Open brief
1975-05-16
Beste Henk, - Jaargang 19
- nummer 20
Ik moet nog even doorgaan op het voorafgaande en daarbij veroorloof ik me weer wat vrijheden t.a.v. de Bijbel. Ik zal proberen Bijbels te spreken, maar op mijn manier.
En nu is het niet de bedoeling die manier aan jou op te dringen, maar wel neem ik de vrijheid om het zo te zeggen de levende emotionele God, de Vader die vecht voor zijn kinderen. Hij betuttelt de kinderen niet en maakt hen niet tot slaven. Denk eens aan Kaïn en Abel in het veld, Wat een vreselijk moment is dat geweest voor God. Het is onjuist om van onze Vader te denken in de zin van "Ik wist als Vader wel dat het die kant op zou gaan."
Dat is koud analyseren en concluderen.
Dat is geen Vaderhouding.
Zo is God niet!!
Kaïn stond voor de keus: Hij had aan Abel kunnen vragen, waarom Abel's offer werd geaccepteerd.
Hij had er over kunnen denken.
Daar en -opdat moment stonden Hemel en aarde even stil.
God wachtte, en Satan wachtte ... wat zou er gebeuren ...
KaÏn sloeg Abel dood!
God huilde, Satan lachte en de wereld draaide door tot de doodslag in 1974.
In die wereld gaat Kaïn het slavenhuis bouwen. Hij bouwt een slavenwereld. Hij bouwt een stad ter beveiliging van zijn zoon Henoch.
In diezelfde slavenwereld werkt het geslacht van Seth, aan een vaderhuis.
Nee, dat is niet goed gezegd. In diezelfde wereld doet Enos een stap naar het openstaande Vaderhuis.
In de dagen van Enos, begon men de naam des Heren aan te roepen. En Vader haalt Henoen in het Vaderhuis.
Stukjes Paradijs in een slavenwereld.
Er zijn wat namen genoemd.
Adam - Eva - Abel – Kaïn - Seth - Enos - Henoch en er zouden veile namen aan toegevoegd kunnen worden. Er is echter een verzamelnaam: "mensheid". Dit magzo gezegd worden.
Zoals alle priesters in Abraham de tienden betaald hebben aan Melchizedek, Zo zijn wij deel van die mensheid. We kunnen er ons niet van losmaken. We kunnen niet met de vinger naar de ander wijzen. Bijalle dingen die er gebeuren zijn wij present. Pas als we dat duidelijk zien, komen we er achter welk geschenk we van onze Vader ontvangen als we zo nu en dan een "stukje Paradijs" ontvangen. De gedachte, dat wij de wereld kunnen verbeteren, verdwijnt niet, maar wel verdwijnt de gedachte dat we een nieuwe hemel en aarde zouden moeten stichten. Laten we dan beseffen, dat we zuinig om moeten gaan met Vaders goed, met Gods schepping. We komen zo ook tot een bewust leven, vooral omdat God ons daarbij wil helpen. En hoewel we midden in die mensheid staan, staan we als kinderen van God tussen de slaven van Satan. Dit mag ik pas zeggen na het voorgaande ervaren te hebben, want de gedachte dat dit een verdienste van ons is, moeten wij uitbannen.
Wat in ons moet leven is de omgang met God.
Nu wil ik dit verhaal besluiten met een toelichting op dat woord "omgang". Of de verklaring juist is, weet ik niet. Het is moeilijk om het precies uit te zoeken.
In de oude kloosters was de studie-zaalbibliotheek in het midden.
In die studiezaal mocht niet worden gesproken. Daar werd gestudeerd. Rondom die studiezaal liep een gang, een "omgang".
Je treft het nog wel aan bij kloostertuinen, die door een overdekte gang omgeven worden.
Als de monniken bepaalde zaken hadden bestudeerd gingen ze in de "omgang" de resultaten van hun studie met elkaar bespreken.
Je begrijpt wel dat het bespreken van die resultaten niet ging over keetjes en kalfjes, maar om het bij elkaar "binnen-komen" met gedachten, met studie. Samen wilden zij wijzer worden. Je vindt het woord "omgang" in die betekenis nog wel.
Bijvoorbeeld: "Hij heeft omgang met een meisje." Dat wijst ook op een diepere betekenis dan alleen maar vriendschap.
God wil met ons omgaan. Samen de problemen bespreken. Dat is wandelen met God en omgaan met God.
Dit is moeilijk. Er is nl. zo'n grote afstand gekomen tussen God, en de mensen en God wil niet met een slaaf omgaan maar met een Kind van Hem, een door Christus vrijgemaakt kind.