Hergebruik

2012-12-08
  • Jaargang 56
  • nummer 24
‘Weggooien kan altijd nog.’ Dat motto is mij met de paplepel ingegoten. Lastig om dat uit je systeem te krijgen. Zo heb ik van de week nog een dure twinset uit de jaren ’90 gemoderniseerd door er rigoureus de schaar in te zetten.
Boorden en knopenlijst verwijderd, mouwen ingekort, het geheel netjes omgezoomd en ziedaar: een kek, 2012-waardige twinset, met ook nog toevallig de goede kleur.
Zo neem ik regelmatig mijn garderobe of mijn meubilair onder handen. Niet omdat ik geen geld heb voor iets nieuws of omdat ik zo duurzaam wil zijn, maar domweg omdat ik nou eenmaal niet anders kan. Ik zie overal wel wat in. Binnen bepaalde grenzen kun je het een gave noemen.
Maar soms gaat het te ver. Zoals onlangs.

Van een burgerlijke gemeente kregen wij bericht dat de tijd was aangebroken om het contract van het graf van een familielid te verlengen of te beëindigen. Ik denk dat in veel families het graf van de eigen ouders zo lang mogelijk wordt aangehouden. Kleinkinderen zullen dat vaak niet meer doen. Bij familieleden zonder nageslacht ligt het moeilijker, zeker als daar van tevoren geen afspraken over zijn gemaakt.
Uit een rondgang in onze familie bleek al snel dat van de neven en nichten er bijna niemand wat voor voelde de kosten van dit graf nog langer te delen. Zo gingen Koos en ik op een zonnige dag naar de bewuste begraafplaats om er nog een foto te maken. We waren er één keer eerder geweest, heel veel jaren geleden. Als je je geliefde of je kind op zo’n plek hebt moeten achterlaten, kom je er misschien vaker.
Op de begraafplaats waren nogal wat mensen bezig schoon te maken, verse bloemen neer te leggen en kaarsen te vernieuwen. Ik ken mensen die het wekelijks doen en mensen die bij alle hoogtijdagen in de familie het graf van de geliefde bezoeken. Maar ik heb ook een vriendin die haar man begraven moest en nooit meer op de begraafplaats komt. Het is zo persoonlijk.
Koos maakte foto’s terwijl ik tussen de graven door liep en de opschriften las. Gelovig en niet-gelovig naast elkaar.
‘Hun namen zijn reeds lang vergeten, met kweek en woeker overdekt. Wie hier verstopt ligt en vergeten, wordt met een nieuwe naam gewekt’ (Kees van Duinen). Het maakt niet uit of een graf vroeg of laat geruimd wordt en of er wel of niet een steen op staat. God vergeet geen enkele naam. Wat een troostende wetenschap.
Ik liep terug naar Koos. Hij had een paar duidelijke foto’s gemaakt van het graf en de steen. Die mooie steen, wat gebeurt daar mee?
‘Die wordt vernietigd. Je wilt hem toch niet meenemen, in de tuin leggen en ooit hergebruiken?’ Hij had natuurlijk allang mijn gedachtegang gevolgd.
Nee, natuurlijk niet. Maar toch… we leven in een tijd van bezuiniging.
In dit geval is mijn ‘gave’ een ware plaag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief