Ombuiging van de economie (slot)

1975-05-02
  • Jaargang 19
  • nummer 18
• ECONOMISCHE DWANG EN ECONOMISCHE VRIJHEID

Nu moet stelleg worden gezegd, dat in bestaande maatschappelijke systemen een wezenlijke barrière ligt voor /het komen tot verantwoorde gedragingen. Toegespitst op de economische orde waarin wij leven kan worden gezegd, dat die orde inderdaad in veel opzichten dichter staat bij de éérste reaktie waarover wij spraken - die van het onbeperkte voortgaan met economische expansie en technologische exploitatie dan bij de tweede reaktie, die van het verantwoord rentmeesterschap van elkeen die in en bij deze economische orde betrokken is. Rentmeesterschap wil immers zeggen: eerst dat doen, wat je schuldig bent aan je naaste, wat nodig is voor het behoud van de natuur en dan pas toekomen aan de vraag, wat er voor onszelf aan economische groei en omzetvergrotingen dan pas toekomen aan de vraag, of we nog wat voor ontwikkelingshulp willen missen, inhoeverre we nog wat kunnen doen aan de schade die daardoor aan de natuur om ons heen is aangericht.
In die stijl zijn wij gewend geraakt te consumeren en te produceren; en vele reclame-uitingen gaan ons in die stijl 'ook voor. In die stijl streven ook veelal ondernemingen naar afzetgroei, vakorganisaties naar inkomensgroei, en consumenten naar welstandsgroei. Daarom staat de economische orde, waarnaar wij zo graag met een scheef hoofd verwijzen, dichter bij onszelf en wat ons ten diepste beweegt dan wij vaak onszelf en elkaar willen toegeven.
Maar die economische orde is er, en ze leeft als het ware vanuit haar eigen bezieling, nu wij onze geest op haar hebben gelegd. En dat betekent, dat een omkeer naar een andere economische werk- en levensstijl allerminst een sinecure is. Het vliegwiel werkt als het ware in de andere richting. Toch zal dat ons niet moedeloos mogen maken. Want evenals de huidige economische orde met haar drang tot uitbreiding geest is van onze geest - kan. het niet anders, of bij een andere gerichtheid van onze eigen werk- en levensstijl gaan zich ook wijzigingen in de economische orde voltrekken en/of in de economische processen, die zich in die orde afspelen.
Een enkel simpel voorbeeld kan dat duidelijk maken, aansluitend bij wat ook praktische ervaring is. Van consumenten wordt verondersteld, dat zij bij de vergelijking van de aangeboden producten alleen letten op de prijs, en op de kwaliteit zoals die hen wordt aangeprezen. Maar wanneer nu een deel van de consument, -en daartoe voorgelicht door b.v. consumentenorganisaties of vrouwenorganisaties, andere factoren mee een rol laten spelen in hun consumptiegedrag - en er b.v. blijk van geven, iets meer te willen betalen voor produkten, die met minder milieuverontreiniging zijn voortgebracht, en waarbij is gemikt op zo lang mogelijke levensduur? Wel, dan kan het niet anders, of dat gaat het aanzijn geven voor de opkomst en uitbouw van een deel van het bedrijfsleven, dat daarop inspeelt. Want die vorm van bedrijvigheid is ineens meer rendabel geworden. Consumeren en verantwoordelijkheid dragen horen bij elkaar - ook al lijkt heden ten dagen vaak het omgekeerde bot de !hoogste wijsheid te behoren. Wanneer 10% van de Nederlandse consumenten 2 cent per ei over heeft voor het waarmerk, dat de eieren afkomstig zijn van kippen die niet zijn opgesloten in legbatterijenwel, dan ontstaat ook bij diverse boeren de animo, om dienovereenkomstig op een andere produktiewijze om te schakelen. En wanneer 20% van de Nederlandse huisvrouwen er blijk van geeft, fosfaatvrije wasmiddelen duidelijk te verkiezen boven niet fosfaatvrije, ook al wordt de was daar iets minder wit door - dan stimuleert dat wasmiddelenfabrikanten hun research wat minder te richten op de aanmaak van milieuvervuilende superwitmakers, en wat meer op de productie van een milieuvriendelijk product. En denkt u, dat de inkoopafdelingen van de grootwinkelbedrijven het zich niet aan zouden trekken, wanneer diezelfde 20% van de Nederlandse consumenten blijk zouden geven rekening te houden met de vraag, in welk deel van de wereld en onder welke omstandigheden hun koffie, thee en bananen zijn geproduceerd?
Consumeren, dat is het gebruiken van een onvermoed krachtig wapen, waarvan het een sport zou kunnen zijn, het zo goed en verantwoord mogelijk te hanteren. Consumeren - dat betekent de ene vorm van bedrijvigheid aanwakkeren, en de andere afremmen. Zou het zo hanteren van dit wapen ons niet veel meer voldoening geven dan onze afgeplatte consumptiestijl dat op dit ogenblik doet? Waarom zouden wij b.v. wél in het politieke leven van onze stem gebruik maken om mee richting aan te geven, en dat met onze economische stem - ons besteedbaar inkomen, niet doen, maar klakkeloos de steeds suggestiever wordende reclame volgen? Misschien zou een afschaffing van de STER-reklame op de televisie een van de wegen kunnen zijn, waarlangs onze hedendaagse consumptiestijl althans gedeeltelijk van afgeplat ondoordacht handelen zou worden bevrijd.

• HET ARGUMENT VAN DE ONMOGELIJKHEID

Een argument, dat het in het algemeen goed doet, is dat van de onmogelijkheid nieuwe, andere wegen in te slaan. Een bekend betoog is b.v. het volgende: wanneer een belangrijk deel van de consumenten eenvoudiger zouden gaan leven, bewuster zouden consumeren, wegwerpgoederen meer zouden vermijden, enz. - dan zou de onmiddellijke weerslag daarvan een toenemende werkloosheid zijn. Want ons maatschappelijk bestel is nu eenmaal ingesteld op zowel een jaarlijks stijgend inkomen als een jaarlijks toenemende consumptie. Zakt die in, dan verliezen bedrijven hun afzet, en treedt onherroepelijk een vergroting van de werkloosheid in. Met andere woorden: U kunt /het wel willen, maar het gaat niet.
Het is een redenering, waarop wel het een en ander aan te merken is, maar die toch een reëel probleem oproept. Want, zoals reeds is opgemerkt: het vliegwiel van onze samenlevingsorde werkt inderdaad in de richting van een onverkorte toeneming van onze expansie. Er zullen dus ongetwijfeld bepaalde moeilijkheden ontstaan. En die moeilijkheden zullen des te groter zijn, naarmate de veranderingen in onze stijl van produceren, consumeren en distribueren fundamenteler zijn en zich in korte tijd zouden voltrekken. Een eenvoudiger en critischer consumptiestijl, gepaard gaande met een productiestijl, die anders gericht is t.a.v. milieu en grondstoffenverbruik, en waarin kwaliteitsproduktie het gaat winnen van kwantiteitsproduktie - dat zijn zaken, die wel het een en ander in beweging zetten. Toch moet worden gezegd;' dat de zorg voor een scherpe toeneming van de werkloosheid hier stenig niet de bovenboon behoeft te voeren.
Veeleer is !het zo, dat de huidige hoge werkeloosheidscijfers er b.v. een teken van zijn, dat wij juist niet op de oude voet kunnen doorgaan!
Want die hoge werkloosheid komt met name voort uit een te snelle vervanging van arbeid door kapitaal (onze machines), .en die te snelle vervanging is op haar beurt weer in de hand gewerkt door zeer snelle loonkostenstijgingen. Het is derhalve onze 'oude' levensstijl, in de zin van een voortdurende jacht naar meer, die laan de huidige werkloosheid wel eens mede schuldig zou kunnen staan.
Maar bovendien mag niet worden vergeten, dat die eventueel nadelige effekten van een eenvoudiger levensstijl aanmerkelijk minder kans hebben naarmate de overheid beter op deze veranderingen inspeelt. Indien er b.v. een stuk 'consumptie-uitval' plaats vindt, omdat de consumenten tot een milieu-kritischer en eenvoudiger consumptiepatroon overgaan - wat ligt er dan meer voorde hand dan dat de op deze wijze vrijkomende productiemogelijkheden worden aangewend voor voorzieningen op het gebied van mi1ieuzuivering en het opnieuw gebruiken (terugwinning) van grondstoffen? Wat aan 'werk' wegvalt in de ene sector van het bedrijfsleven, ontstaat zo in de andere, in de milieu-sector. En indien de productiestijl een scherper accent verkrijgt in de richting van kwaliteitsproductie, zouden ook wel eens arbeidsmogelijkheden in het productieproces kunnen terugkomen, die wij niet meer voor mogelijk hielden; arbeidsmogelijkheden die niet alleen de zorg voor werkloosheid verminderen, maar bovendien een vorm van arbeid inhouden, die meer menswaardig is dan van veel arbeid in sterk gemechaniseerde productieprocessen kan worden gezegd.
Maar hiermee komt in plaats van de zorg voor toenemende werkloosheid wel n andere zorg meer centraal te staan. Want indien inderdaad 'n groter deel van onze productieve mogelijkheden besteed gaat worden aan milieuzuivering, en indien daarnaast in de productieprocessen zèlf de kwaliteitsproductie meer accent krijgt, en hier en daar zelfs een stuk ontmechanisering gestalte krijgt - dan zijn dat allemaal ontwikkelingen, die maken dat er in totaal minder verkoopbare producten worden voortgebracht dan anders te voorzien zou zijn geweest. Maar zullen wij dat wel némen - arbeiders, beambten, ondernemers? Of handhaven we dan de eis, dat 'ons reële' inkomen tenminste even snel moet blijven doorgroeien als tot nu toe het .geval is geweest?

• WILLEN WIJZELF?

Indien dat laatste zich voltrekt - dus dat wij allen niet van ons financieel vooruitzicht op een stijgend inkomen willen afstappen - dan is de slag verloren nog voordat die eigenlijk begonnen is. Want u begrijpt wat er dan gebeurt: dan worden in de winkels en op de markten minder produkten aangevoerd, maar dan komt daartegenover een op geen enkele wijze verminderde vráág naar die produkten te staan. En als de vraag groter is dan het aanbod, gaan zoals u weet de prijzen stijgen. Een versterkte neiging tot inflatie - dat is, wat ons hier met name, en meer dan een mogelijke werkloosheidsdreiging, met zorg vervullen moet.
Maar uit de beschrijving van de manier, waarop die inflatie, die extra prijsstijging, kan ontstaan, is hopelijk tegelijkertijd duiderrijk geworden, dat die niet als een onontkoombaar noodlot op ons valt. Nee, die extra inflatie ontstaat pas, wanneer wij als inkomenstrekkers niet de consequenties willen trekken uit wat we als consument begonnen zijn; of, met andere woorden" wanneer we wél wat kritischer en soberder willen consumeren, maar toch eigenlijk daaruit niet de conclusie willen trekken, dat we dan ook wel wat minder behoeven te verdienen. Inflatie ontstaat, wanneer mensen en samenlevingen onder de consequenties van hun eigen handelen uit willen. Zo komt ook hier weer tot uiting, dat het onze eigen levensstijl is, de beslist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief