De komende landelijke vergadering der kerken

1974-08-02
  • Jaargang 18
  • nummer 27
De kerk te Utrecht heeft elke zusterkerk verzocht afgevaardigden te zenden naar de landelijke vergadering, welke D.V. op 21 september a.s. gehouden zal worden.
Dat verzoek heeft tot heel wat reakties geleid. Op de kerkeraadsvergaderingen passeerden woord en wéderwoord, brief en tégenbrief de revue. En het is de vraag of we bij al die bomen het gezicht op het bos nog wel kunnen vasthouden.
Deze kerkelijke bedrijvigheid behoeft geen verwondering te wekken.
Op de landelijke vergadering te Spakenburg/Utrecht 1973 had de meerderheid van de kerken (60) immers uitgesproken te willen gaan in de lijn van de artikelen 31, 32, 33, 36 en 38 van het concept-akkoord van kerkelijk samenleven.
En in die artikelen wordt onder meer bepaald, dat de afvaardiging naar een landelijke vergadering niet rechtstreeks maar "getrapt" zal geschieden, dat wil zeggen: niet vanuit elke afzonderlijke kerk maar vanuit de diverse regionale vergaderingen.
Heeft de kerk van Utrecht de uitspraak van de kerken in Spakenburg genegeerd? Of zit het anders?
En daarachter ligt nóg een vraag: Hoe kunnen wij als kerken bij dit meningsverschil de vrede bewaren en dezelfde koers blijven varen? .
Ik zou hierover niet schrijven, als ik van mening was fel en scherp partij te moeten kiezen. Ik geloof echter enige olie op de golven te kunnen gieten. En als een mens meent dat te kunnen, dan moet hij het maar doen ook!

De motor aangezwengeld!

Wat was eigenlijk de aard van de genoemde uitspraak?Nadat de stemming gehouden en de uitslag bekendgemaakt was werd ter vergadering het volgende naar voren gebracht: De kerken kunnen nu zèlf de door haar genomen beslissing effektuëren in regionaal verband, waarbij de indelingssuggestie vervat in een voorstel van de kerk van Zwolle goede diensten kan bewijzen. Verder zouden de kerken zich in regionaal verband nader beraden op het akkoord van kerkelijk samenleven, opdat de definitieve tekst daarvan op de volgende landelijke vergadering zou kunnen worden vastgesteld.
Men zou de bedoelde uitspraak kunnen vergelijken - al is dat niet zeer eerbiedig! - met het "aanzwengelen" van een ouderwetse motor. Men moest dan enkele krachtige zwaaien doen aan een slinger en zie, de motor was gestart! Natuurlijk liep de motor dan alleen nog maar stationair.
Je moest zèlf gaan rijden en zo de plaats van de bestemming bereiken.
Zo werd de motor te Spakenburg gestart. Hij draaide stationair. De kerken moesten nu zelf de rijtoer naar de plaats van bestemming gaan maken! Die plaats van bestemming zouden we nader kunnen definiëren als een landelijke vergadering samengeroepen en gekonstitueerd naar de artikelen die in de uitspraak werden genoemd.

Stationair draaien!

Heeft dat gezegde over de rijtoer, die de kerken zèlf moesten maken naar de plaats van bestemming, een werkelijke betekenis? Ongetwijfeld!
De kerken moesten heus en echt op mars. Voor de "niet-georganiseerde" kerken was dat zonder meer duidelijk. Maar ook voor de reeds verbandelijk-samenlevende kerken was er werk aan de winkel, Tussen de kerkeraad en de generale synode had men vroeger ,twee meerdere vergaderingen, de classis en de partikuliere synode. Bij de voorgestelde nieuwe opzet heeft men tussen de kerkeraad en de landelijke vergadering maar één meerdere vergadering, de regionale. Maar dat betekent heel nuchter, dat men zomaar niet weet wat de omtrekken van een kerkelijke regio behoren te zijn. Dient zij overeen te komen met een classikaal ressort?
Maar wordt dan de landelijke vergadering niet veel te kolossaal?
Moet de regio overeenkomen met een provincie of een partikulier ressort? Maar wordt zij dan niet zèlf te uitgebreid voor een werkelijk direkt kontakt tussen de kerken? Hier dient toch echt even nagedacht en gesproken te worden. Een besluit van de kerken mag hier werkelijk niet ontbreken, omdat de dingen niet zo vanzelfsprekend zijn, als men oppervlakkig zou vermoeden.
Nu hebben we kunnen vernemen van enkele pogingen om tot oprichting van een geheel nieuw regionaal verband te komen. Ook was er wel sprake van een aanpassing van de bestaande indeling aan de vereisten van de nieuwe opzet.
Maar we zullen het er over eens zijn, dat van een algeméne aanpak geen sprake is geweest en dat veelal de verbandelijk-georganiseerde kerken even goed in gebreke zijn gebleven als de nietgeorganiseerde.
Van de effektuëring van de genomen beslissing is weinig gekomen.
De aangezwengelde motor is stationair blijven draaien.
En Hl deze situatie moest de kelk van Utrecht een beleidslijn uitstippelen!

Was er een alternatief?

Men kan de beslissing van de kerk te Utrecht en de argumenten, die deze kerk daarbij liet gelden, bekritiseren. Maar men dient dan toch ook de nuchtere vraag te stellen, wat Utrecht wèl had kunnen en moeten doen.
Had Utrecht het merendeel van de kerken dan zèlf maar moeten indelen naar het voorstel-Zwolle?
Had deze kerk dan zèlf maar meeten uitmaken, of zij bijvoorbeeld Noord-Holland drie uitnodigingen (naar het aantal classes) of één uitnodiging (naar het ene partikuliere ressort) zou doen toekomen?
Had zij de kerken in Zuid-Holland dan zèlf maar moeten bundelen? Had zij ... - men kan nog even doorgaan!
Zouden we er niet heel gauw bij zijn om de kerk van Utrecht heerschappijvoering te verwijten, als zij één van deze vreemde mogelijkheden had aangegrepen? En zou dat verwijt dan niet terecht geweest zijn ook?
Als de kerken over het algemeen het schuchtere gewasje, te Spakenburg geplant, niet beter begieten, waarom dan van de samenroepende kerk een wonderboom verwacht?
Natuurlijk had Utrecht wel een uitnodigingsbrief met een nodiging-per-regio kunnen schrijven.
De moeite zit niet in de brief.
Maar wèl in de enveloppe! Wie had het adres van de brief moeten vaststellen? En hoe?

"In het twijfelachtige onthoudt u!"

"In het twijfelachtige onthoudt u, opdat gij zelf niet oorzaak van een ramp wordt!" - ziedaar een wijze spreuk. De Utrechtse oplossing - èlke kerk uitnodigen!
- meen ik zákelijk als zo'n onthouding te mogen kwalificeren.
Men is allerminst verplicht hierin een protest tegen het starten van de motor in Spakenburg te zien. Het is beter deze oplossing te beschouwen als een erkenning van het feit, dat de motor over het geheel genomen stationair is blijven draaien en niet werkelijk is gaan rijden!
De beslissing van Spakenburg vroeg om haar eigen effektuëring door de kerken. Zonder die effektuëring bleef ze in de lucht hangen.
En dáár hebben we de moeilijkheid!
En dan moet je terug naar de plaats waar de motor gestart werd, naar de oorspronkelijke toestand.

Geen verbittering !

Ik kan me goed voorstellen, dat de voorstanders van een steviger kerkverband teleurgesteld zijn. Ik zou zelf ook wel willen, dat onze kerken rijp waren voor een vergadering die kleiner zou zijn in getal, gróter in werkkracht, váárdiger tot besluiten, dan de massale konferenties die we tot nu toe gewend zijn! Maar... laat die teleurstelling toch niemand weerhouden naar Utrecht op te trekken!
We kunnen ons enigszins bitter afvragen, of onze aanwezigheid op het komende konvent -- gezien de struktuur van die vergadering -- wel van positief belang zal zijn voor het Koninkrijk Gods. Maar als we in die bitterheid wèrkelijk wegblijven, zal dat dan niet van een groot negatief belang kunnen zijn, van belang voor de vorst der duisternis?
Zal in het gat-van-onze-afwezigheid de plant van verbittering niet ellendig goed gaan gedijen?
We beleven een tijd van "laagkonjunktuur"
in kerkverbandelijk opzicht.
Laten we bescheiden zijn! De satan heeft vaak de teleurstelling over het niet-bereiken van het ideaal omgesmeed tot een bittere kracht, die hem het bereiken van zijn eigen ideaal mogelijk maakte.
Als wij het pósitieve belang niet zo zien zitten, laten we dan dat vreselijke négatieve sukses voorkomen!
Door zonder bitterheid sámen op te trekken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief