BESCHEIDENHEID

1975-06-06
  • Jaargang 19
  • nummer 23
Kom aan, laten we elkaar in alle bescheidenheid eens enig denkmateriaal aanreiken over het onderwerp bescheidenheid. Dit wordt geen stukje zedenleer en ook geen divertissement. Toch herinner ik u vooraf aan een oud verhaal. Over Sam en Moos.

Moos en Sam zaten in een restaurant. Voor een snelle zakenlunch. Ze hadden gemakshalve hetzelfde besteld: een biefstukje van de haas en wat daar verder volgt. De ober dekte de tafel, wenste hun smakelijk eten en reisde af. De snelle Sam zag met één blik, dat het ene biefstukje kleiner was dan het andere. Maar Moos was nog sneller: die had het eerst de schaal gegrepen en liet Sam kiezen. En Sam moest kiezen: niet alleen tussen een grotere en een kleinere biefstuk; maar ook kiezen of hij een bescheiden of een onbescheiden mens zou blijken te zijn. Sam koos. Hij vergat zijn goede naam; hij nam de beste biefstuk. En als toegift voegde Moos hem toe: heb je dát geleerd, Sam, om het beste voor jezelf te nemen? Sam antwoordde: wat zou jij dan gekozen hebben, Moos? - De kleinste, zei Moos effen. - Wees dan tevreden, concludeerde Sam, want je hebt wat je graag hebben wilde.

Daarmee zitten we midden in de materie. Want gaat het meestal niet zo?
U laat een ander voorgaan in de bus, in de trein. Die ander gaat u voor, in veelvoud, want iedere ander maakt gebruik van de gegeven voorrang.
Tot de bus vol is en zonder u wegrijdt. Zo gaat het in de winkel, op de veiling, bij een benoeming, met een gesprek, in een wachtkamer, in een vergadering. Twee mensen vragen tegelijk het woord. De een laat de ander het eerst spreken ... en wordt dan vergeten. De een laat.
de ander eerst kiezen en wordt daarna overgeslagen. De een laat de ander eerst binnengaan en wordt daarna voor de portier aangezien. Zo is het leven: hamer of aambeeld. U kunt het best maar hamer zijn. Maar dan bent u niét bescheiden!

Waar komt dat woord bescheiden eigenlijk vandaan? Het heeft iets met scheiden te maken, afzonderen, splijten. Ver in het verleden - toen de talen nog maar weinig woorden kenden - was het al in het latijn, in het grieks en zelfs in het chinees te vinden. En be-scheiden is dus het afgezonderde deel, dat aan iemand wordt uitgereikt. Wie bescheiden is heeft zijn portie en is daar tevreden mee.

Het mooist vindt u het woord bescheiden in de Spreuken, waar bijvoorbeeld van de goede huisvrouw gezegd wordt: dat ze haar dienaressen het bescheiden deel aanreikt. En Agur bad: geef me geen rijkdom of armoede; geef me liever het brood van mijn bescheiden deel. Een bescheiden deel is dus niet een magere portie - maar een toegemeten deel, waar een bescheiden mens tevreden mee kan zijn.

Naar ik meen was mijn vader een bescheiden mens. Ik hoop, dat dit niet onbescheiden gezegd is. En daarom een voorbeeld uit mijn herinnering.
Ik zie hem nog uit ons huis vertrekken, samen met een pas-beroepen jonge collega, die aan de kerkeraad zou worden voorgesteld. Vader wilde zijn gast aan zijn rechterhand laten lopen; maar de jonge gast wilde zijn ,oudere collega bepaald deze eer geven. Vader was hardnekkig als het om de minste plaats ging. Zijn collega was welgemanierd en dus even zeker van zijn keus. Die twee hebben een tijd lang elkaar schaterend aan de jas getrokken en elkaar hun plaats gewezen. Vermoedelijk heeft een van de twee (de verstandigste? of de bescheidenste?) het hoofd gebogen en de ereplaats aanvaard. Maar zo'n kleine scène vergeet je je leven niet; dat is meer opvoeding dan tien verdorven zedepreekjes. Zo iets was tussen Sam en Moos ondenkbaar geweest - ja, het stoeien wel, maar de inzet niet.

Want meestal gaat het stoeien met geheel andere oogmerken. In onze maatschappij, onze ellenbogenmaatschappij mogen we voor eenmaal wel eens zeggen, gaat het allerminst om bescheidenheid te doen blijken. Het gaat algemeen om de beste plaatsen. Elk vecht voor zichzelf en moge God ."oor ons allen strijden, is de leus. Ieder gebruikt zijn medemens, om zich boven hem te verheffen. Over de rug van de bescheiden man kan de brutale omhoog komen.

Dat doet denken aan een palingrokerij. Hebt u dat wel eens gezien? De levende palingen worden in een sterk zoutbad gezet. Onderin is de zoutconcentratie het sterkst, bovenin het zwakst. Dus proberen de sterke palingen boven in de bak te komen - op de beste plaatsjes. Maar nauwelijks daar aangekomen worden ze verdrongen door anderen, die zich tegen hen afzetten om hoger op te komen. Zo ontstaat een eindeloze cirkelgang, het potlood van Escher waardig. Ieder heeft zijn medeschepselen nodig om zijn onbescheidenheid uit te vieren. En hier ziet u meteen, dat onbescheidenheid in wezen ontevredenheid betekent: geen vrede hebben met de plaats, die toegescheiden is.

Er is een mooi liedeke, dat in de tijd van de romantiek op de lagere scholen gezongen werd. Vandaag hebben we de jaren van de nostalgie; dat is modern Nederlands en het betekent precies hetzelfde; en dus kan het oude vers in deze jaargang nog wel voor eenmaal een bescheiden plaatsje krijgen:

In 't groene dal, in 't stille dal,
waar kleine bloempjes bloeien,
daar ruist een blanke waterval
en druppels spatten overal,
om ieder bloempje te besproeien, ook 't kleinste.

En boven op der heuvelen spits,
waar forse bomen groeien,
daar zweept de stormvlaag fel en bits,
daar treft de rosse bliksemflits
en splijt, bij 't daverend onweersloeien, de grootste!

Omhoog, omlaag, op berg, in dal
ben ik in de hand des Heeren.
Toch kies ik als ik kiezen zal
mijn stille plek, mijn waterval.
Toch blijf ik steeds, naar mijn begeren, de kleinste.

Alstublieft, als dát geen romantisch gedicht heet. De dichter is onbekend: ene Jos Beltjens. Maar de wijs is van niemand minder dan van dr J. P. Heije, een man naar wie straten genoemd zijn. En, verpakt in deze plezierige romantische emballage, zit er een leuk lesje van bescheidenheid in. Tast toe. Het is er voor.

Een oud spreekwoord, in het plat-Duits, zegt: Bescheidenheit ist eine Zier' - doch weiter kommt man ohne ihr. Bescheidenheid is een sieraad, maar zonder dat kom je verder. In onze taal bestaat het spreekwoord: 'de brutalen hebben de halve wereld'. Als veel spreekwoorden is ook dit tot een dubbelvorm uitgegroeid. Het vervolg heet: 'en de andere helft nemen ze er wel bij'. Maar dat is al te bescheiden gedacht. Brutale mensen vormen zelf de tweede helft: "gelukkig, dat de andere helft voor de bescheiden mensen overblijft'. Waarmee echter het oorspronkelijke spreekwoord vernietigd is: een staaltje van bluf en brutaal gezegd. Maar dan is het nog waar ook! In de zaligsprekingen blijkt, dat de zachtmoedigen de nieuwe aarde zullen beërven. Dat is meer dan de halve wereld.
De héle wereld is straks voor bescheiden mensen; voor mensen, die vrede hebben met het hun toegescheiden deel, een stukje genadebrood.

Intussen. Laat het hiervoor opgediste materiaal u nu ook weer niet in de war maken. Al is het goed, de naaste uitnemender te achten dan u zelf; al is het goed, bescheiden te zijn, tevreden met het u toegedachte deel; het is niet waar dat u de ander meer moet geven dan ... hem toekomt. Niet meer geven dan het hem bescheiden deel.

Want we moeten onze naaste liefhebben als onszelf. Niet meer dan onszelf.
En - ook zonder tot eigenliefde te vervallen; ja, juist zonder in eigenliefde te vallen - we mogen onszelf ook een beetje liefhebben. We mogen onszelf beschermen; tegen gevaren, tegen uitbuiting. We hoeven ons eigen vlees niet te haten. Deden we dat wel, dan waren we trouwens onmogelijk voor onze medemensen.

En tenslotte. Laten we maar tevreden zijn met een nederig plaatsje. Het is prettiger wanneer men zegt: 'niet zo bescheiden, vriend, kom hoger aan tafel zitten'; dan dat men anderen naar voren trekt en u daarmee naar het benedeneind schuift.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief