Op werkvakantie uit naastenliefde
2005-03-25
EINDHOVEN/VOORTHUIZEN-BARNEBVELD - Handen uit de mouwen en concreet wat voor een ander betekenen. Vanuit die gedachte zijn jongeren in diverse Nederlands Gereformeerde Kerken bezig met de praktische invulling van hun geloof. Een diaconale werkvakantie, het is beslist wat anders dan twee weken brandende zon op het strand in Spanje. Maar over één ding zijn alle deelnemers het eens: wie eenmaal een werkvakantie ‘geboekt’ heeft, wil het jaar daarop beslist weer… Over praktische naastenliefde anno 2005 en hoe je eraan verslaafd kunt raken.- Jaargang 49
- nummer 6
Beregszasz, het Hongaarse deel van de Oekraïne, het grootste land van Europa. In een armoedige wijk met troosteloze rijen flats krijgt een christelijke sportleraar een gebouw aangeboden van de regering. De man heeft er grootse plannen mee en wil er een fitnesscentrum van maken om zo jongeren van de straat, alcohol en drugs te houden en ze te vertellen over Gods liefde. Hij komt in contact met Stichting Livingstone uit Amersfoort, een stichting die werkvakanties en uitwisselingsprojecten organiseert. En die besluit er een project van te maken, waar de jongeren van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Eindhoven op intekenen.
Goede voorbereiding
Met Livingstone deden de jongeren – leeftijd vanaf 17 jaar al eerder goede ervaringen op, zo vertelt gemeentelid Karen de Jong uit Geldrop, die betrokken is bij de acties om geld voor het project in te zamelen. ‘Ze bereiden een project goed voor. Twee jaar geleden zijn we naar Roemenië geweest. Komende zomer gaan zo’n 24 jongeren, inclusief leiding, voor ruim veertien dagen naar de Oekraïne toe om het gebouw op te knappen.’ Het project vraagt in de praktijk veel meer inzet dan het opofferen van twee weken aan vrije tijd. ‘In totaal is er een bedrag van zo’n 18.000 euro mee gemoeid om de jongeren daar te krijgen en te zorgen dat er materialen zijn waarmee ze kunnen bouwen’, zegt De Jong. ‘Elke deelnemer betaalt 140 euro en de rest van het geld wordt ingezameld via sponsoracties die het hele jaar door worden gehouden.’ Te denken valt dan aan de verkoop van oliebollen aan gemeenteleden, het verrichten van houtkapwerkzaamheden, autowas-acties en een wijnproefavond. ‘Met een actie hebben we 900 euro opgehaald, dat was toen de baard van één van de predikanten eraf ging. Ook hebben we doorlopende acties als de bakservice’, vertelt De Jong. ‘Mensen kunnen dan allerlei soorten gebak bestellen dat door drie meiden wordt gebakken.’ Verder konden gemeenteleden dineren in ‘het restaurant’, een project waarbij een zaal in de kerk tot een waar restaurant wordt omgetoverd en men voor een betaalbaar bedrag kan eten. ‘Dat is voor minder geld dan in een restaurant, maar wel genoeg dat wij er wat aan over houden.’
Roemenië
Toen twee jaar geleden de groep naar Roemenië ging, reageerde de gemeente heel enthousiast, weet De Jong zich te herinneren. ‘Nu, bij de actie voor de Oekraïne, waren er ook heel kritische geluiden.
‘Is zo’n project wel zoveel geld waard?’, zo vroeg men zich af. ‘Kun je niet beter vijfduizend euro sturen?’ Nou, dat moet je dus niet doen, dat werkt niet in zulke landen.’ De Jong wijst nadrukkelijk op de meerwaarde die het project heeft voor de jongeren zelf. ‘De betrokkenheid wordt enorm vergroot. Dat is onbetaalbaar. Je leert waarderen in welke vrijheid wij leven, de jeugd wordt meer tevreden! Ik kan dit elke gemeente aanbevelen. Het enthousiasme spettert er vanaf. Voor de bloei van je jeugdwerk is dit geweldig. Je moet het zien als mosterdzaadjes die je in de grond stopt. Na twee jaar zijn er de mooiste
bomen en struiken uit voortgekomen. Het is echt een genot om zo’n groep jongeren te ontmoeten.’
Marchien
Eén van de deelnemers van de komende trip is dochter Marchien. De 19-jarige ging twee jaar geleden mee naar Roemenië en staat alweer te trappelen voor de reis naar de Oekraïne, dit keer als leidster.
‘Het idee om zoiets te organiseren, komt van mijn vader. Hij besprak het een keer tijdens de catechisatie.
Hij wilde graag iets met de jeugd doen en legde hen dit voor. En zoiets werkt voor jongeren onderling aanstekelijk.
Gewoon gáán dus! We hebben in Roemenië een buurthuis opgebouwd en een hek om het terrein geplaatst.
Ook hebben we kinderwerk gedaan. Het is belangrijk om de ander te dienen door zelf iets op te geven, in dit geval je vrije tijd. Je geeft maar twee weken van je leven en als je dan ziet hoe blij kinderen zijn met een simpele bellenblaas, daar doe je het voor!’
Bolivia
Behoorlijk vermoeid, maar zeer voldaan keerde afgelopen zomer een groep jongeren van de Nederlands Gereformeerde Kerk Voorthuizen/ Barneveld terug van een project in Bolivia waar ze twee schoollokalen en een toiletgebouw bouwden. Het was de vijfde keer dat een groep gemeenteleden een zomervakantie inruilde voor het betonen van naastenliefde in een ver land. In dit geval jongeren, maar er bestaat inmiddels ook een ‘seniorengroep’; het enthousiasme werkte aanstekelijk.
De jongeren werkten tot op heden altijd onder auspiciën van de christelijke hulpverleningsorganisatie World Servants uit Wolvega. Ze wilden wat geven, maar ook zelf iets ontvangen, zo betoogden deelnemers, Evelien Verkade (26) uit Voorthuizen en Lieuwe Ramaker (20) uit Ede kort na hun terugkeer in een interview in het regionale dagblad Barneveldse Krant. ‘Het gaat uiteindelijk om de indruk die je bij elkaar achter laat. Je leert van elkaar.’ Verkade is een deelneemster van het eerste uur.
Hele ploeg
Zij ging afgelopen jaar mee als hoofdleidster van de groep, samen met haar echtgenoot Erik. ‘Elk jaar is het weer bijzonder. Het feit dat we elk jaar weer gaan, zegt al genoeg over hoe belangrijk wij dit vinden. We waren uiteindelijk met zeven stafleden en zesentwintig deelnemers, da's een hele ploeg.’ World Servants is een organisatie die met haar deelnemers graag flink de handen uit de mouwen steekt. 'Bouwen aan jezelf door te bouwen voor een ander' is een bekende slogan van de organisatie.
Over de hele wereld realiseert World Servants 's zomers in ontwikkelingslanden gebouwen als kerken, scholen en ziekenhuizen. De deelnemers moeten hun reis- en verblijfskosten én de kosten van het bouwen (materialen, inhuren van lokale bouwvakkers/deskundigen) grotendeels zelf ophoesten. En hoewel World Servants een deel voor haar rekening neemt, wachtte de groep het afgelopen najaar de taak om zo'n 42.000 euro in te zamelen. Daarbovenop moest elke deelnemer nog eens 575 euro op tafel leggen. Een flinke opgave, maar het lukte voor het zoveelste achtereenvolgende jaar door middel van allerlei sponsoracties, van soortgelijke strekking als in Eindhoven gebeurt.
Oudejaarsduik
Hoogtepunt is elk jaar de Oudejaarduik in een grote recreatieplas bij Voorthuizen. Dit levert doorgaans de helft van het benodigde bedrag op. Verkade: ‘Heel bijzonder dat we het tóch elk jaar ruimschoots halen. Een dominee in Jamaica zei, toen we het in een eerder project weleens hadden over het inzamelen van zoveel geld, tegen ons: maak je niet druk, want 'The Lord will provide' (God zal ervoor zorgen) en dat blijkt te kloppen! De 7000 euro die we nu over hadden, hebben we in het project gestoken. Dat kunnen ze gebruiken om nog een extra toiletgebouw te laten bouwen.’ Ramaker: ‘Alles bij elkaar is het best veel geld, maar je 'geeft' er als het ware een gebouw mee aan de lokale bevolking.’
Be flexible
Er werd niet alleen gebouwd, maar ook kinderwerk gedaan om hen te bereiken met het Evangelie. Vaste prik bij een project van World Servants. De groepsleden vertelden bijbelverhalen die vertaald werden door een van de drie tolken die voortdurend aanwezig waren. ‘De taalbarrière was nog weleens lastig’, vertelt Verkade. Ramaker: ‘Zeker als een van de tolken gaat interpreteren, dus eigenlijk niet letterlijk vertaalt. Als je niet met de kinderen praatte, maar juist wat met ze deed, was het echter supergaaf.’ Het bouwproces verliep niet altijd even vlekkeloos.
‘We moesten een geul graven voor de fundering, die er eigenlijk al had moeten zijn’, vertelt Lieuwe. ‘En graven betekent daar dus met een pikhouweel hakken! We waren er de hele morgen zoet mee geweest, toen de lokale architect zei dat we vier meter verderop die geul hadden moeten graven. 'Be flexible', luidde toen ook ons motto. Want je moet zo'n 'order' goed uitvoeren en er niet tegen in gaan. Dat zou een belediging zijn.’ Het contrast tussen het welvarend Nederland en een straatarm land als Bolivia viel deelneemster Susanne Kool (18) pas goed op toen ze weer thuis in Garderen was. ‘Ik heb er veel aan gehad om de armoede van zo dichtbij te zien. Je gaat meer nadenken over hoe je je geld uitgeeft en je tijd besteedt. Door meer bezig te zijn voor een ander, krijg je meer voldoening dan wanneer je op jezelf gericht blijft.’ Verkade: ‘Ja, wij geven hen iets, maar zij ons dus ook.’ Ramaker: ‘Ik vond het heftig om te merken dat wij in Nederland zo materialistisch zijn. Wij kopen gerust een nieuwe televisie als de oude nog goed is. We werken hard, maar zijn eigenlijk slaven van de rijkdom. In Bolivia zijn ze met minder veel gelukkiger.’ Verkade is nu een aantal keren meegeweest. Wat beweegt haar om telkens weer oog in oog te willen staan met de mensen die het veel minder goed hebben dan Nederlanders? ‘Zo'n reis blijft indruk maken, het maakt niet uit of je het voor de eerste of de vijfde keer meemaakt. Ik ben dankbaar dat wij mogelijkheden hebben om dit te kunnen doen. Het is ook goed om tenminste één keer per jaar hieraan herinnerd te worden, je bent geneigd zo snel je eigen dingetjes weer op te pakken. Daar kun je echt iets doen.’ Komende zomer gaat er opnieuw een jongerengroep op reis. Het doel is dit keer Jamaica waar een basisschool zal worden gebouwd.
Meer informatie:
World Servants, www.worldservants.nl
Stichting Livingstone, www.lst.nl