieuwe liederen voor de Heere; en ons, oude en reactionaire stumperds, de hemel inzingt!

Dan was er iemand zo naïef, dat hij het 'kerkelijk jaar' onze Bijbellezing en zang wilde doen bepalen. "Zo kwam de hele Bijbel stelselmatig aan de beurt" meende hij. Vergeet u het alstublieft. Want eerstens is het "kerkelijk jaar" een soort liturgische kalender voor vergeetachtigen.

Tweedens komt deze kalender jaarlijks lang niet door de Bijbel heen, maar pikt daar een aantal graantjes uit. Derdens is het kerkelijk jaar een menselijke poging, om de heilsgeschiedenis persoonlijk te herbeleven, in plaats van uit haar een nieuw leven te beginnen, Ten vierde is het effect van deze herbeleving: dat de historiciteit van Gods heilsdaden de mist ingaat - maar dat ons subjectieve herbeleven belangrijker wordt dan de feitelijke vervulling van de oude profetieën. Maar niettemin - de aanhangers van het kerkelijk jaar hebben ons met een aantal kostbare liederen verrijkt. En overigens behoeft u de laatste alinea niet helemaal met de schrijver eens te zijn.

Een predikant wees er op, dat onze Bijbelbespreking en preken beeldend moeten zijn. De jonge generatie is niet (meer) getraind in logische betogen en komt daar eerlijk voor uit. Wel is de jeugd vertrouwd met stripverhalen: veel beelden, weinig woorden. Een preek voor geestelijk gehandicapten komt dan ook meestal op beelden neer. Zo gaat er niets van verloren. Ook zonder tot beeldendienst te geraken.
In de wandelgangen kon men vernemen, dat een kerk onlangs iemand durfde beroepen onder conditie, dat niet over het Nieuwe Liedboek zou worden gerept en de oude psalmberijming zou worden gezongen. De naam doet niet terzake. Zo'n kerk straft zichzelf.
Een wonder, dat niemand een opmerking maakte over de nieuwe kop van dit goede blad. De oude matrijs was versleten in 18 jaar trouwe dienst en de gelegenheid was verleidelijk om met een nieuwe lijn uit te komen. Intussen zijn de 2 visjes een kwartslag gedraaid; als een schakelaar.
Boze tongen zeggen, dat het verticalisme is omgezet in een zichtbaar horizontalisme; maar daar zijn het boze tongen voor.
Enne - die jeugdige gepensioneerde, die eens wat stevigs aan onze abonnementen-uitbouw gaat doen. Wil die zich wel even melden? Stel niet uit tot morgen. Nu is het de welaangename dag. En ons blad is het waard - of niet soms?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief