Het boek Daniël

1975-05-09
  • Jaargang 19
  • nummer 19
Vrijwillige gehoorzaamheid

Drie mannen laten zich niet verleiden, noch bang maken. Het zijn geen mensen die buiten het leven van elke dag staan. Evenmin zijn het mensen die vervuld zijn van haat tegen Babel en die daarom onder geen beding iets van Babel zouden willen weten. Zij behoren integendeel tot de hoogstgeplaatsten en hebben hun taak in dienst van de koning trouw vervuld. Ze hebben verstaan dat Gods kinderen niet uit de wereld kunnen of mogen weggaan, maar dat ze zich wel onbesmet van de wereld moeten bewaren. De weg van de minste weerstand, door zich zoveel mogelijk van alles afzijdig te houden, hebben ze niet gekozen. Maar diep zijn ze ervan doordrongen, dar het gaan op de weg des HEREN geen enkel compromis verdraagt, waar het gaat om de eer van God, die aan geen ander mag worden gegeven, Denkt u het zich eens in. Ze zijn met alle genodigden gekomen.
Geen verontschuldigingen hebben ze gezocht om weg te blijven.
Maar als na het uitroepen van de koninklijke proclamatie de muziek invalt en heel de menigte als één man neervalt blijven zij als enigen staan. Ze keken niet wat anderen deden en ze overwogen niet; als iedereen het doet, doen we ook maar mee. Hoe gemakkelijk hadden ze zichzelf met een drogreden kunnen wijsmaken: Het is maar een formaliteit; de bedreiging maakt het zelf duidelijk, dat van ons geen hartelijke instemming wordt verwacht, maar dat het voldoende is als we maar de juiste houding aannemen.
Het wordt hun anders wel gemakkelijk gemaakt. Ze mogen zich tegen de ingebrachte aanklacht verweren en ze krijgen nog een tweede kans. Zelfs de eis om de goden van Babel te eren wordt niet herhaald; alleen het neervallen voor het beeld is alsnog voldoende om de straf te ontgaan.
Een antwoord op het voorstel alsnog door de knieën te gaan vinden ze overbodig. Vrijwillig hebben ze gekozen; vrijwillig blijven ze gehoorzaam. Ze doen dat zonder acht te slaan op de gevolgen.
Een vast vertrouwen "hebben ze op God. Ze weten dat Hij machtig is hen uit de felste vuurbrand te redden. Natuurlijk! Hij zou immers geen God zijn als een mens in staat zou zijn iets voor Hem onmogelijk te maken. Nebukadnezar kan wel zeggen: geen god zal u uit mijn hand redden, maar dat is nu net het verschil tussen de afgoden en de levende God. Ze weten wel op Wien ze hun vertrouwen hebben gesteld.
Maar dat vertrouwen sluit in, dat ze Hem de uitkomst overlaten. 0, het is veel om te geloven, dat God machtig is en zonder aarzelen te belijden: Hij kán ons uit het vuur bevrijden. Maar meer is het gehoorzaam te blijven, zonder te weten 6f Hij ook werkelijk zal bevrijden. Ze gehoorzamen niet, omdat ze van te voren weten dat het vuur hen niet zal deren; ze gehoorzamen omdat ze geen andere goden willen en zullen eren.
En voorts, wat God doet is welgedaan; hetzij Hij redt uit het vuur, hetzij Hij toelaat dat ze door het vuur worden verteerd.
Zij kenden de HERE. Wij kennen Hem nog beter. Hoezeer heeft Hij voor ons het bewijs geleverd dat Hij redden kan, niet maar ván de dood, maar ook door de dood heen. Jezus Christus toch is uit de dood weergekeerd. Zullen wij dan niet gehoorzaam leven? Als we maar vertrouwen, Want vrijwillige gehoorzaamheid is gel66fsgehoorzaamheid.

Kerkelijk machtsvertoon

De besliste weigering van Sadrach, Mesach en Abednego doet Nebukadnezar in woede ontsteken. Hoezeer deze drie mannen door hem ook werden gewaardeerd, een weigering om tenminste voor de vorm de macht van Babel te erkennen, kan hij onder geen beding dulden.
De miskenning van het aanbod alsnog voor het opgerichte beeld neer te vallen, zal wel tot groter woede aanleiding zijn geweest. En van eerbiediging van het vaste geloof, dat bij deze mannen wordt gevonden, is bij Nebukadnezar geen sprake. Zo gaat dat bij de macht van deze wereld. Ieder mag dan mogelijk nog zijn eigen geloofsovertuiging hebben, dat is wel te dulden. Maar doorbreking van de nagejaagde eenheid kan niet worden geaccepteerd. Openbaring 13 maakt duidelijk dat dit niet slechts in Babel gold, maar dat het de regel is voor heel de tijd van deze wereld.
Babels macht zal nu aan het licht komen. Geen god is machtig te redden. De oven moet zeven maal heter worden gestookt dan gewoonlijk.
En inderdaad is de hitte zó geweldig, dat de mannen, die opdracht hadden Daniëls vrienden van boven af in het vuur te werpen, bij het uitvoeren van hun taak door de uitslaande vlammen worden gedood.
Dat is machtsvertoon. Wie kan hier redden?
Maar de vraag laat zich niet verdringen: Waarom dat strenge bevel de oven bovenmatig op te stoken?
De bedoeling kan toch niet zijn daardoor de straf te verzwaren.
Een langzame verbranding is immers heel wat erger dan een ogenblikkelijke dood door onverdragelijke hitte.
Kennelijk spruit dit machtsvertoon toch voort uit angst. Geen god kan redden! Maar de God, die door deze drie wordt gevreesd is toch wel anders dan de goden, die door mensenhanden zijn gemaakt.
Wie met déze God te maken krijgt, moet wel zijn toevlucht nemen tot de uiterste maatregelen ..
Deze God is de geduchte. En Nebukadnezar weet dat met Hem niet valt te spotten.
Zo is het machtsvertoon van mensen.
De angst is het, die naar de grootst mogelijke machtsmiddelen doet grijpen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief