Open brief
1975-05-23
Beste Henk, - Jaargang 19
- nummer 21
In de vorige brief schreef ik over "het omgaan met God". Reeds werd Henoch genoemd en ik wil toch ook Abraham noemen als God zegt dat Hij iets niet wil verbergen voor Abraham. Mozes discussieert met Goden ook Elda op de Horeb. Wat een wondere geschiedenissen zijn dat. We voelen ons dat dan wel ver vanaf staan. Ik ga proberen dat wat dichterbij te brengen.
Je moet eens proberen om in een kring van geestverwanten op te merken "Je moet God liefhebben met geheel je hart". Meestal wordt dit zonder meer met Instemming beaamd. Maar nu moet je ook eens zeggen "Je moet God Liefhebben met geheel je verstand".
Dan zal je meestal die toevoeging horen ", ja maar ook met je hart".
Vreemd is dat. Natuurlijk is het de complete mens die bedoeld wordt in dat grote gebod maar waarbij die combinatie liefhebben; hart, beter overkomt dan liefhebben-verstand.
Misschien dat dit laatste te rationeel aandoet, het klinkt koud, analyserend, zakelijk, wiskundig en inderdaad, vele boeken komen erg beredeneerd over, zelfs zo dat ze voor mij onbegrijpelijk zijnen dat ik ze maar dicht doe en ze niet verder kan lezen.
Dat heeft me dikwijls veel verdriet gedaan want de schrijvers zijn toch echt gelovige mensen, broeders, en toch werd ik er niet wijzer van.
Het was voor mij een oplossing toen ik wat sterker de nadruk ging leggen op "God liefhebben met geheel je verstand". Dan verandert er iets, dan zie je perspectieven, nl. hierin, dat je over de dingen gaat denken, dat je er over gaat denken. Dat deed Maria ook "Doch Maria bewaarde al deze woorden die overwegende in haar hart".
Bijzonder moeilijk heb ik het gehad met art. 1 van de Nederl. Geloofsbelijdenis.
"Wij geloven allen met het hart en belijden met dien mond, dat er een enig en eenvoudig geestelijk Wezen, het welk wij God noemen: enz." Dit klonk voor mij als een vloek, Dit is God niet. Zo is God niet. Dan sta je op een tweesprong, nl. Gooi weg dat artikel of leren dat die oude schrijvers ook Gods kinderen zijn en proberen te begrijpen waarom ze het zo gezegd hebben.
Voor mij zat de moeilijkheid vooral in dat woord, “onveranderlijk", niet van zijn plaatskomend.
Rondloerend in deze wereld en als maar concluderend.
Ja, dat wist ik wel. Het stond al in mijn boeken geschreven.
Dit beeld vinden we ook terug in sommige oude kathedralen waar hoog bovenin een monsterlijk groot oog is geschilderd, het alziend oog, loerend vanuit een oneindige hoogte tot binnenin je diepste gedachten.
Voor mij was toen de oplossing dat ik God leerde kennen als de God die onveranderlijk is “in Zijn trouw".
Daarmede veranderde er enorm veel. Dat stenen beeld was weg en ik zag God die bezig is om zijn onveranderlijke trouw waar te maken samen en ondanks zijn onbetrouwbare kinderen. Dat is een moeilijke zaak voor God, want met die kinderen is eigenlijk niets te beginnen. Ze lopen God alleen maar voor de voeten.
En nu moeten we onze hersens gaan gebruiken om God niet voor de voeten te lopen maar samen met Hem te lopen. Dan moeten we gaan denleen over "Hoe loopt God". Welke weg gaat Hij en nu kom ik tot de essentie, nl. "Hoe werkt God"?
Hoe kunnen we God liefhebben met ons verstand.
God wil immers verstandige volwassen kinderen terughebben.
Dikwijls is in dit verband door mij het voorbeeld gebruikt van Rembrand.
Als we Rembrand willen kennen moeten we naar zijn schilderijen gaan kijken. Maar we moeten dan niet de nachtwacht in reepjes scheuren en die reepjes stuk voor stuk gaan bekijken want dan zijn we de nachtwacht en Rembrand kwijt.
Gods werken bezien en overdenken, dat grote verlossingsplan.
Dat herstel van een gebroken verhouding.
Dat terugwinnen van verloren kinderen en dat overwinnen van Satan.
Om nu toch elke gedachte aaneen prestatie van onze kant af te wijzen mag ik hier nog een psalm laten volgen. Een psalm waarvan de berijming bijzonder mooi is, nl. Psalm 63 vers 3 nieuwe berijming.
Wanneer ik wakend in de nacht.
Mijn geest bij U, Heer,
laat vertoeven dan mag
ik weer uw goedheid proeven
uw hulp wordt nooit vergeefs verwacht.
Waar zich uw vleugels breed ontvouwden,
zing ik mij van mijn zorgen vrij
Mijn ziel, Heer, is U zeer nabij,
door Uw hand word ik vastgehouden.
Ja, Gods werken overdenken als je niet kan slapen en zingen als je zorgen hebt, dat is fijn.