Een nieuwe lente
1975-05-23
Na een lange, veel te zachte, winter is het voorjaar aangebroken. Had u er ook weet van? Springt ook uw hart op van vreugde, om het reis dichterlijk te zeggen? Houdt u ook van een korte maar hevige winter? Toch liever dan dat kwakkelen tussen vriezen en dooien, nietwaar? Een strenge winter, met forse temperatuurdalingen, betekent veel minder ongedierte, zegt de boer; Een kwakkelwinter, als die we nu te boven zijn, geeft direct zijn neerslag op de komende oogst.- Jaargang 19
- nummer 21
Tussen haakjes: u weet, wat kwakkelen eigenlijk is? Eigenlijk waggelen.
Ook sukkelen, vaak licht ziek zijn. Dus ook veel naar de dokter lopen.
Of de dokter vaak zien komen. Een kwakkelwinter is dan ook een niet doorzettende winter, waarin het kan vriezen, kan dooien. Het Noorse kvakla betekent eigenlijk knoeien.
Maar voorlopig hebben we de voordelen van die kwakkelwinter: er zijn zoveel insecten en ander ongedierte, dat de vogelstand in weelde baadt.
Er zijn wel twee maal zoveel zangvogels in onze tuin als anders. Want is het voedsel schaars, dan verdedigen merels hun broedgebied bij het leven af. Maar nu zitten er twee merels in de rhodo's en een paar zanglijsters zaten in een jonge spar naast de garage. De laatste zijn verjaagd - door de gaaien natuurlijk, Die schurken hadden het broedende wijfje ontdekt, vanuit een hoge boom, vanwaar ze altijd de omgeving afspieden.
En nauwelijks ging het bruine wijfje fourageren, of de gaaien haalden haar vijf eieren even weg.
De nestkastjes zijn dit jaar tot vijf uitgebreid en worden alle bewoond.
Een paar ringmussen (gewone mussen zie je hier nooit), een paar koolmezen en een zwarte mees. Een paar spreeuwen hebben zich gemeld (die zie je hier ook zelden) maar keurden alle nestkastjes af. Gelukkig maar, want het zijn opvreters, zegt de vereniging tot bescherming van vogels.
Die het weten kan.
Dan zit er een pimpelmees in tweevoud te broeden. Dát zijn grappige vogeltjes! Een licht kopje, met aan weerszijden een zwarte streep van de snavel over het oog naar de nek. Net een masker. Een van de pimpelmezen komt nu en dan aan het raam kloppen. Zeker een uitnodiging om samen te pimpelen, meent HKH. De staartmees is er ook, in volle lengte en elegantie. Ja, we zien vaak vijf soorten mezen. En twee soorten kwikstaarten, drie soorten spechten broeden en lachen in de naaste omgeving.
In een taxis van nog geen el hoog zit een roodborstje te broeden. Het vliegt pas op, als je er lang bij staat te kijken. Dan komen zes blauwgroene eitjes te zien. Stoor haar verder maar niet.
Een heggemus is tegen een van de ramen gevlogen; bleef dood liggen.
Dat is erg jammer en nauwelijks te voorkomen. De vorige maand vloog een heggemus tegen het raam, maar herstelde zich en kwam in een half uur weer op de wieken. En waarom die naam heggemus eigenlijk? Weet u het? De heggemus wil graag in heggen zitten en lijkt op een mus. Maar aan zijn fijne snaveltje zie je op een afstand, dat hij een insecteneter is; in tegenstelling rot zijn huiselijke naamgenoot, die met een korte dikke snavel zaden kan breken.
Dan zit er altijd wel een tjiftjaf of een fitis in de struiken. Ze zijn voor ons amateurs bijna niet te onderscheiden, maar aan een eierdop was te zien, dat de fitis een tjiftjaf was. De tuinfluiter laat zich meer horen dan zien: in een eindeloze volzin, met allerlei komma's, bijzinnen en accenten, prevelt hij zijn parlando uit in een boomtop - tot hij ademloos zwijgt.
Zo zit er meer kleingoed. We wonen in een zangvogeltrek, hetgeen een erg bevoorrecht plaatsje op onze volgebouwde vaderlandse bodem betekent; daarom kennen we de sijs en de kneu, de vinkensoorten zo goed als de winterkoning, de gekraagde roodstaart en nog wat. Voor twee jaar nestelden hier een paar goudhaantjes; bij ongeluk waaide het nestje met een ongelooflijk klein eitje er in op de grond. Zo'n vogeltje weegt maar 2 gram.
Enkele malen hebben vrienden, échte vogelkenners, in de vakantie op ons huis gepast. Ze lieten telkens een gecalligrafeerde lijst met 30 tot 40 waargenomen vogelsoorten achter.
De duiven willen het weten, dat ze er zijn. Vooral de houtduif laat zijn mysterieuze klanken graag horen in het hoge bos achter onze tuin. De tortel is er ook, alsmede de Turkse tortel. Ze komen 's morgens aan de vijverrand baden en drinken. Zeer tot ongenoegen van de goudvissen, die daar eigenlijk voor hun rust wonen.
Deze week kwamen de berken in het blad. Teer, doorschijnend, smaragdgroen.
De lariks was al een week eerder op kleur; die heeft een eigen groen, het lariksgroen. De bruine beuk stond dagen te aarzelen, of hij zou uitkomen of niet; de knoppen zwollen dagelijks een beetje. Op een zoele avond wisten wij, dat de beuk morgen in oranjebruin zou zijn uitgekomen. En ja hoor. Een week later stond hij volop in bloei; zo iets zie je maar twee dagen in het jaar, geloof ik.
Verschillende rhododendrons staan al in bloem, ook een laurierachtige struik voor mijn raam staat met een wit bruidsboeket tegen me te wuiven, terwijl ik schrijf; Er staan een paar heideboompjes bij het gazon, waarvan één kostelijk staat te bloeien. Ze heten in het Frans bruyère en dat is een gek verhaal.
Volgens het woordenboek is bruyère niet anders dan heide of heidekruid.
Maar u kent de Franse bruyèrepijpen wel? Die worden gemaakt in een piepklein dorpje in Zuid-Frankrijk, dat helemaal leeft van de pijpenindustrie, handwerk natuurlijk. Blijkt me daar dat het heideboompje een knol kan vormen van erg hard hout; waaruit pijpen worden gedraaid.
Wist u het? Men maakt de meest uiteenlopende koppen, vaak met herkenbare gezichten, van zeer betaalbaar tot zeer onbetaalbaar. Tot zo ver het heideboompje.
De gekweekte heide bloeit eigenlijk van januari af het hele jaar door.
Altijd zijn er wel witte of paarse of rose partijen heide. Want het is zo fijn, als de tuin ook in de winter het aanzien waard is. Daarom beperken we ons niet tot bloemen, maar zoeken ook een kleurige heester, een ribes bijvoorbeeld, en een paar groen blijvende struiken als cotoneaster en laurier, mini-naaldboompjes, taxis en ander kleurig kleingoed.
Dat is niet kostbaarder dan wanneer u in eenmaal uw tuin volbouwt, Het is juist zo aardig, om zelf wat stekjes te kweken en zo de boel uit te stoelen, Van een heidepol kunt u na enige tijd wel vier stuks maken.
En zo is de opbouw van uw tuin een stukje amateur-architectuur. U kunt, door reliefwerking, door contrasten in vorm, kleur en grootte, door te zorgen voor continuïteit, door gebruikmaking van hoogteverschillen, een boeiend avontuur van uw tuin maken. Er zijn leuke handboeken voor, U kunt met niet te veel kennis beginnen; de kennis komt vanzelf wel als u er aardigheid in hebt. Ieder wil graag een eigen leuk tuintje hebben, waar hij zijn vrije tijd, zijn natuurliefde, zijn creativiteit aan kwijt kan. Ieder bouwt zo zijn eigen paradijsje; weet u dat ook een miniparadijs al schoon kan zijn?
Een vijvertje - al is het maar een vierkante meter - met wat waterplanten, kroos en goudvisjes. Daar omheen doorn- en bessendragende heesters. U kunt er zeker van zijn, dat u 's morgens alle vogels uit de buurt op bezoek krijgt. Ze wassen zich, drinken uit de vijver. Ze azen op bessen. De doorns schrikken roofvogels af; ze voelen zich beschermd bij u. Kunt u voor de vijver een bescheiden gazonnetje aanleggen, dan wel een rand, een boarder zogezegd, aanleggen, vol planten en bloemen, Bij een grotere tuin niet alles ineens inrichten natuurlijk.
Beter is elk half jaar een plan voor de toekomst te maken. En uitvoeren ook. Een schrift met schetsen en aantekeningen aanleggen. Wat u vandaag ziet als fout, legt u vast en verbetert het dit najaar. Het is voor veel planten goed, zo eens te worden verzet. Nieuwe opstellingen geven een nieuw gezicht. En als u dat lang genoeg volhoudt is uw tuin steeds meer een feest.
Over volhouden gesproken. Kent u het verhaal van die rijke snoodaard, die een duur huis bouwde naast een Engels kasteeltje? Hij kon zijn gazons niet half zo mooi krijgen als zijn adellijke buurman. Daarom vroeg hij tenslotte: hoe krijgt u die gazons toch zo fluwelig? Gebruikt u bizonder gras? Geeft u bepaalde kunstmest? Rólt u het zo vaak, dat uw: gazons zo mooi zijn? - De buurman antwoordde: eenmaal per week het gras van Noord naar Zuid maaien en eenmaal van Oost naar West. De volgende week eenmaal van Zuid naar Noord maaien en eenmaal van West naar Oost. - De rijkaard deed het. Na drie maanden sprak hij zijn baron aan en klaagde: het haalt nog niets uit, dat recept van u volhouden, sprak de baron, volhouden. - Hoe lang? – Zo’n anderhalve eeuw op zijn minst, was het adellijke antwoord.
Maar uw tuintje kan binnen enkele jaren al een genoegen worden; en uitgroeien tot een feest. Over geuren gesproken: kent u de kamperfoelie, bijgenaamd geiteblad? Komt niet van Kampen, zoals de Kamper Ui, maar van Capri Folium. Nu weet u, wat geit in het latijn is. En herkent u de kamperfoelie aan de geur? Nu, dan de verschillende soorten azalea mollis! Ze bloeien nauwelijks een week, maar dan duizelt u ook van de bedwelmende parfums.
Zo. Tijdens het schrijven is de zon weggetrokken en is het gaan regenen.
Want het weer is ongestadig, kwakkelig. Maar ook bij regen is de tuin prachtig. De kleuren zijn wat getemperd, de contouren nevelig. Maar als u nu uw regenjas aantrekt en een kleine wandeling maakt! Alles geurt ineens zo fijn, zo apart, zo voorjaarsachtig, zo lentelijk.
De aarde, die in het najaar scheen te sterven en daarna een doodsslaap leek te houden, is tot nieuw leven gekomen. De cyclus der getijden is heropend. Kunt u zich voorstellen, dat de mensheid vroeger op de gedachte van wedergeboorte, ja van reïncarnatie kwam?
David zong:
Gij bezoekt het land en verleent het overvloed,
Gij maakt het zeer rijk.
Gij kroont het jaar van uw goedheid,
Uw sporen druipen van vet.
De dreven, de heuvelen, de landouwen, de dalen,
zij jubelen elkander toe,
ook zingen zij.