Bekering op bevel

1975-06-06
  • Jaargang 19
  • nummer 23
En Petrus zei tot hen: bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden ...

Bekering op bevel, dat lijkt een vreemde geschiedenis. Zelfs al wordt sinds eeuwen in de belijdenis gesproken van een "bevel van bekering en geloof" (D.L. II. 5).
De ontdekkende prediking des Geestes gaat vruchten dragen.
Ettelijke kerkgangers doorbreken het tot nog toe krampachtig gesloten gehouden cordon van burgermans fatsoen en valse schaamte die in het leven zo vaak hand om hand staan, en laten openlijk hun ontreddering en wanhoop zien: wat moeten wij toch doen, mannen broeders? Dat vragen nu deftige Jeruzalemmers aan een visboer uit Galilea met zijn trawanten ... Of vragen ze het de Heilige Geest?
In elk geval krijgen ze een nuchter Geestelijk antwoord: bekeert u ...
Wat houdt dat in?
In de taal waarin God door Zijn bizondere zorg het boek Handelingen op Schrift heeft laten stellen: gij moet van inzicht veranderen, tot andere gedachten komen.
Deze mensen hebben immers altijd verkeerd gedacht over Jezus de Nazerener. Zij meenden dat Hij Handelingen 2 : 38a.
een nieuwlichter op het kerkelijk erf was, een kerkelijk min of meer obscuur persoon uit Nazareth afkomstig. Ze 'dachten 66k, dat Hij voorgoed dood was ... Maar dat hebben zij verkeerd gedacht.
En daarom heet 't: bekeert u! Dat brengt vanzelf verandering van leven mee: want wie Jezus ziet als eenvoudig de één of andere medemens, die laat zich zo maar niet door Hem gezeggen. Zo zijn wij mensen meestal niet, dat wij bereid zijn naar een ander te luisteren ... Wij weten het immers zelf toch veel beter? Maar indien Jezus de Messias is, gezeten aan Gods rechterhand en Here over alles en allen (vs. 36) dan komen zijn woorden ook in een ander daglicht te staan. We lezen dan ook van deze mensen dat zij volhardende waren in de leer der apostelen, na afloop (vs. 42).
Er is nu bereidheid tot luisteren.
Zulke bekeerden "zijn er nog niet" - de Geest heeft hun juist nóg veel te zeggen.
Wat is zulke ontdekkende prediking in wezen toch barmhartig!
En wat is de Heilige Geest toch barmhartig.
Als wij in de plaats van de discipelen gestaan hadden, en men had óns de vraag voorgelegd: wat moeten wij doen?
K e r k e l i j k L e v e n .
We zouden misschien met het grootste genoegen geantwoord hebben: te laat, broeders - jullie krijgen je verdiende loon. Eerst de Messias kruisigen - en dan berouw krijgen? Dat komt wel een beetje laat, vinden jullie niet?
Gelukkig maar, dat God de Heilige Geest hier het Woord nam en ons laat meeluisteren: bekeert u en laat u dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden! Wat gaat genade - Gods genade dan - toch ver: voor Jezus' moordenaars (en voor hen 't éérst: begin in Jeruzalem!) is de blijde boodschap van vergeving der zonden. Wat Jezus in hun midden leed en droeg: 't was ook voor hén geschied. Petrus gaat hier niet buiten zijn boekje, praat zijn mond niet voorbij en belooft niet te haastig. Want Hij neemt Gods boek, slaat Genesis op, en citeert: u komt de belofte toe en uw kinderen! Daarom is er 6ók voor u en uw kinderen, voor u die hebt staan schreeuwen: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen", vergeving door het bloed van Jezus Christus.
Dat heet om zo te zeggen, gadeloze, weergaloze ontferming, dat genade, rijk en vrij.
Een makkelijk evangelie, toen?
Dat weet ik zo net niet. Want met z'n drieduizenden in de rij te staan dienstbode en rabbi, rijk en arm alles door elkaar, en dat onder het spottend oog van innerlijk woedende predikantenschriftgeleerden en ouderlingenoudsten van Jeruzalems kerkeraad (Sanhedrin) dat lijkt me toch 66k geen grapje. En er zal best moed voor nodig geweest zijn om in de volgende dagen mededeling te doen bij de kerkeraad, dat men zich heeft over laten schrijven naar de gemeente der Christus-belijders.
Maar ze deden het - want Gods genade had hen overwonnen. Zij zagen het als de enige uitweg. En dat was het ook.
Dit alles gold niet alleen die Joden.
Want Petrus had het ook over de andere volkeren. Die waren toen nog verre. Maar God ging ze er bij roepen, zoals Hij ons er bij geroepen heeft. Wij allen staan bloot aan de openhartige prediking des Geestes. Maar elk vertwijfeld "wat nu?" wordt nog steeds beantwoord met: bekeert u - en denk aan uw doop! Er moet iets gebeuren? Ja, natuurlijk wij moeten ons bekeren. In de kracht des Heiligen Geestes. Dan zult u eens zien hoevéél er nog gebeuren moet en kan; kan: want u komt de belofte toe en uw kinderen.

Eerder geplaatst in “Ons Kerkblad", orgaan ten dienste van de Gereformeerde Kerken in de prov. Utrecht, 22 juni 1957.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief