Een brief van een Guinea Ecuatorial predikant in (W.-Afrika)
1974-07-19
- Jaargang 18
- nummer 26
26 maart 1974
Het is weer enige tijd geleden, dat ik u een foto beloofde te zenden van de jonge mensen, die aan het Evangelisch Emrinarie "Rev. Juan Esono" in het district van Ebebiyin studeren.
Ik sluit die nu bij deze brief in.
En dit om u te doen weten, dat we zeer geïnteresseerd zijn te horen of iemand, een jongere, de roeping gevoelt om hier te komen helpen als leraar, die door de Heilige Geest bewogen is om naar ons over te komen.
De boeken die ik bij u bestelde en via Sr. Gómez Sierra ontving, kwamen alle goed aan. Daarna heb ik van u verder geen brief ontvangen.
In de week voor Pasen zullen we een algemene vergadering van de Gereformeerde Kerk hebben en zoals ik u zei rust op mij de taak om voorzitter- te zijn. Zo de Here wil zullen we daar vergaderen om de verbreiding van het Evangelie in ons land te organiseren. Er is veel te danken als we zien hoe het groeit en zich uitbreidt. Zo was er vorig jaar een toename aan leden groter dan ooit tevoren. In mijn gemeente werden 90 personen gedoopt zonder te rekenen de kinderen of die met attestatie inkwamen. Dank aan de Here. Ik mag niet nalaten onze dankbaarheid uit te spreken voor alles wat u ons gezonden hebt.
Steeds weer boeken en een avondmaalsstel. Ik moge u herinneren aan wat ik u gezegd heb over toga's voor de preekstoel zoals we die altijd gebruiken. En een schaal en beker. Telkens als ik die in gebruik zie, vraag ik me af, of ik u schrijven zal of u nog meer sturen wilt indien mogelijk. De Here zegene u.
De uwe,
Ds Manuel Eco Bicoro
Het gaat hier om heel eenvoudige inwoners van een zeer jonge zwarte natie, vroeger onder Spaans bestuur. Verschillende Gereformeerde kerken ontstonden mede door het werk van Presbyteriaanse kerken in de Verenigde Staten. De Spanje-commissie van Rijswijk-ZH is al geruime tijd met ds Eeo Bicoro in contact en stuurde regelmatig goede boeken zoals de belijdenisgeschriften, Calvijns Institutie, een uitleg van de Heidelberger. enz.
Voorts werd op verzoek voorlichting gegeven over de inrichting van de eredienst en de wijze van vieren van de Maaltijd des Heren; één tinnen stel, schaal, karaf en 2 bekers werden erheen gezonden. Men vroeg ook toga's; dat zijn in dit hete land een soort eenvoudige katoenen hemden met wijde mouwen om er de minimale kleding mede te bedekken die men niet vindt overeenstemmen met de noodzakelijke eerbied tijdens een eredienst.
Nog belangrijker is, dat men een jonge predikant vraagt om tijdelijk aan hun seminarie les te' geven. Of dit voor zes of twaalf maanden is, is nog niet bekend.
De Rijswijkse Spanje-commissie geeft dit aan de lezers door om tweeerlei redenen:
In de eerste plaats kunt u met ons u verblijden om de werfkracht van de gezonde schriftuurlijke leer in donker Afrika.
Wat een voorrecht voor ons om aan de verbreiding van het Evangelie in deze voormalige Spaanse kolonie te mogen meewerken.
De Here is zeer te prijzen.
In de tweede plaats vragen we u om mee te denken. Hoe komen we aan nog een paar avondmaalsstellen. Ze kosten per stuk f 100,-.
En hoe zouden we kunnen voorzien in een leraar, die de studenten uit de Schrift kan onderwijzen.
Voor die toga's zoeken we wel een oplossing.
Als u met ons dit alles overweegt, zult u zeker de toevlucht nemen tot de Here in het gebed om raad en wijsheid en om Zijn Geest voor die broederschap in Guinea Ecuatorial.
En weet u een oplossing of heeft u hulp te bieden, de Spanje-commissie in Rijswijk-ZH zal gaarne van u horen.
De Spanje-commissie Postrekening nr. 210453
Ds A. J. Moggré, Julianalaan 61, Rijswijk-ZH