Ons kerkboek (2)

1975-05-16
  • Jaargang 19
  • nummer 20
2. GEZANGEN

Ik ben blij, dat we in onze kerkdiensten ook gebruik maken van de '119 Gezangen'. Ook niet een onberispelijk bundeltje. Netzomin als de 29, die sedert 1933 tot ons kerkboek horen. Van die 29 zijn er, die ik nooit heb opgegeven.
Zo: 12 en 13, niet de bombastische 19, 20, 21, 22 ...
Maar ik ben wèl blij, dat we een wat ruimere keuze van gezangen hebben, liederen, waarin we rechtstreeks zingen kunnen van het werk van de Here Jezus.
Daarover zou nog veel te zeggen zijn, maar deze artikeltjes moeten ook niet te uitvoerig worden. We laten het maar rusten tot later.

3. DE KERKELIJKE FORMULIEREN

Onze 'liturgische' formulieren zijn aan wijziging toe. Niet wat hun substantie betreft. De leer van deze formulieren ds zeker naar Gods Woord. Die van de doop en van het avondmaal behoren tot de beste 'stichtelijke lectuur', die we bezitten. Maar ze vragen om een nieuw kleed, om vertaling in de baar van onze tijd, om bekorting ook, en op een enkel punt om inhoudelijke verandering. Ik denk aan het avondmaalsformulier: dat mocht wel een wat blijder; een wat minder afschrikwekkender karakter hebben, daar mocht wel wat meer in uitkomen wat het stuk zelf zegt: dat we in het avondmaal oefenen de h é é rl ij k e (let wel: de héérlijke) gedachtenis van de bittere dood van onze Here Jezus Christus. Ook de formulieren van de ban en de wederopneming in de gemeente vragen om wijziging: veel korter en in de taal grondig gewijzigd. En véél korter kunnen de formulieren voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen, en ook het huwelijksformulier.

Moeten we nog wel formulieren hebben?

Die vraag is niet nieuw. Ze werd reeds vele jaren geleden gesteld door de bekende en onverdacht gereformeerde dominee van Amsterdam, S. G. de Graaf. We moeten die vraag niet uit de weg gaan.
Hier volsta ik met haar te vermelden.
Ik ben vóór formulieren, mits: kort, bondig en in een ons tegenwoordig geslacht áánsprekende levende taal. Eén ding acht ik van belang: dat bij de kerkelijke handelingen van doop en avondmaal in een Gereformeerde dienst overal op dezelfde wijze de zin van het sacrament wordt uiteengezet.
Iemand zal zeggen: maar dat is toch de taak van de dienaar des Woords? Accoord. Maar waarom zouden de dienaren des Woords niet door een kort formulier laan alle plaatsen op dezelfde korte en bondige wijze de betekenis van de viering uiteenzetten?
En laten we eerlijk zijn: wanneer iedere predikant zelf de liturgie van doop en avondmaal moet verzorgen ontstaat zo gemakkelijk de neiging elke keer naar wat nieuws te zoeken, wordt het vooral bij een meer frequente avondmaalsviering een geëxperimenteer om het 'mooi', 'boeiend', 'indrukwekkend' te doen. En het wordt er op die manier niet beter op, dunkt me. Ik ben geen voorstander van een 'hoogkerkelijke' liturgie en voorstander van grote soberheid in deze dingen. Maar het gebruik van dezelfde formulieren in allé Gereformeerde kerken is zeer bevorderlijk geweest voor de bewaring en het behoud van de enigheid der leer. En de verbastering is altijd weer begonnen bij het verzet tegen het gebruik van formulieren, met het individualisme van vele dominees, en geëindigd met een verwording, dat in Noord-Hollandse kerken kinderen konden gedoopt worden 'In Landbouw, Handel en Nijverheid'. Lezer, het is geen grapje, dat is echt voorgekomen.
Maar: kort en bondig.
En in een aansprekende, moderne taal.
Waarbij zeer te overwegen is of het niet gewenst is méérdere formulieren - allemaal kort en bondig - ter beschikking te hebben.

Het Liedboek voor de kerken

De vraag rijst of de invoering van het Liedboek voor de kerken ons verder brengen kan?
In één opzicht in elk geval niet.
Dit Liedboek bevat de nieuwe berijming (en dus betekent de in gebruikneming het los laten van de oude), en 491 Liederen.
Van hetgeen in een Gereformeerd kerkboek zo gewenst is ontbreekt: de volledige Bijbel, en de belijdenisgeschriften en de liturgische formulieren M.a.w. we zouden naast het Liedboek altijd nog een tweede kerkboek met Bijbel, belijdenisgeschriften en (vernieuwde) formulieren mee moeten nemen. En dan: het Liedboek zoals het daar ligt, is voor de Gereformeerde kerkdienst niet geschikt. Om met collega Kranenburg te spreken: er staat heel wat in, dat de toets ener bijbelse kritiek niet kan doorstaan. Wel beschouwd behoren ze dan in een niet-Gereformeerde kerkdienst ook niet thuis.
Daar komt bij, dat er heel veel in staat, dat voor de volkszang ongeschikt is, en dus ook voor de kerkzang: de gemeente is geen zangvereniging en haar diensten geen zangschool. Er zal dus een keus uit dit Liedboek moeten worden gedaan. En - ook hier betuig ik mijn instemming met ds J. Kranenburg - het maken van die keus is niet de zaak van één man, niet van de dominee. In een mondige gemeente moet de keus gemeenschappelijk worden gemaakt. Op z'n minst in de gemeente.
Maar ik zou niet weten, waarom de kerken ook op dit punt niet tot een gemeenschappelijk vergelijk zouden kunnen komen. Dan zouden we een Bundel uit de Bundel hebben. Een door de Gereformeerde kerken aanvaard Liedboek uit het Liedboek.

Waarom Gezangen?

We gaan in dit verband niet de hele Gezangenkwestie weer eens oprakelen. Ik herinner alleen aan het feit, dat het verzet tegen de invoering van de bundel 'Evangelische Gezangen' in het begin van de vorige eeuw (ik meen: 1806) nooit een verzet geweest is tegen het zingen van gezangen op zichzelf, maar het ging tegen déze bepaalde bundel. Daar stonden heel wat liederen in, die 'de toets ener Bijbelse kritiek niet konden doorstaan'.
Bovendien bevatte hij een aantal platheden, die in een kerkdienst beslist misplaatst zijn: "Stedelingen, looft de Heer, hoopt op d'oude welvaart weer' met de 'bede': Geeft de koopman druk vertier, nering voor de winkelier'.
Bijna zouden we vragen: Lust U nog peultjes? ...
Maar in later tijd heeft men van hei verzet tegen déze gezangenbundel een algemene kwestie gemaakt: in de kerk zijn gezangen contrabande. Daar mag men alle psalmen zingen: in Gods Huis alleen Gods Woord. Hetgeen natuurlijk er naast is. Als in de kerk alleen Gods Woord mag gezongen worden, dan ook geen vrij gebed, maar dan formuliergebeden, en wel zulke, die rechtstreeks uit de Bijbel werden samen gelezen. een brevier van bijbelteksten. Maar als de dominee, natuurlijk in overeenstemming met Gods Woord, vrij bidden mag, dan mag de gemeente toch zeker vrij Gods lof zingen? Wel, dat spreekt vanzelf, overeenkomstig Gods Woord, maar niet het Woord Gods zelf.
Dat laatste betekende bovendien, dat vwe dan letterlijke bijbelteksten zouden moeten zingen. Want ook een berijming is niet meer zuiver Gods Woord. Intussen: áls het menens is: in de kerk alleen Gods Woord, dan is ook de weg vrij Voor het zingen van andere Schriftgedeelten dan de Psalmen, er zijn in het oude en in het nieuwe testament heel wat dichterlijke Schriftgedeelten.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief