ABORTUS PROVOCATUS

1975-06-13
  • Jaargang 19
  • nummer 24
Het besluit van de kerkeraad van de buitenverbands vrijgemaakte gereformeerde kerk van Amsterdam-Centrum om mee te doen met de door de binnenverbandse kerken uitgeschreven bededag op 25 mei jl. naar aanleiding van de abortusproblematiek, heeft in de pers de aandacht getrokken. Het leek me daarom goed, onze lezers te laten kennis nemen van de manier waarop aan dat besluit 'uitvoering is gegeven, Hieronder volgt hetgeen op genoemde zondag in prediking en gebed gesproken is.

Tekst: Spreuken 29 : 18

"Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk, maar heil hem, die de wet bewaart".

Broeders en zusters, gemeente van Christus,

Zoals u weet hebben we besloten om in deze dienst aandacht te schenken aan de problematiek rondom de abortus provocatus, waarover in ons land een nieuwe wet in voorbereiding is. De zorg van zeer veel christenen is, dat deze nieuwe wet te weinig krachtig zal opkomen voor de bescherming van het ongeboren leven in de moederschoot.
Zoals bekend uit zich deze zorg op verschillende manieren. Onder andere ook in handtekeningenacties waarmee men de wetgevende macht denkt te beïnvloeden. Ook onder ons bestaat wel de neiging om voor dit doel handtekeningen bijeen te zamelen, door middel van lijsten, die bij de uitgang ter ondertekening liggen.
U weet, wij houden hier niet van. Het middel is te direct politiek om er de eredienst in te betrekken. Wel hebben we gezocht naar iets anders, een alternatief, want we willen niet door nee te zeggen tegen lijsten de schijn wekken dat we zonder belangstelling voor het onderwerp zouden zijn.
Iets anders dus, een alternatief dat meer kerkelijk is. De apostel houdt ons voor, (1 Tim. 2 : 2) dat wij voor onze overheden zullen bidden. Dat we dat in de publieke samenkomst der gemeente zullen doen. En daarom hebben we ons voor ditmaal aangesloten bij onze binnenverbandse zusterkerken, die de zondag van heden hadden bestemd als bededag rondom deze nood. En de prediking zou op dit gebed voorbereiden.
Daarbij is in de kerke raad overwogen dat het wenselijk zou zijn, wanneer de verantwoordelijke gezagsdrager, de minister Van Agt, kennis zou krijgen van wat hier gezegd wordt. Niet om hem te beleren, maar om hem te laten merken, hoe, op welke wijze, zijn arbeid door het publieke gebed in onze kerkdienst gedragen wordt. Het zal hem, dachten wij, goed doen te weten, dat hij in zijn wetgevende arbeid ter zake wordt opgedragen aan de leiding van Gods Geest.

Nu tot de zaak zelve komend, acht ik het niet onnodig te zeggen dat men van mij geen juridische deskundigheid moet verwachten. Het is niet de bedoeling te treden in de details van de wetgeving. Als er dus in de tekst uit het boek der Spreuken een zaligspreking staat voor degene die de wet bewaart, wil ik dat niet zo verstaan hebben, dat de bestaande wet ter zake onveranderd zou moeten blijven en onverkort zou moeten worden gehandhaafd. "Heil hem die de wet bewaart!" Voorzichtig, want de Spreukendichter heeft 't over de wet Gods. De wet Gods en de wetten van de staat hangen wel samen, maar vallen niet samen.
Het is niet juist, geloof ik, wanneer we hier in, de beslotenheid van een christelijk samenzijn met grote kracht naar voren brengen, dat de bestaande wet gehandhaafd moet worden. Dat zal in deze gemeenschap wel niemand tegenspreken. Maar de overheid heeft te maken met een volk, dat het in zeer grote delen hiermee volstrekt oneens is en bezig is op grote schaal de bestaande wet ter zake te ontduiken, waardoor zeer ongewenste praktijken ontstaan. We laten de overheidspersonen in de kou staan, wanneer we deze toestand niet in onze overwegingen betrekken en niets anders doen dan hard en aanhoudend slaan op het aambeeld van 'law and order'. "Heil hem die de wet bewaart", we moeten begrijpen dat dit woord niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats de kant van de overheid uitkijkt.
En dan een laatste opmerking vooraf. Ik heb bewust naar een Schriftwoord gezocht, dat het punt. van de abortus provocatus wat uit z'n isolement haalt. En ons in staat stelt, naar aanleiding ervan, iets meer algemeens te zeggen, zodat we niet in dit speciale blijven hangen. Want het is mogelijk, dat wij de kwestie van de abortus als een afleiding beschouwen.
Het is niet denkbeeldig, dat we, zonder persoonlijk met deze problematiek te maken te hebben (ik denk hier aan de mensen die over de leeftijd van het kinderen krijgen heen zijn), juist daarom zeer principieel cm toch vrijblijvend, hard uithalen, en ons ongenoegen over de tijd waarin we leven, luchten. Het is wel goed, ook als we bezorgd, christelijk bezorgd zijn, te bedenken dat ons hart arglistig is, zoals de profeet zegt.
(Jer. 17 : 9). Het kan, ook in z'n bezorgdheid, een geheel verkeerde kant uitgaan.

Iets algemeens dus vanuit dit gekozen bijbelwoord, Dat is niet zo moeilijk, omdat 't in dit tekstwoord gewoon over iets algemeens gaat, namelijk over de verwildering van het volksleven, de verruwing van het algemene gedragspatroon', mogen we zeggen. Waarvan als oorzaak wordt aangewezen het gebrek, de afwezigheid van de openbaring. We kunnen omschrijven: wanneer in het volksleven de bijbel een gesloten boek wordt en de kerk (waar de bijbel uitgelegd wordt) een gesloten huis, dan gaat 't met dat volksleven de kant op van een verwilderde tuin. Het mes van de correctie wordt nergens meer ingezet, men doet alsof men alles wel op z'n beloop kan laten. Teugel en tucht zijn contrabande geworden, zelfbedwang en ingetogenheid zijn op de vlucht geslagen.
De zin (ik heb hier zin in en ik heb daar geen zin in) vormt het enige gezag waaraan gehoorzaamd moet worden.
Zeker, dat komt uit in de lichtvaardige willekeur waarmee over het nog niet geboren leven wordt beschikt. Maar het is kortzichtige beperking daarop alleen te letten. Het komt ook uit in de onverantwoordelijke slordigheid waarmee menselijk leven wordt verwekt. Terwijl dat toch niet meer hoeft, vandaag.
Ik bedoel, men zou zich nog een samenleving voor kunnen stellen, waarin bij het leven geaborteerd wordt, totdat eindelijk de anti-conceptiepil is uitgevonden, die in dit opzicht soelaas biedt. Het eigenaardige is evenwel, dat de abortus-rage is opgekomen, nadat de anti-conceptiepil is uitgevonden en ingeburgerd. Wijst dat niet op een laag peil van de menselijke verantwoordelijkheid?
We mogen blij zijn met de pil. In onze hypernerveuze en harde tijd zoeken man en vrouw meer tederheid bij elkaar dan vroeger en het is goed dat dat kan gebeuren zonder dat steeds, vooral door de vrouw, aan de gevolgen gedacht behoeft te worden. Maar dat wil nu niet zeggen, dat op dit gebied zelfzucht en verantwoordelijkheidsbesef overbodig geworden zijn. Dat leidt inderdaad tot verwildering. De zin en de zinnelijkheid krijgen het dan voor het zeggen. En het is verder ook wat zielig als de levensenergie zich slechts zoekt te ontplooien binnen de lengte en breedte van een bed.
Als het die kant op gaat, wordt het tijd dat christenen elkaar herinneren aan de andere pool van de huwelijksintimiteit. namelijk het samen bidden ("opdat uw gebeden niet verhinderd worden", 1 Petr. 3 : 7). Het gebed zet de grenzen van de belangstelling wijd uit en plaatst ons op het brede terrein van Gods Koninkrijk ("Uw Koninkrijk kome"), Sexualiteit heeft dit tegenwicht nodig, wil ze niet ontaarden in een afstompende consumptiedrift.
Is er dit tegenwicht, dan mag van daaruit ook verwacht worden, dat de ongewenste zwangerschappen afnemen. Het is een kwestie van verantwoordelijkheid en van een christelijk in cultuur brengen van de voortplantingsmogelijkheid.
Zo hangt het een met het ander samen. De verruwing en verwildering is niet tot één gebied te isoleren. Ze manifesteert zich overal.
Als een bepaalde zijde vandaag zich zo afkeurend laat horen rondom abortus, komt men van een andere kant nogal eens naar voren met de hoge cijfers van oorlogsslachtoffers, waar de christelijke kerk de geschiedenis door veel te gemakkelijk in berust heeft.
Inderdaad kunnen we ons deze cijfers niet zomaar van het lijf houden door te zeggen dat dat iets heel anders is. Evenmin als dat andere hoge cijfer van het aantal slachtoffers van het moderne verkeer. De verruwing manifesteert zich inderdaad op allerlei gebied en het is willekeurig ons daarbij tot één onderwerp te beperken.
De bijbel is dicht gegaan in onze samenleving en het leven dat van God is, heeft men in eigen' beheer genomen. Nu regeert de eigenbaat erover.
Ruwen lomp wordt opzij geschoven wat aan de zelfzucht in de weg staat. Het respect is verdwenen.
Ik vergelijk het leven wel eens met de dure tekst van en duur boek. Die tekst staat op een royale pagina afgedrukt, met een brede marge rondom.
Die brede kantlijn is er een uiting van, hoe men de tekst, de gedrukte woorden, respecteert. Op zichzelf heeft die lege ruimte om de woorden heen geen betekenis, maar in de samenhang van het geheel zeer zeker wel. Als men het boek vaak hanteert, raakt wel de kantlijn beduimeld, maar de tekst blijft ongerept.
Zo zit er om het leven ook een kantlijn. De tijd vóór de geboorte aan het begin en, aan het eind soms, de periode van het alleen maar door apparaten in stand gehouden leven. Abortus en euthanasie knippen nu de kantlijn van het leven af. We moeten dat niet te gauw moord noemen, zoals hier en daar al te kreterig gebeurt, maar het komt gewoon de eerbied voor het leven niet ten goede. En dat is nu verruwing.
Een cultuur die luistert naar Gods Woord zal het leven met een brede marge eromheen als geschenk uit Gods hand ontvangen, d.w.z. het leven mèt de levensvormen waarvan wij de zin niet vermogen te zien. Die levensvormen zijn voor ons niet waardevrij. Ze ontvangen hun waarde vanuit het midden.
Al zullen wij van de andere kant niet vergeten, dat een kantlijn slechts een kantlijn is. Ook als die zou moeten worden wegge-knipt, beschadigen we de tekst zelf nog niet. Er zijn dan ook echt wel gevallen te bedenken, waarin de marge moet worden beschadigd om erger te voorkomen.
Maar dat zullen toch randgevallen blijven. Wie God als Schepper erkent, zal het leven eerbiedig, met marge en al, uit Zijn hand ontvangen en waar mogelijk beschermen. En dat temeer, als we geloven, dat God, behalve de Schepper, ook de Verlosser van ons leven is. "Gij zijt duur gekocht", zegt de apostel (1 Cor. 6 : 20). En hij bedoelt, dat niemand minder dan de Zoon van God Zijn leven voor ons gegeven heeft.
Deze betaalde losprijs ligt ten grondslag aan onze eerbied voor het leven.

Maar juist bij deze overwegingen beseffen wij, hoe betrekkelijk machteloos de burgerlijke wetgever staat tegenover de gesignaleerde levensverruwing.
Alleen geloof in het evangelie biedt een tegenwicht tegen deze ontwikkeling, maar de wetgever bedient het evangelie niet. Hij werkt met de wet en kan alleen, op z'n best, een uiterlijke gehoorzaamheid afdwingen. Hij bereikt de gewetens niet. Een wet, hoe goed ook, brengt geen andere mentaliteit, ze laat het hart onberoerd. De wet is, op zichzelf gesteld, zwak door het vlees, zegt de apostel (Rom. 8 : 3). Zo is ook de burgerlijke wetgever zwak door het vlees.
Nu zijn er vandaag christenen, die om deze reden de hele wetgeverij maar aan zichzelf over willen laten en daar geen christelijke verantwoordelijkheid meer voor willen dragen. In ons volksleven is de bijbel dicht gegaan.
Dus ook in het publieke leven, dus ook in het politieke leven. Wet zonder evangelie is geen kracht tot behoud. Als je daar al iets mee bereikt is het alleen maar een afgedwongen en dus uiterlijke gehoorzaamheid aan wat God wil. Dus, verdoe daar geen christelijke aandacht meer aan.
Richt je op andere dingen. Christelijke politiek is een onmogelijkheid geworden.
Toch is dat niet juist. Het is waar, dat wij het verlossende woord voor de ontkerstening niet van de wetgever kunnen verwachten. (Het is dus ook waar dat we al ons ongenoegen over de gang van zaken in de samenleving niet kunnen afwentelen op de overheid.) Maar de overheid kan door het uitvaardigen en toepassen van wetten het kwaad wel afremmen. Een afgedwongen gehoorzaamheid is niet helemaal niets. Wanneer bijvoorbeeld een dief door de wet verhinderd wordt om te stelen, betekent zijn gehoorzaamheid aan de wet voor hem zelf niet veel, omdat ze uiterlijk is, maar zijn omgeving is met deze uiterlijke gehoorzaamheid toch echt wel gebaat. Daarom vormen goede wetten, ook in 'n tijd van ontkerstening, een betrekkelijk goed, waarvoor het de moeite waard is je in te zetten. Daar zullen we dan ook voor bidden straks. Om een zodanige wetgeving, op dit punt en in andere zaken, die een rem zet op een ontwikkeling ten kwade.
Daarbij is het compromis niet te vermijden, het compromis, waarbij voor een kleiner kwaad gekozen wordt om een groter kwaad af te wenden. En zeker kan daarbij voor een christelijke bewindsman het moment aanbreken waarop hij om des gewetens wil zijn ambt zal terug geven, omdat hij voor de ontwikkeling, ook in wetgevende zin, geen verantwoordelijkheid meer kan dragen.
Maar niemand is erbij gebaat, dat hij dat voortijdig doet. Daarom heeft christelijke politiek vandaag wel degelijk zin. Zoals het ook zin heeft, vanuit de kerk daartoe aan te sporen en voor christen-volksvertegenwoordigers en dito-bewindslieden te bidden. Voor anderen ook, maar voor hen zeker en eerst.

Alleen, wij vergeten intussen niet, dat de ontwikkeling ten kwade zich toch doorzet, in een zo te zien onstuitbaar proces. Daarom kunnen we al onze kaarten niet op christelijke politiek zetten. Christelijke politiek is een front waaraan we vechten. Maar niet het enige en ook niet het belangrijkste.
De hoofdvraag is: wat geven we als christenen voor positieve antwoorden op de ontwikkeling die gaande is? Dus niet alleen negatief: hoe keren we het, maar positief: wat stellen wij er tegenover, welke weg slaan we in?
En om deze vraag te beantwoorden hebben we onze tekst op een nieuwe wijze nodig.
Er is sprake in dit woord van de 'openbaring' -en van de 'wet'. Voor 'openbaring' staat eigenlijk een ander woord en wel: 'gezicht', 'visioen', het is een woord dat verwijst naar wat aan de profeten te beurt mocht vallen, dat ze namelijk door een bizondere ingeving Gods bedoelingen mochten verstaan.
In deze spreuk hebben we dus de wet en de profeten bij elkaar. We zouden namelijk ook mogen vertalen: "waar de profetie ontbreekt, verwildert het volk, maar heil hem, die de wet bewaart".
En nu weet u wel, dat zo'n zin als we hier in de Spreuken tegenkomen, bestaat uit twee delen, die elk van beiden ongeveer hetzelfde zeggen.
Hier is dat ook zo. Wat over de profetie gezegd wordt en over de wet, dat vult elkaar wederzijds aan. De wet en de profeten - dat zijn eigenlijk de twee samenstellende delen van de hele bijbel. En we moeten van deze twee delen van de bijbel zeggen, dat ze elkaar wederzijds nodig hebben. De wet, om die te bewaren, daarvoor heb je de profetie nodig, de verlichting van de Heilige Geest om je tijd te verstaan en te weten
wat God met Zijn geboden voor dit tijdsgewricht bedoelt. Om de wet roe te passen, heb je visie van boven nodig. Anders wordt alles wettisch en moralistisch. De wet vraagt om profetische verdieping en anderzijds: de profetie heeft behoefte aan de concreetheid van de wet, van het niet mis te verstane gebod.
Wat ik hiermee bedoel is dit: er is vandaag meer nodig dan het 'nee' tegen abortus provocatus. Zeker, dat is niet niets, dit nee, in het persoonlijke leven en voor zover mogelijk, in het publieke. Maar naar het woord van Jezus in de bergrede, moet onze gerechtigheid overvloediger zijn, meer dan die der schriftgeleerden. Met dit woord trekt Jezus de wet in het licht van de profetie. Bij het meerdere dat Jezus bepleit gaat 't om een profetisch hanteren van Gods geboden, zodat je met je gehoorzaamheid echt antwoord geeft op de tijd waarin je leeft.
Ik denk hierbij in een bepaalde richting. Het kan zo smartelijk opvallen dat het van de zijde van de anti-abortus-mensen zo stil wordt ná de geboorte van het ongewenste kind. Het ongewenste kind wegmaken, dat is moord! Eva wordt een Herodes! En nog meer reacties, waarbij alle registers van het sentiment worden opengetrokken. Nee, laat 't geboren worden! Maar als het dan geboren is, dan hoor je niets meer. Je zult toch maar dat ongewenste kind zijn dat mede door toedoen van nee roepende christenen in de wereld gekomen is! Als het dan later van die zelfde christenen niets meer merkt, moet het dan zijn geboortedag niet vervloeken?
Onlangs toen we 't er op de kerkeraad over hadden, werd de vraag opgeworpen, of we- geen taak hadden ten opzichte van de ongewenste kinderen. die dan wèl de geboorte halen.
En dat is een zeer goede vraag. De mensen, de aanstaande moeders, die een kind verwachten waarvan ze voelen dat ze 't niet aan kunnen en die daarom abortus overwegen, moeten weten, dat er christelijke gezinnen zijn die willen helpen. Ik bedoel met hulp niet, dat ze wel willen adopteren, nee, dat ze belangeloos willen verzorgen en opvoeden, zonder rechten te laten gelden. M.a.w. dat die verwachte kindertjes om ons niet dood hoeven. (Dat is laconiek gezegd, maar zo is het precies wat ik bedoel.) Hierbij is zelfs te overwegen, in de gezinsplanning met dergelijke hulpverlening rekening te houden; dat we om zo te zeggen een plaatsje uitsparen, om belangeloos te kunnen opvangen. .
Ik weet van echtparen, of aanstaande echtparen, die in die richting denken of zelfs ook praktiseren. Onlangs kreeg ik de vraag: dominee, wees vruchtbaar en vermenigvuldig u, kan dat in onze tijd betekenen, dat je als echtpaar vrijwillig van de kinderzegen afziet, niet gemakzuchtig, maar om voor andere kinderen beschikbaar te zijn? Dat zijn vragen, die mij ontroeren. Hier zie je een prachtige nieuwe gestalte van profetische gehoorzaamheid aan .Gods geboden groeien, de wet toegepast met visie van boven: een huwelijk dat vrijwillig celibatair is wat de kinderzegen betreft, en dat toch uit liefde tot het kind.
Het is goed, dat de kerk vandaag opkomt voor het ongeboren leven en zegt: van God mag het niet weg. Maar het is nog beter, als daaraan toegevoegd wordt: om ons hoeft het niet weg. Dan tonen we namelijk dat we de wet bewaren, met visie, met profetische visie op wat vandaag van ons gevraagd wordt. Heil hem, die zo de wet bewaart! Want bewaren, de wet bewaren, - we bewaren de wet niet door alle regelingen van vroeger onveranderd te laten. Bewaren, dat is: door biddende oefening verder komen in het verstaan van Gods bedoelingen, zodat we het ps. 119 achterna zeggen: aan alle volmaaktheid heb ik een einde gezien, maar uw gebod is zeer wijd! (Ps. 119 : 96).

Amen.

Gebed:

Here God, Vader in de hemel, Gij Gever van alle leven, wi, bidden u om verwondering nodig om met de gave van het leven om te gaan.
Wij kennen U als Schepper en Verlosser
laat deze kennis ten grondslag liggen aan onze eerbied voor het leven.
Gij weet dat in dit goede land door velen een wet begeerd wordt terzake van de vruchtafdrijving die aan de eerbied voor het leven niet ten goede zal komen die een stapje verder zal betekenen op de weg van de verruwing.
Wij bidden U, of Gij dit genadig keren wilt dat wij van de overheid wetten mogen ontvangen die ook waken over de ondoorzichtige levensvormen uit eerbied voor U, die onze Schepper en Verlosser zijt.
Wij bidden U voor onze regering en voor onze minister Van Agt in het bizonder.
Ook vragen wij U of Gij ons persoonlijk voor verruwing wilt bewaren wij zijn niet van binnenuit immuun hiertegen laat ons matig en dankbaar het goede van het leven gebruiken.
Wij bidden U voor de moeders die abortus overwegen omdat ze het aanstaande leven dat ze dragen niet denken te kunnen verzorgen of omdat ze door hun omgeving, hun man, hun vriend daartoe worden geprest de vrouw is nog zo veelszins slavin in onze samenleving.
Bij dat aborteren aan de lopende band dat ons zo hard voorkomt wie weet hoeveel daarbij toch geleden wordt vanwege de onvrijwillige behandeling ook ondanks betuigingen van het tegendeel.
Wij bidden U voor de kinderen die ongewenst geboren worden of Gij licht in hun leven wilt brengen doordat ze mogen weten dat Gij elk leven in liefde beaamt.
Leer ons, die U kennen, een volwassen gehoorzaamheid die groeit tegen de verdrukking in die toeneemt met het moeilijker worden van de tijd die meer is dan die der schriftgeleerden.
Doe ons zinnen op nieuwe antwoorden in nieuwe situaties opdat we bij alle zorg over wat gaande is toch niet in het negatieve blijven hangen.
Laat ons en onze jeugd ontdekken hoe onbegrensd Uw wet en gebod is hoe Uw geboden gebieden zijn waarop de liefde zich mag oefenen.
Tenslotte, door deze dingen heen: Laat ons dichter bij U mogen komen want dit is het eeuwige leven dat wij U kennen de Enige en Waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt.

Amen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief