HET GEWETEN

1975-05-23
  • Jaargang 19
  • nummer 21
TOESPRAAK VOOR DE N.C.R.V. OP WOENSDAGMIDDAG 23 APRIL 1975

Als het Schriftwoord van onze tekst het hier over het hart heeft - "indien ons hart ons veroordeelt' - mogen we daarvoor ook wel het geweten invullen. De bijlbel heeft het woord 'geweten', maar gebruikt ook het woord 'hart', voor hetzelfde.

Dat wij een geweten hebben, is een goede zaak.
Maar ik ben toch bang, dat niet iedereen dit aanstonds met mij eens is. Vooral niet onder degenen, die kerkelijk zijn opgevoed, Die hoor ik nogal eens mopperen op het geweten. Dat is die instantie, die er voor zorgt, dat je eigenlijk altijd in angst zit, dat je niet tot onbekommerde vreugde kunt geraken, dat je geremd bent en moeilijk voor jezelf. Vooral jongelui hoor ik nogal eens zeggen, dat ze niet zo blij zijn met hun geweten.
Het christelijke geweten, dat ze hebben meegekregen uit hun opvoeding, zet overal een domper op.

Nu zijn zulke stemmen natuurlijk gemakkelijk tot zwijgen te brengen. Bijvoorbeeld zo: Wou je dan soms zonder geweten door het leven gaan? Heb je je wel eens ingedacht wat het betekent een gewetenloos mens te zijn? Gewetenloze lieden zijn mensen die God niet vrezen en geen mens ontzien. Dit is inderdaad een stevig argument, dat 't nut van het geweten voldoende aantoont.
Het is een argument als een wals; je komt er volkomen plat onder vandaan. Daarom zullen we 't niet gebruiken. Want degenen die zo mopperen op het .geweten, willen echt niet gewetenloos leven.

Eigenlijk gaat hun protest niet tegen het geweten, maar tegen de opvoeding, die dat geweten vorm gegeven heeft. Niet alleen of zelfs niet in de eerste plaats de opvoeding thuis, maar de opvoeding zoals daar uiteindelijk van de kerk uit leiding aan gegeven was. Die kerkelijke opvoeding, die dan verder ook de gezinsopvoeding bepaalde, heeft die het geweten niet te krap afgesteld, heeft die er niet een werktuig van overprecisie van gemaakt? Zodat wij bij letterlijk alles wat we doen een kwaad geweten hebben.
En daarom, in het psychische, gehavende en verdraaide mensen zijn, met een ongezonde zelfaandacht, die onzeker maakt. Ga maar eens met psychiaters praten. Die kunnen u vertellen, van de mens-verwoestende invloed die met name het christelijk gevormde geweten hebben kan.

Hier moet ik eigenlijk een verzuchting slaken.
Wat erg toch, dat zoiets moois als het geweten een kracht ten kwade kan worden Staan we hier niet voor iets demonisch? De toeleg van de boze is immers altijd geweest het mooie lelijk te maken.
Want nog eens: hoe mooi is niet het geweten, de stem in het hart die een nagalm, een echo is op de stem van Gold. En dàt dan door de boze misbruikt! Maar natuurlijk mogen we hiermee niet volstaan, met die verzuchting, We kunnen de duivel niet als excuus gebruiken Dat overtuigt niet. We moeten eerlijk nagaan, waarin we in onze eigen menselijke verantwoordelijkheid gefaald hebben.

Laten we eerst eens vragen, wat het geweten eigenlijk is. Ik gaf al een typering: nagalm van de stem van God. Om er een beeld bij te gebruiken: Het geweten is een horloge, dat voortdurend naar radiotijd moet worden bijgesteld. De radiotijd is dan de openbaring, de Bijbel, Gods Woord.
Regelmatige, biddende omgang met Gods Woord houdt het geweten op pijl, laat het zuiver lopen.
Maar zoals een horloge kan achterlopen èn voorlopen, zo ook het geweten.

Dat het kan achterlopen, dat wil zeggen, dat het geweten tekort kan schieten, dat het te laat kan gaan spreken, wisten we al. Ik zou zeggen, dat weten we al te goed. Daar ligt het gevaar voor ons ook niet. We hebben er meer last van dat 't vóórloopt dat 't er zo gauw bij is om als een wekker in ons binnenste af te lopen, dat 't ons veroordeelt op punten waarop de bijbel ons niet veroordeelt. Op dat punt moeten we ingaan. Daar doet 't zeer.

Laten we eens een voorbeeld nemen. Het betreft de wereld van de vrouw. De oudere vrouwen onder ons zijn opgegroeid met de stelregel: een vrouw mag niet met lege handen zitten. Ze doen dat dan ook niet en hebben een slecht geweten als ze gedwongen zijn om stil te zitten. Daar heb je nu het geweten in al z'n hinderlijkheid.

Is dat nu werkelijk vanwege dat hoofdstuk in de Bijbel, Spreuken 31, dat de lof van de deugdzame huisvrouw bezingt? En daarbij zegt van de vrouw: haar lamp gaat des nachts niet uit? Is het dan een wonder dat er vrouwen zijn, die een hekel aan dat hoofdstuk hebben, omdat 't hun een norm voorhoudt waar ze nooit aan toekomen?
Hoeveel vrouwen zijn er niet door dit stukje bijbel achterna gezeten. Er is hier ook werkelijk mee getreiterd, Zoals zoveel bijbelgedeelten misbruikt zijn om er andere mensen mee te plagen en lastig te vallen.

Laat ik u dan vertellen, dat Spr. 31 geen zweep is over het leven van de vrouw. Veeleer een goed advies. Het gaat in dat hoofdstuk namelijk over de vrouw, die uit de kleine kinderen is en daardoor de handen vrij krijgt om zich op ander gebied nuttig te maken. In dit geval in het economische, wat voor een boerin - want de meeste vrouwen uit het O.T. zijn eigenlijk boerinnen niet zo vreemd is. Nu hoeven we dat boerin-zijn natuurlijk niet over te nemen, maar de algemene gedachte is zeer bruikbaar. Zie als vrouw naar een nuttige tijdvulling om, als de drukte in het gezin begint af te nemen. Pas er dan voor op dat je niet in de maalstroom van de zinledigheid terecht komt. Van een kletspraatje hier en een sherrytie daar. Misschien dat het bedrijf of de baan of het ambt van je man je zulk werk in de schoot werpt, maar misschien dat je ernaar moet zoeken en dat er vindingrijkheid aan te pas moet komen, maar hoe dan ook: zo wordt Spr. 31 een stuk bevrijding, een nuttig advies, in plaats van een zweepslag over het j:eweten. En wat die lamp betreft: laat die 's nachts gerust uitgaan. En dat geldt ook voor de man, want ook zijn geweten is overgevoelig op 't punt van de arbeid.

Ik vind dit een goed voorbeeld van de waarheid, die onze tekst zo puntig onder woorden brengt: .
God is meerder dan het hart. God is meerder dan het geweten. En ook Gods Woord is meerder dan het geweten. Wat God van de arbeid vindt is meerder, mooier, evangelischer dan wat het geweten van de arbeid gedacht heeft.

Wat is dat meerdere van God? We zullen bedenken, dat dit woord staat in de eerste brief van Johannes, die ook dat stralende woord heeft: God is liefde. In die liefde is het meerdere gelegen.
Ons hart, ons geweten, daarvan kunnen we niet zonder meer zeggen dat 't ons liefheeft. Niet omdat 't ons veroordeelt. Daarin kan wel degelijk liefde steken. Maar ons geweten, juist ons sprekende geweten, kan zo gemakkelijk een instrument voor de boze zijn. Hij is er op uit, om ons door ons sprekende, veroordelende geweten bij de vreugde vandaan te halen. Zijn tactiek is om het geweten te laten doldraaien door overbelasting.

Zoals bij Kaïn. Zijn geweten sprak, Na de moord op z'n broer. Maar de boze kreeg greep op dat sprekende geweten. "Mijn zonde is te groot, dan dat ze vergeven zou kunnen worden". Daardoor zwierf Kaïn van God weg. Zoals ook Judas, zijn geweten sprak na het verraad van zijn Meester: "ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden".
Maar de duivel zat achter het stuur van zijn geweten en joeg hem de afgrond in.

Indien ons hart ons veroordeelt - dat is dus een gevaarlijke situatie. Daar kan de duivel zich in nestelen, in dat veroordelende hart. Niet dat 't dan altijd de kant van Kaïn of Judas op gaat.
Maar ook voor de gewone dingen kan de duivel zijn hoofdkwartier opslaan in ons sprekende geweten.
Dat is verraderlijk genoeg want wie zoekt hem daar nou? Maar dat is juist z'n kracht.

Daar hebben wij mee te stellen. Hij weet, dat hij christenen, juist christenen met hun nauwgezet geweven, in de angst kan drijven. Hij gebruikt daarvoor zelfs ook het bijbelwoord dat hij verdraaid uitlegt. Want dat hij het Woord van God verdraaid kan uitleggen, weten we al uit het paradijsverhaal.
En uit de verzoekingsgeschiedenis, Wat het geweten nodig heeft, is daarom de levende omgang met God en de biddende oriëntatie op zijn Woord, Anders blijft het geweten binnenwerelds gevangen. En omdat de duivel de overste van deze wereld is, maakt hij zich dan van het geweten meester. Hij laat het doldraaien. Gebruikt daarvoor flarden van bijbel-kennis en Gods-kennis, resten van het besef van goed en lowaad. Maar hij maakt daar een verward geheel van, zodat het geweten dat daarmee werkt, een zieke indruk maakt, En hij bereikt zo, dat de moderne zielszorg, medisch en pastoraal, adviseert om dat geweten maar weg te doen als een waardeloos horloge, dat toch nooit de juiste tijd aangeeft. Weg ermee!
Ontremming wordt op alle gebied het grote parool.
En, eerlijk gezegd, als de bijbel dicht gaat, ontaardt het geweten ook tot een moralistisch instrument, waarvan je op gegeven moment moet zeggen, dat 't onbruikbaar geworden is. Het heeft er dan een boosaardig plezier in gekregen om ons, hoe dan ook, te veroordelen. Het is niet meer uit op ons behoud.
God evenwel is meerder dit hart, en Gods Woord is meerder dan dit geweten. God namelijk, zo voegt de apostel er aan toe, heeft kennis van alle dingen. En dat laatste lijkt dan bepaald niet geruststellend - God hemt kennis van alle dingen?
Moet dat niet helemaal tot paniek leiden? Stel je voor, als je dat van enig mens moest zeggen, dat hij alles van ons weet. Die ander, die naaste zou dat nooit tot ons heil gebruiken. Hij zou er ons heel gemakkelijk mee kunnen chanteren, Ook zonder het direct te willen, zou hij het toch doen.
Maar God heeft kennis van alle dingen en de apostel zegt dat zomaar rustig en gelijkmoedig, alsof hij een grote troost uitspreekt. En werkelijk, dat doet hij ook. Dat is ook een troost, dat God alle dingen weet. Want God is liefde. Hij kent ons in liefde.

Weet u wat dat betekent? Hij graaft net zo lang in ons (en Hij graaft daarbij door alle vieze modder in ons binnenste heen), Hij graaft en zoekt net zo lang, totdat Hij bij ons de nieuwe mens in Christus vindt. Die wil hij vinden en daarom vindt Hij die ook. Hij wéét álles van ons, maar wat Hij wil weten is, dat wij Hem liefhebben en zo wil Hij ons kennen.

Hierop heeft Petrus zich beroepen bij de zee van Tiberias. U weet wel, toen de Meester die vraag tot driemaal toe stelde: Simon, hebt gij mij lief?
Een gewetensvraag, nietwaar? En als de Here deze vraag aan Petrus herhaalt, wil Hij hem en ons allemaal laten voelen, dat Hij door veel modder moet waden om bij de nieuwe mens in ons te komen. Als dit tot Petrus doordringt, wordt hij bedroefd en tegelijk blij en zegt: Here, gij weet alle dingen, Gij weet dat ik u liefheb. Hier beroept Petrus er zich op, dat de Here, die alles van ons weet, tenslotte alleen maar dit van ons wil weten: dat wij Hem liefhebben; over de rest gaat zijn vergeving.

Blijkt hier nu niet, dat God meeroer dan ons hart is? In zijn liefdevol kennen van ons is Hij de meerdere van ons hart. In Christus is zijn liefde zo ontstellend rijk over ons. Vanwege deze liefde magen we ergens laconiek: met onze zonden omgaan.
Ze zijn niet zo erg interessant. Het is niet eens nodig dat wij ze allemaal weten. Veel fouten die we maken, ontgaan ons zelfs en dat mag ook zo blijven. Ik weet wel, dat dit wat ik nu zeg, afschuwelijk misbruikt kan worden. Tot oppervlakkigheid.
Ik zeg ook nadrukkelijk, dat als we op concrete schuld stuiten in onszelf, het dan zaak is, dat we er de bloedig serieuze kant mee opgaan. Maar al die verborgen zonden? Daar in gaan wroeten? Dat is het werk van een geweten, dat opgehitst is door de duivel, de mensen-moordenaar van den beginnen.
Ik kom teveel christenen tegen, die maar bij één zinnetje leven: dat mag niet. Deze mensen zijn ziek: aan het geweten.
Aan deze zieken geef ik niet de raad, dat zij het geweten maar als een soort blinde darm moeten laten wegnemen. Want met remloosheid kan de nu levende generatie haar eindje misschien nog wel halen. Maar de volgende zit dan pas goed met de brokken.
Nee, oriënteer je met je geweten weer opnieuw op God en zijn Woord. Zij zijn meerder dan het hart. Zij zijn ook milder dan het hart. Zij halen ons ook op tijd bij ons zelf en bij onze ongezonde zelfaandacht vandaan. Zij stellen ons in de ruime wereld van het komende koninkrijk, waar de liefde regeert. Ze maken ons blij met de zekere toekomst van Jezus Christus en genezen zo het geweten. Ze nemen het niet weg, ze genezen het.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief