PSALM 113
1975-05-30
Een tijd om te dansen?- Jaargang 19
- nummer 22
Hallelujah-psalmen zijn in de kerk net zo in zwang als hallelujah-hoeden destijds bij "het Leger". Toch zit ik er wel eens mee. Want weliswaar schrijft de Prediker, de gemeente-voorgangers: ,,alles heeft zijn uur en ieder dling onder de hemel zijn eigen tijd ... er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen". Maar zelfs zijn eigen woorden schijnen niet te ontkomen aan zijn (misbruikte) vonnisvelling: ijdelheid der ijdelheden!
Of je er nu voor in de stemming bent of niet, een christen behoort hallelujah te roepen - ook al biggelen hem de tranen over de wangen, Waar of niet?
En met Ps. 113 voel ik me dubbel verlegen. Vanwege het begin (hallelujah) en vanwege het slot.
Dat slot is niet de herhaling van het hallelujah (dat hoort nl. thuis aan het begin van Ps. 114), maar vanwege de strophe "die de onvruchtbare huisvrouw doet wonen als een blijde moeder van kinderen".
Kun je dat een gemeente in de mond leggen als je weet dat in vrijwel elke gemeente het tastbare verdriet van kinderloze echtparen leeft? Maar dan blijft wel de vraag liggen:wanneer kun je zo'n psalm dan wél (laten) zingen? En: voor wie is het psalmboek bestemd?
Een god of onze God?
De laatste vraag laat zich het makkelijkst beantwoord: het psalmboek is aan Gods gemeente gegeven, de liederen worden Gods volk in de mond gelegd. En binnen die saamhorigheid zingt ieder op zijne of hare wijs: er is zoiets als een deelnemen in elkaars vreugde en verdriet. Het spreekt vanzelf dat de gemeente zingt over haar God: lof zij Jahweh! Maar Ps. 113 is er een treffend voorbeeld van dat Jahweh geen abstracte God is.
Een God-los-van-de-wereld is zinloos. Wat heb ik aan een God ("er zal best zoiets als een hogere macht bestaan") die niets uitstaande heeft met mijn alledaagse leven? Ps. 113 heeft het dan ook over ",onze God", zoals de Heid. Cat. in Zondag 8 over "God de Vader en onze schepping'" enz.
God heeft van het begin tot het einde met ons bestaan van doen.
Alleen daarom al is het niet vreemd, dat Ps. 113 eindigt met die blijde huismoeder. Het is ook de bedoeling dat we Hem in alles terugvinden. Hij leert ons bijv.
onze dagen (Ps. 90 : 10-12) tellen (onze dagen zijn geteld), maar eerst heeft Hij het telraam geschapen (Gen. 1 : 11 v.v.). Hij leidt de geschiedenis al lijkt het soms dat een paar olie-sheiks dat doen.
Wie maakt de dienst uit? De gemeente zingt: lof zij Jahweh!
De waarde van een orde van dienst
En wat moet de gemeente nu aan met Ps. 113? Terwille van die vraag ga ik mezelf even onderbreken.
Want ik ben ook nog lid van een plaatselijke werkgroep voor de liturgie. Dat is maar niet een aardig tijdverdrijf voor liturgie-hobbyisten en musicofielen. Dat waren Davids dichters, zangers en speellieden toch ook niet? Israël hield zich wel degelijk bezig met de orde van dienst. Nu, zowel in de tijd van de tweede tempel als in die van de latere synagoge vormt Ps. 113 het begin van het "Hallel", de lofzang die vooral bij het Pascha en Loofhuttenfeest werd gezongen. Bij het pascha werden Ps. 113 en 114 vóór de maaltijd en de tweede beker gezongen, Ps. 115-118 na de maaltijd en de vierde beker.
Zo zal Jezus dus met zijn discipelen Ps. 113 - een feestlied hebben gezongen, vlak voor Hij zou zeggen: dit is Mijn lichaam dat voor u gebroken wordt. En dertien mannen loofden Jahweh die de onvruchtbare huisvrouw doet wonen als een blijde moeder van kinderen ... Er zullen in Zijn tijd toch ook wel kinderloze echtparen geweest zijn, zoals vóór zijn tijd Zacharias en Elisabeth, Jezus heeft veel wonderen gedaan: te veel om op te noemen, schrijft Johannes. Maar bij wat wel opgeschreven staat is niet één dergelijk wonder ...
Een feest kleed - natuurlijk!
De joodse liturgie kan ons helpen Ps. 113 te begrijpen. Deze psalm werd immers samen met Ps. 114 bij het pascha gereciteerd? En Ps. 114 zegt nu net iets over Gods leiding in de wereldgeschiedenis.
Om precies te zijn: in die psalm gaat het over de uittocht uit Egypte, de intocht in Kanaän, de doortocht door de woestijn: water uit de rotsen! Is er een meer passend lied te denken uitgerekend bij het pascha? De mensen klagen dat God - àls Hij al bestaat - onbewogen blijft onder de ellende der mensen. Israël, zijn volk, heeft daarentegen mooi praten van zijn God. De geschiedenis van pascha begon zó: " ... en de Israëlieten schreeuwden het uit, zodat hun hulpgeroep (helpl) over de slavernij (ten hemel schreiend, ja) omhoog steeg tot God. En God hoorde hun klacht en God-gedacht aan zijn verbond ... "
(Ex. 2 : 23, 24). Hij ging er iets aan doen. En Israël zingt jaar en dag: hallelujah ... de naam van Jahweh zij geprezen: Dat ligt de jood nóg in de mond bestorven: geprezen zij de naam! Wij, nièt-joden kunnen die uitdrukking best begrijpen.
We kennen allemaal wel iemand bij 't horen van wiens naam ons hart warm wordt. Wie meeleeft met wat God deed en doet voor de mensenwereld, voelt zijn hart warm worden: dát is onze God - zijn naam moet eeuwig eer ontvangen!
Een lach door de tranen heen
Met de verwijzing naar Ps. 114 is het thema van de lofprijzing al gegeven en laat de uitwerking ervan in Ps. 113 zich makkelijk begrijpen. Want zoals God in Egypte handelde, zo handelt Hij altijd. Deze psalm behoort tot de humor van Gods volk in de diepste zin van het woord - een lach en een traan. Volkeren - mét hun staatslieden - maken zo te zien de dienst uit en andere volken, mensen, worden voortdurend de dupe van "hun tegenstrijdige belangen, hun jagen naar were1dbeheersing en machtsvertoon ...
geweldig is ook de majesteit van hun machthebbers in hun paleizen, waarin onberekenbare schatten zijn opgestapeld .. ," (zie A. Noordtzij in de Korte Verklaring).
Maar ,,,wanneer zij dan van heerlijkheid spreken, dan moge deze glanzen in de koningszaal, maar onvergelijkbaar is ze, vergeleken bij die van des HEREN troonzaal."
Dat is de lach door de tranen heen alle eeuwen: wie is als de Here, onze God, die zeer hoog woontin de hemel, die zeer laag neerziet - op de aarde? Die de geringe opricht uit het stof. de arme omhoog heft uit het slijk, om hem te doen zitten bij de edelen ... (vgl. bijv.1 Kon. 16 : 2).
Hij kan een mislukte architect uit Wenen tot machthebber van het grootduitse rijk laten uitgroeien, een boer uit de Oekraine tot gezaghebber in het Kremlin Zo kan 't. Maar 't kan ook anders, zoals bij ene Petrus: een visser uit Galilea een graag geziene gast aan tafel bij een generaal in Caesarea.
Wie zal Hem tegenhouden als Hij het ",dalles" een ereplaats geeft: vriend, kom hoger op? Zo verging het Israël in Egypte - zo vergaat het zijn volk van toen en nu: straks letterlijk aan Zijn tafel.
Gods rode loper uitgelegd: tijd om te zingen
Jazeker, dat zijn bekende woorden - gebezigd door ... vrouwen: Hanna (1 Sam. 2), Maria (Luc. 1).
Hanna, de kinderloze, de verachte.
Peninna meende zich laatdunkende spot te kunnen veroorloven en Hanna was even machteloos als ...
Sara tegenover Hagar. Als Hanna huilde, lachte Peninna. Maar "wie het laatst lacht (Sara; Izaäk = "lachen") lacht het best", schrijft Okke Jager. Wie is als Jahweh, onze God .. , die de onvruchtbare huisvrouw doet wonen als een blijde moeder van kinderen? Wie werd richter in Israël- de zoon van Peninna of Samuël, de zoon van Hanna? Wie werd het kind van Gods rekening: Ismaël (Hagar) of Izaäk? Je zou kunnen zeggen: bij de roeping van Abraham en Sara - het begin van Israëls historie, een nieuwe mijlpaal in Gods heilsgeschiedenis, legde God de rode loper voor zichzelf uit in onze wereld, en Hij rolt hem uit tot voor de poorten van het nieuwe Jeruzalem. Wie daar oog voor heeft, en de saamhorigheid beleeft door alle geslachten heen, kan terecht juichen over zijn onvergelijkbare God. Juist omdat hij de ten hemel schreiende ellende der mensen hoorde, kwam Hij in Zijn Zoon daar beneden, zeer laag"
naar hen omzien, om hun de boodschap van verlossing metterdaad te brengen. Daar kan de onvruchtbare huisvrouw, de arme Lazarus, het dalles zich aan troosten. En in de saamhorigheid van Gods volk van alle eeuwen zingen: lof zij Jahweh - geprezen zij Zijn naam. Jezus zelf heeft meegezongen - vlak voor zijn dood!